Langzaam manoeuvrerend geniet Carlsen van schaakles

Het schaaktalent Sergei Karjakin uit Rusland werd gisteren in Wijk aan Zee murw gebeukt door Carlsen, de nummer één van de wereldranglijst.

Bobby Fischer vond het fijn om het ego van zijn tegenstanders te knakken. Garry Kasparov blies ze het liefst op met een verpletterend openingsnieuwtje dat hij thuis had uitgebroed. Hun natuurlijke opvolger Magnus Carlsen geniet ervan als hij langzaam manoeuvrerend, met engelengeduld zijn superioriteit kan bewijzen. Het zijn de nuances die hem fascineren, de kleine details die het verschil maken. Op personen heeft hij het daarbij niet voorzien, het gaat om de geheimen van het schaakspel die hij beter ontsluiert dan wie ook.

Dat daarbij ook ego’s aan het wankelen worden gebracht bleek maar weer eens nadrukkelijk aan het slot van de achtste ronde van het Tata Steeltoernooi. Na 92 zetten gaf Sergei Karjakin, uit hetzelfde geboortejaar als Carlsen en zesde van de wereld, zich murw gebeukt gewonnen. Hologig en lijkbleek schuifelde de hoop van het Russische schaken onvast het podium af. Achter hem stond zijn overwinnaar op, strekte het atletische lijf, lachte tevreden in zichzelf en beende zonder een spoor van vermoeidheid naar de garderobe.

Het was zo’n typische Carlsen-partij geweest. Hij was pas kort na de middag wakker geworden en had geen tijd meer gehad iets voor te bereiden. Dat gaf niet. Hij was in een uitstekend humeur en vond het prima om aan het bord iets te bedenken. Zoals wel vaker werd het een pretentieloze opstelling die als voornaamste pluspunt had dat hij onontgonnen was. Veel aandacht trokken de eerste aftastende bewegingen dan ook niet. Het werd pas spannend toen Carlsen na de eerste tijdcontrole een eindspel met ongelijke lopers bereikte waarin alleen Karjakin nog gevaar liep. De volgende uren lieten opnieuw het diepe inzicht en de verwoestende wilskracht van de jonge Noor zien. Karjakin zette zich schrap alsof hij een overhellende boekenkast overeind moest houden, maar na zo’n zeven uur terugduwen donderde die dan toch over hem heen.

In de vijf ronden die resteren heeft Carlsen een lichter programma dan de concurrentie. De grootste dreiging gaat uit van Vishy Anand, die een half punt minder heeft. Zo op het oog lijkt dat de normaalste zaak van de wereld. Carlsen is tenslotte afgetekend de nummer één op de wereldranglijst, maar Anand is nog altijd wereldkampioen. Toch mag het een klein wonder genoemd worden. Terwijl het Noorse fenomeen min of meer doet wat er van hem wordt verwacht, is de Indiër met een wonderbaarlijke wederopstanding bezig. Vorig jaar verdedigde Anand in Moskou weliswaar met hangen en wurgen zijn titel in een match tegen Boris Gelfand, voor de rest was het kommer en kwel. De afgelopen zes maanden moeten tot de somberste van zijn leven behoren. Hij won slechts twee partijen. Anand leed zichtbaar en er was weinig over van het sprankelende dat hem van nature aankleeft. Maar in Wijk aan Zee is de twinkeling terug in zijn ogen. Hij won al drie partijen en een ervan, tegen Aronian, was van grote schoonheid. Anand wil voorzichtig blijven, maar geeft toe dat hij dagelijks geniet. „Ik heb ineens een gevoel van vrijheid, voel me weer op mijn gemak.”

Zijn derde zege behaalde Anand ten koste van Loek van Wely, die gestraft werd voor een rekenfout. Van het een op het andere moment zat hij met een stelling die lastig bij elkaar te houden was. Het was tekenend voor de vorm van zijn tegenstander dat zijn verzet binnen de kortste keren gebroken werd. In de achtste ronde had Anand weer wit tegen een Nederlander. Ivan Sokolov verdedigde zich met een variant die hij een paar jaar geleden analyseerde in een boek over minder gangbare varianten van het Spaans en was blij met de moeiteloos behaalde remise.

Van Wely is de beste Nederlander in de hoofdgroep. Hij trekt met zijn onvoorspelbare avonturen de nodige aandacht en weet met twee winstpartijen wat winnen is. Dat kunnen Anish Giri, Sokolov en Erwin l’Ami hem niet nazeggen. Zij wachten alle drie nog op hun eerste winstpartij.

Toch moet ook Van Wely het voorlopig afleggen tegen de 61-jarige Jan Timman, die in de B-groep met een formidabele prestatierating van 2.754 gedeeld eerste staat en kans maakt op promotie naar de hoofdgroep volgend jaar.

    • Dirk Jan ten Geuzendam