Cyclo-biecht

Het was eigenlijk geen groot nieuws. Ex-Raborenner Marc Lotz had al eerder laten weten epo gebruikt te hebben. Het lag tussen de groenten in de koelkast. Het spul werd bij een controle gevonden. Tegen de lamp. Ik werd onpasselijk van de misère van Thomas Dekker Naar aanleiding van alle cyclo-biechten zocht de Limburgse tv-zender L1

Het was eigenlijk geen groot nieuws. Ex-Raborenner Marc Lotz had al eerder laten weten epo gebruikt te hebben. Het lag tussen de groenten in de koelkast. Het spul werd bij een controle gevonden. Tegen de lamp.

Ik werd onpasselijk van de misère van Thomas Dekker

Naar aanleiding van alle cyclo-biechten zocht de Limburgse tv-zender L1 Lotz afgelopen weekend op. Lotz zat er kalm bij en vertelde over zijn dopingverleden. Of hij spijt had? Lotz, beslist: „Nee, geen spijt.”

Na de overspannen week van Lance was ik toe aan de nuchterheid van Lotz. Zaterdagochtend had ik op internet de beelden opgezocht van het gesprek tussen Oprah Winfrey en Lance Armstrong. Er werd een hele handdoek aan verdriet uitgeknepen, al had ik sterk de indruk dat diezelfde handdoek van tevoren al in een teiltje met lauw water lag.

Tot voor kort was het gebruikelijk dat je als renner geraffineerd om de brei heen draaide en te allen tijde ontkende iets met doping te maken te hebben. Epo was voor de hond of je vrouw. Nu is de cyclo-biecht in de mode en ben je een leugenachtige sukkel als je blijft ontkennen dat je doping gebruikte.

Wat me door de ziel sneed, was het openhartige verhaal van Thomas Dekker, afgelopen zaterdag in NRC Weekend. Net als Lotz was hij al eerder betrapt, en ook bestraft met een verbanning van twee jaar. Tot zover geen nieuws. Het was de manier waarop Thomas Dekker zijn sportleven beschouwde, waar ik een klap van in mijn gezicht kreeg. Dekker: „Godverdomme, ik was de beste belofte ter wereld. Het is zo zonde. Die twee jaar krijg ik nooit meer terug.”

Dat scheldwoord, die zinnen. Hij, een jongen met zoveel talent staat, door de druk om destijds bij de Raboploeg doping te gebruiken, uiteindelijk zo goed als met lege handen.

Ik moest weer denken aan de dag in juli 2008 dat ik hem met de televisiecamera volgde in de Sachsen Tour. Hij was toen door de ploegleiding verbannen naar een lager platform. Dekker reed in Duitsland lusteloos zijn ritjes terwijl over de grens de Tour de France werd verreden.

Zolang de camera draaide zag ik een cynische jongen die zijn tong eraf beet. Wanneer de camera uitstond kwam er een tirade over waarom juist hij geslachtofferd werd en niet andere renners en vooral begeleiders van de Raboploeg. De beerput stond op een kier maar uit lijfsbehoud bleef Dekker zelf op de deksel zitten.

Ik werd zaterdag onpasselijk van de misère van Thomas Dekker. Epo spuiten om de rest bij te kunnen benen. Het was de schuld van de ploegleiding, de schuld van de epo-verstrekkers, de schuld van het publiek dat meer en meer wilde, de schuld van de UCI dat met handen voor de ogen bestuurde. En natuurlijk, de schuld van Dekker zelf.

Het valt me steeds moeilijker om te bepalen waar ik sta. Ik hoor niet meer bij romantici die dopinggebruik blijven koppelen aan de spannende valsheid van de wielersport. Ik hoor ook niet bij de nieuwe generatie die alleen nog brave jongens op de fiets wil zien. Misschien is het die interne controverse die ervoor zorgt dat ik zoveel zin krijg in het nieuwe seizoen.

De wielersport moet als een oude weegschaal opnieuw worden geijkt.

    • Wilfried de Jong