Akkoord: meer financiële ruimte voor lagere overheden

Foto ANP / Lex van Lieshout

Gemeenten en provincies hoeven de komende twee jaar minder te bezuinigen dan was afgesproken in het regeerakkoord. Het gaat de komende twee jaar om 1,2 miljard minder aan bezuinigingen.

Dit is de uitkomst van een financieel akkoord dat vrijdag is bereikt en vanmiddag bekendgemaakt wordt. Lagere overheden dragen met hun tekorten bij aan het nationale begrotingstekort en daarom wil het Rijk die tekorten terugdringen.

“Ik ben er helder in geweest dat het begrotingstekort een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden is. Het tekort is van ons allen”, zei minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) vanochtend in een toelichting.

Gemeenten, provincies en waterschappen vreesden dat zij door maatregelen uit het regeerakkoord veel minder financiële ruimte zouden hebben voor investeringen. In totaal zou dit volgens hen ten koste gaan van 17 miljard aan investeringen. “Ik geloof niet dat het zou gaan knellen, maar zij vreesden snel tegen een plafond aan te zullen lopen”, aldus Dijsselbloem.

Door gemeenten en provincies nu tekort van 0,5 procent

Volgens de Brusselse spelregels dragen tekorten van lagere overheden volledig bij aan het nationale begrotingstekort dat door de EU getoetst wordt. Nu zorgen gemeenten en provincies voor een tekort van 0,5 procent van het bruto binnenlands product. Volgens het regeerakkoord zou het tekort volgend jaar voor de gemeenten op 0,3 procent moeten uitkomen. Dat zou een extra bezuiniging betekenen van 1,2 miljard euro. “Nu is afgesproken dat het tot en met 2015 0,5 procent mag blijven, maar wel is de ambitie uitgesproken om het eerder te verlagen”, aldus Dijsselbloem. In 2017 zou het tekort nog maar 0,2 procent mogen bedragen. In 2015 wordt opnieuw naar deze afspraken gekeken.

De overheden zijn vrijdag ook overeengekomen dat het zogeheten BTW-compensatiefonds blijft bestaan. In het regeerakkoord was afgesproken dit op te heffen. Via dit fonds kunnen gemeenten en provincies BTW-betalingen terugvorderen. Zij vreesden dat opheffing hun investeringsmogelijkheden zou beperken. Het einde van het fonds zou leiden tot een besparing van 550 miljoen euro; dit bedrag wordt nu gekort op de inkomsten van provincies en gemeenten. “Ik ben blij dat het fonds gemaximeerd wordt, want het Rijk moest een steeds groter deel bijpassen”, aldus de minister.

De verplichting blijft bestaan dat lagere overheden binnenkort hun tegoeden bij het Rijk aanhouden, het zogeheten schatkistbankieren. Maar de maatregel wordt verzacht nu de overheden elkaar geld mogen (uit)lenen.

    • Erik van der Walle