Bekentenis van weinig betekenis

Lance Armstrong was in deel twee van het Oprah-interview persoonlijk. Hij spaarde anderen. „Hij moet met meer komen.”

Wat hij nu zelf van die man vond, die op beelden uit 2005 uitlegde dat hij nooit of te nimmer doping gebruikte? „Echt ziek”, antwoordde Lance Armstrong zonder ook maar een moment te aarzelen, in deel twee van zijn interview met Oprah Winfrey. „Ik houd totaal niet van die kerel, de Lance die loog en die dacht dat hij onaantastbaar was.”

De genadeloze zelfanalyse was nog een van zijn minst omstreden uitspraken in het interview, dat in totaal tweeënhalf uur duurde. Armstrong (41) legde de nadruk op zijn eigen dopegebruik, zijn leugens daarover en de gewetenloze manier waarop hij afrekende met zijn tegenstanders. Hij bood vele malen zijn excuses aan, zei sorry, huilde zelfs bijna een keer. Maar anderen hield hij nadrukkelijk buiten schot. Geen antwoord op de vraag hoe hij aan de verboden producten kwam, hoe hij honderden keren dopingcontroles kon passeren, of over de rol van de internationale wielerunie UCI. „Hij moet met veel meer komen dan dit”, reageerde zijn oud-ploeggenoot Jonathan Vaughters. En velen met hem.

Wat is voor Armstrong de winst van het interview bij Oprah? Zijn geloofwaardigheid heeft hij niet zomaar terug. Gezworen vijanden als Greg LeMond, Betsy Andreu of David Walsh toonden zich alvast niet onder de indruk van alle excuses. Financieel zal Armstrong er ook niet op vooruit gaan. Nadat veel sponsors zich al hadden teruggetrokken („75 million dollar day”, becijferde hij zijn verlies binnen anderhalve dag), dreigen na zijn bekentenis nog genoeg claims. Het gedwongen afscheid van zijn kankerstichting Livestrong („mijn zesde kind”) kan hij niet snel ongedaan maken. Net zo min als zijn levenslange schorsing („voelt als de doodstraf”). Wat hem een paar dagen na Oprah rest, teruggetrokken op zijn geliefde eiland Hawaii, waar hij als jochie van zestien al de top bestormde als triatleet? Zijn familie.

Zoon Luke (13) heeft hem doen inzien dat hij zo niet verder kon, vertelde Armstrong zichtbaar geëmotioneerd. „Ik hoorde mijn zoon mij verdedigen tegen andere kinderen. ‘Wat je zegt over mijn vader klopt niet’, zei hij.” Vochtige ogen, een stilte die net zolang duurde als zijn hele dopingbekentenis waarmee de eerste uitzending begon. „Hij heeft het nooit aan me gevraagd, omdat hij me vertrouwde. Toen wist ik dat ik het hem moest vertellen.”

Hij sprak bewogen over zijn andere vier kinderen en zijn eerste vrouw Kristin, aan wie hij had beloofd na zijn comeback in 2009 clean te blijven. Over zijn moeder Linda, met wie hij sinds zijn jongste jeugd onafscheidelijk optrok in gevecht met de rest van de wereld. „Ze is een wrak”, zei Armstrong aangedaan. „Maar ik bedenk me hoe ik me zou voelen als één van mijn kinderen zich zo zou gedragen.”

Na zijn persoonlijke boetedoening bij Oprah is er voor Armstrong alle gelegenheid achter gesloten deuren verder te spreken met wereldantidopingagentschap Wada of Usada, waarmee hij kort geleden al contact had. In eerste instantie prefereert hij een getuigenis bij een waarheidscommissie, die mogelijk dit jaar wordt ingesteld. „Als die er komt, en ik hoop het, sta ik als eerste voor de deur.”

Vragen genoeg. Volgens The New York Times verklaren twee bronnen dat Armstrong wil praten over de rol van de UCI. Dat hij er bij Oprah niet over sprak, betekent niet dat een verklaring definitief van de baan is. En wat is het laatste woord over het bericht van The Wall Street Journal dat UCI-erevoorzitter Hein Verbruggen een deel van zijn persoonlijk vermogen liet beheren door Armstrongs voormalige ploegleider Jim Ochowicz en US Postal-financier Thomas Weisel?

Pas met gedetailleerdere verklaringen aan de antidopinginstanties komt strafvermindering in zicht voor Armstrong, die Oprah vertelde niets liever te willen dan weer te sporten. „I’m a competitor.” Eén doel tekende zich ook al voorzichtig af: „Ik zou op mijn vijftigste graag meedoen aan de marathon van Chicago.” En hij is in therapie om een beter mens te worden, dat ook. „Dat is de grootste uitdaging voor de rest van mijn leven.”