'Een inbraak is even erg als een verkrachting'

Nederland, Rotterdam, 26 juni 2009, woningen Vogelaarwijk Millinxbuurt in de Tarwewijk Deelgemeente Charlois / Vogelaarwijken Moeilijke wijken achterstandwijken / Verwaarlozing panden woningen ingeslagen ruitje / inbraak verloedering buurt foto; Peter hilz

De aanleiding

Zijn eerste interview als nieuwe politiechef van Oost-Brabant zal Frans Heeres liefst snel vergeten. Nog voor de uitzending vorige week maandag van Onder Ons, het achtergrondprogramma van Omroep Brabant, haalde één quote het nieuws. Heeres zou in het programma hebben gezegd dat een inbraak „even erg” is als een verkrachting. De omroep zag er nieuws in en zette de ‘opmerkelijke’ uitspraak al ’s middags online, waarna de sites van De Telegraaf, het AD en Powned het bericht overnamen.

Na honderden verontwaardigde reacties op internet vroeg dagblad Metro de Nationale Politie om een reactie. Die zei tegen de krant politiechef Heeres te steunen en de „ongenuanceerdheid” van de berichtgeving te hekelen. Volgens een woordvoerder hebben de media de stelling „wat plat neergezet”. Next.checkt bekijkt wat Heeres feitelijk heeft gezegd en checkt de stelling ‘een inbraak is even erg als een verkrachting’.

Interpretaties

De recente oprichting van de Nationale Politie was voor Onder Ons aanleiding de twee nieuwe Brabantse politiechefs te interviewen over hun plannen. Frans Heeres (Oost-Brabant) en Hans Vissers (West-Brabant) krijgen een aantal stellingen voorgelegd die ze moeten beantwoorden met ‘ja’ of ‘nee’. Een van de stellingen luidt: ‘Voor de politie is een inbraak nu even erg als een verkrachting’. Vissers aarzelt en antwoordt met ‘nee’. Heeres zegt kordaat ‘ja’ en wordt gevraagd om een uitleg.

Heeres: „Als je kijkt naar de impact op slachtoffers. De ene voelt zich buitengewoon in zijn lichamelijke integriteit geraakt, bij een verkrachting. Dat is ongelooflijk erg wat je kan overkomen. Maar een inbraak heeft ook grote, enorme impact op een slachtoffer. Dus wij maken geen onderscheid in leed. Wij vinden beide buitengewoon vervelend voor onze burgers.”

De interviewer: „Dat is toch vreemd, want verkrachting heeft toch veel meer impact ook op je lichaam dan een inbraak?”

Heeres: „Zeker. Maar ik ken ook situaties waar bij je overvallen wordt in je eigen huis, waarbij een wapen tegen je hoofd gedrukt wordt. Dus de eenvoudige keuze ‘vind je dit belangrijker of dat erger’... ik vind het allebei erg, dus vandaar mijn antwoord. Ik vind het allebei verschrikkelijk. Je slaapt er niet van, je draagt het jarenlang met je mee.”

Lezen we Heeres’ woorden, dan lijkt hij, samenvattend, te willen zeggen dat een inbraak op individueel niveau net zo veel leed kan veroorzaken als een verkrachting, zeker als ook sprake is van een woningoverval.

En, klopt het?

In zijn proefschrift Slachtoffers van woninginbraak benaderd (1992) trok J.W. van den Boogaard, inmiddels overleden, parallellen met de impact van een verkrachting. Het onderzoek is een van de weinige empirische studies naar de gevolgen van een inbraak op het slachtoffer. Van den Boogaard ondervroeg 276 slachtoffers van een woninginbraak en concludeerde dat sommigen, net als veel verkrachtingsslachtoffers, een ‘gevoel van binnengedrongen te zijn’ ervoeren. Ook inbraakslachtoffers kunnen zich ‘besmet’, ‘vuil’ voelen, al zijn deze percentages lager dan na verkrachting.

