Ik wilde wel weer eens een jas aan

Linda Nijlunsing (57) ging op wereldreis en belandde bij een pelsjager in een blokhut in Alaska. Ze schreef er het boek Wildernisjaren over. Yaël Vinckx interviewde haar en tekende aan de hand van fragmenten uit haar boek Nijlunsings leven in een onbewoonde wereld op.

‘Ik leidde een zwervend bestaan en reisde van baantje naar baantje over alle continenten. Ik was kinderoppas, reisleider, kok, matroos, kamermeisje en hotelmanager (…) Dat klinkt allemaal heel avontuurlijk, maar eigenlijk was ik helemaal niet zo’n held. Er is heel wat voor nodig geweest om mij los te weken uit de omgeving waarin ik opgroeide.

„De dood van mijn moeder heeft een diepe indruk op me gemaakt. Het leidde tot mijn vertrek uit Nederland. Vroeger had ik altijd heimwee als ik van huis weg was. Toen mijn moeder overleed, viel de heimwee ook weg. Ik ben geboren in Amsterdam, getogen in Groningen. Ik was 22 jaar toen mijn moeder doodging. Ik gaf les, ik had nog niet veel mee gemaakt. Dat speelde ook mee bij mijn vertrek; ik wilde een groots en meeslepend avontuur beleven.

„Na de dood van mijn moeder raakte mijn leven bedekt met een grauwsluier. Alle vrolijkheid verdween. Ik dacht: als ik weg ga, trekt de mist ook op. En dat gebeurde. Ik geloof er heilig in dat verandering van omgeving alles kan veranderen.

„Eerst ging ik naar Cuba. Maar dat betekende niet dat ik direct van mijn angsten af was. Ik zat op mijn hotelkamer te trillen. Kwam nergens, zag niemand. Dacht: is dit het nou? Maar na een tijdje wist ik ook: het is wat het is. Ik heb mezelf gedwongen naar buiten te gaan. Toen verdween het trillen ook. Sinds ik reis, stap ik overal op af. Vraag ik alles. Ik ben constant online, zo noem ik dat.”

Vrienden en collega’s reageerden kritisch op mijn plannen. Ze beschreven de eenzaamheid en de nutteloosheid van het reizen. En ik zou nooit meer zo’n goede baan vinden. Het waren precies de dingen waar ik ook bang voor was, maar blijven was geen optie. Ik moest dat gevoel van leegte kwijtraken.

„Wat anderen ook zeggen; reizen bepaalt je positie in het leven. Je leert de wereld beter kennen. Je krijgt meer vertrouwen in de mensheid en een optimistisch beeld van de wereld. Reizen heeft nog een ander voordeel; je kunt jezelf herijken. In Nederland draag je altijd je geschiedenis bij je. Wie ben jij, wat doen je ouders, wat heb je gestudeerd? In Alaska bijvoorbeeld, ligt dat heel anders.

„Daar werd ik als volgt geïntroduceerd. ‘Dit is Linda. Ze komt uit Nederland, houdt van dieren en kan hard werken.’ Punt. Zalig vond ik dat. Op reis kun je jezelf opnieuw uitvinden. Wie wil je zijn? Dan word je die persoon! Je hoeft alleen je gedrag te veranderen.

„Een medereiziger vertelde over Alaska. Een stoer land. Dat leek me wel wat. Ik ben ook graag stoer. Bovendien, ik had net twee jaar in Thailand gewerkt en wilde wel weer eens een jas aan. Ik keek op de kaart en zag dat Bangkok en Anchorage hemelsbreed niet zo ver bij elkaar vandaan liggen. Ik boekte een vlucht. Alaska bleek zijn beloftes in te lossen. Het bood alles wat ik zocht: avontuur en ruimte, grote vlaktes en wilde dieren. Je zakte er door het ijs en klom er weer op. Letterlijk en figuurlijk.”

Jenny zei: ‘Jim is een pelsjager. Hij woont al bijna twintig jaar in zijn eentje aan de Yukon rivier’. (…) Kathy zei: ‘Pas maar op. Mannen die zo lang alleen wonen – daar is wat mee’.

