En als je de lampen uitdoet zie je minder

Direct nadat Joris Linssens programma Joris’ Showroom is afgelopen, zie je de presentator tegen een witte achtergrond terwijl hij recht in de camera kijkt en de volgende tekst uitspreekt: „Als je goed kijkt, dan zie je zoveel meer”. Je begrijpt wat er mee bedoeld wordt: kijk, kijk naar de wereld om je heen alsof het de eerste keer is, geef aandacht aan elk detail, aanschouw de glinsterende dauwdruppels op een puntgaaf spinnenweb, vergeet je vaste patronen, neem eens de tijd om naar je raaskallende bejaarde buurvrouw te luisteren en ontdek – tussen haar ellenlange opsomming van afgeprijsde supermarktartikelen door – de onschatbare levenslessen die zij te bieden heeft. Toch denk ik bij die zin vooral: joe, en als je de lampen uitdoet zie je minder. Het is toch een beetje alsof een Tuincentrum de poëtische slogan inzet: „Als je veel zaadjes plant, dan groeit er meer”. Of een wasmachinebedrijf: „Als je vaak wast, heb je steeds schone kleren”. En bedankt jongens, ik zal het onthouden.

De zin deed me denken aan het korte gedicht De Ontdekking van K. Schippers, dat wél de ontdekking uit de titel waarmaakt: Als je goed om je heen kijkt / zie je dat alles gekleurd is.

Het leek ook op het motto van Victor Ward, de door uiterlijk- en beroemdheden geobsedeerde hoofdpersoon uit Bret Easton Ellis’ roman Glamorama: ‘The better you look, the more you see’. Victors motto vind ik echter grappiger – het doelt immers vooral op de uitleg: ‘hoe beter je eruit ziet, hoe meer je ziet’, zoals daar zijn het interieur van privévliegtuigen en exclusieve feesten waar pandakroketjes worden geserveerd.

Het klinkt interessant om mensen op te roepen beter te kijken en zo meer te zien in hun omgeving, maar enkel mensen die net God of een scheut vloeibare MDMA hebben ontmoet, bezitten werkelijk de vaardigheid om de wereld plots met andere ogen te zien („Deze gordijnrails! Perfectie van aluminium en staal!”). De meeste mensen zien toch vooral de zaken waar ze al enige interesse voor koesteren: ik kan een tramreis lang heimelijk iemand bekijken die in gedachten verzonken zijn broodtrommeltje leegeet of die aan de telefoon ruzie aan het maken is, maar ik kijk nooit naar de constructie van de tram, naar de merken van auto’s waar we langs rijden. Om echtt anders te kijken is het handiger als iemand je een keer op iets wijst: een vriend beveelt me op bepaalde plekken in de binnenstad omhoog te kijken, bijvoorbeeld naar een bijzondere gevel vol gebeeldhouwde waterspuwers. Aangezien ik zo iemand ben die tijdens het lopen altijd naar de grond kijkt uit angst om te struikelen of in een duivenlijk te trappen, had ik ze anders nooit opgemerkt. Of mijn moeder die een keer zegt dat walnoten haar doen denken aan eekhoornhersentjes – nu zie ik ze niet anders. Of K. Schippers en de ontdekking.

Als het beter geformuleerd is, hoor je meer.

    • Renske de Greef