Een huis, verklaarde Van den Boogaard, is voor velen een soort ‘lichaam van het gezin’, een uitbreiding van het ‘zelf’. Wordt dat huis overhoop gehaald, dan kost het velen moeite die persoonlijke levenssfeer, een plek waar ze zichzelf zouden moeten kunnen zijn, psychisch weer volledig toe te eigenen. Emoties van boosheid, angst voor herhaling, wantrouwen, vervreemding zijn het gevolg.

Dat mensen zowel door een verkrachting als door een inbraak ernstig ontdaan kunnen zijn is bekend, zegt Peter van der Velden, hoogleraar aan het International Victimology Institute Tilburg. In welke mate dat gebeurt is volgens hem van vele factoren afhankelijk.

Zo spelen persoonskenmerken een rol: hoe was de (psychische) gezondheid van het slachtoffer vóór het incident? Van belang is ook de sociale steun die het slachtoffer na het incident krijgt. Mensen die zich gesteund voelen zijn op termijn beter af. Zeker na een verkrachting gebeurt het volgens Van der Velden nog steeds vaak dat de omgeving het incident bagatelliseert: waarom liep je daar, waarom een korte rok? „Zulke reacties kunnen héél veel extra schade veroorzaken.” Van invloed is ook de levenssituatie na het incident: stressvol werk, een reorganisatie kunnen net de druppel zijn.

En natuurlijk is de gebeurtenis zelf van belang. Een inbraak met mishandeling, tot kneveling aan toe, heeft meer impact dan een inbraak als de woningeigenaar op vakantie is. Net zoals verkrachting door een bekende of familielid, vaak met loyaliteitsconflicten tot gevolg, anders is dan verkrachting door een onbekende op straat.

Op individueel niveau kan een inbraak, zeker met mishandeling, evenveel impact hebben als een verkrachting, zegt Van der Velden. Maar op groepsniveau – dus gemiddeld genomen – is een verkrachting wel veel zwaarder.

Dat blijkt uit de vele onderzoeken naar de impact van ‘stressvolle gebeurtenissen’. Voor een definitie van ‘impact’ kun je kijken naar depressie, angststoornissen, verhoogd middelgebruik, lichamelijk onverklaarbare klachten, hogere bloeddruk of vermoeidheidsklachten. Maar in de meeste onderzoeken wordt alleen gekeken naar het verband tussen het incident en het voorkomen van een posttraumatische stress-stoornis (PTSS).

Verkrachting staat in zulke studies steevast bovenaan als meest ‘stressvol’. Zo blijkt uit een recente Nederlandse studie (2009) dat 33 procent van de verkrachtingsslachtoffers PTSS heeft – voor de hele Nederlandse populatie is dat percentage 3,8 procent. Mishandeling staat op plaats twee (21 procent). ‘Toevallige’ gebeurtenissen, zoals natuurrampen of een auto-ongeluk, staan onderaan de lijst. De resultaten komen overeen met eerdere onderzoeken.

En inbraak? Die ‘stressvolle’ gebeurtenis wordt in deze lijstjes vaak over het hoofd gezien. Voor zover bekend noemde alleen Van den Boogaard in zijn studie naar de gevolgen van een inbraak (1992) een percentage van inbraakslachtoffers met PTSS: 6 procent. Dat is dus ruim lager dan na verkrachting.

Conclusie

In het tv-programma Onder Ons zou de nieuwe Brabantse politiechef Frans Heeres hebben gezegd dat een inbraak „even erg” is als een verkrachting. Het programma presenteerde de ‘opmerkelijke uitspraak’ als een nieuwsbericht. Uit het interviewverslag blijkt echter dat Heeres zijn uitspraak nuanceerde: hij bedoelde te zeggen dat een inbraak op individueel niveau net zo veel leed kan veroorzaken als een verkrachting, zeker als ook sprake is van een woningoverval. Deze genuanceerde versie van de uitspraak klopt, blijkt uit onderzoek. Maar bekijken we het effect op groepsniveau – dus gemiddeld genomen – dan blijkt een verkrachting wel veel zwaarder. We beoordelen zijn uitspraak daarom als half waar.

    • Freek Schravesande