„Ik kan niet zeggen dat ik niet ben gewaarschuwd. Al mijn vrienden hebben gezegd ‘doe het niet’. Jim heeft me zelf ook gewaarschuwd. ‘Ik zoek een vrouw voor het gezelschap, het werk en de seks’, zei hij. Ach, ik was zo verliefd. Dacht dat ik hem kon veranderen door hem te overladen met liefdevolle aandacht. Ja, jij lacht nu, maar ik ben heus niet de eerste vrouw die in dat sprookje gelooft. Ook niet de laatste.

„Jim woonde in een blokhut in de wildernis Ik ben bij hem ingetrokken. Hij heeft me veel geleerd: spoorzoeken, vallen zetten, elanden villen, beren verjagen. We waren altijd bezig. Jim was niet van de leuke dingen, hij was van het harde werken. Een voorbeeld. In de buurt van onze hut liggen heetwaterbronnen, waar in de zomer zelfs een enkele toerist op af kwam. Maar ik ben er nooit geweest. ‘Dat kost te veel benzine’, zei Jim dan. ‘En wat levert het op?’

„Er kwam ook weinig bezoek. Uiteindelijk begon ik het contact met de mensen te missen. Tenslotte ben ik in een dorp gaan werken, want we hadden geld nodig. Daar bleek ik zwanger te zijn. Jim kon er niks mee. Vroeg me: is dat kind wel van mij? De vernedering die in die vraag besloten ligt. We spraken tenslotte af twee maanden na de bevalling weer naar de blokhut terug te keren, maar een week na de geboorte vertrok Jim al. Ik was radeloos. Smeekte hem mij niet achter te laten. Hij keek me aan en zei: ‘Probeer me maar eens tegen te houden’.

„Ik bleef achter in een vochtig krot. Zonder hout, zonder water. Het grootste deel van de dag zat ik in het donker op de bank en staarde voor me uit. Het is het enige moment in mijn leven geweest dat ik de totale wanhoop nabij ben geweest.”

Op een dag kwam de politieagent van het dorp langs. Ik zat op de bank en staarde hem aan met een wezenloze blik. (…) ‘Mijn hemel kind, wat ben je er slecht aan toe!’ Geluidloos liepen de tranen over mijn wangen. Ik nam de moeite niet meer om ze weg te vegen.

„Ik realiseerde me dat ik weg moest. Mijn kind mocht niet opgroeien in een relatie waar de moeder altijd het onderspit delft. Jim had de macht, hij zei: ‘Jij gaat nooit weg bij mij, jij houdt te veel van mij’. Maar uiteindelijk bleek ik toch over voldoende eigenwaarde te beschikken. Ik ben teruggekeerd naar Nederland.

„In Nederland ben ik weer les gaan geven. Maar na elf jaar ging ik wederom op wereldreis, dit keer samen met mijn zoon. Aan de vooravond van die reis heb ik alles verkocht. We gingen ook niet voor een bepaalde tijd, we zouden wel zien. We zijn een maand bij Jim in de blokhut geweest. Dat ging goed. Maar na een maand of tien wilde Michael terug naar Nederland.

„Overigens was ik, toen ik vlak na de geboorte van Michael terugkeerde in Nederland, niet van al mijn angsten af. Lang ben ik bang geweest dat als mij iets zou overkomen, mijn zoon alleen zou komen te staan. Dat hij dan alleen op de woonboot zou zitten. Want Jim is geen slechte man, maar ik kon er niet vanuit gaan dat hij de zorg voor Michael op zich zou nemen.

„Afgelopen herfst is Michael, nu 19 jaar oud, op kamers gegaan. Ik heb hem min of meer het huis uitgeduwd. Twee weken na zijn vertrek constateerde een dokter kanker bij me. Alsof het zo heeft moeten zijn. Inmiddels ben ik geopereerd. En nu? Nu heb ik kanker gehad en ben ik mijn laatste angst, voor de dood, ook kwijt.

„De relatie met Jim heeft 3,5 jaar geduurd, maar ik ben zeker nog tien jaar verliefd geweest. Ik heb jaren gehoopt dat het goed zou komen, dat-ie zou bellen en zou zeggen: ‘Het spijt me zo, kom alsjeblieft terug’. Ik heb geen spijt. Ik heb veel van hem geleerd en heb ontzettend veel van hem gehouden. Ik houd nog steeds van hem. Al is dat gelukkig niet meer pijnlijk.”

Opgetekend door Yaël Vinckx

Linda Nijlunsing: Wildernisjaren. Uitgeverij Artemis, 19,95 euro. Het boek verschijnt komende donderdag.