Ziekte kan ongekende kracht losmaken

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Tientallen columns heb ik in de afgelopen anderhalf jaar geschreven. Het begon met e-mails aan familie, vrienden en collega’s, die ik vanuit het ziekenhuis rondstuurde bij wijze van medische update. Bij ‘Onderwerp’ vulde ik in: ‘Hoe of dat het gaat’ – krom Nederlands, om het een beetje luchtig te houden.

„Gaandeweg werden m’n berichten bespiegelender, filosofischer. Want ja, het was behoorlijk heftig wat ons overkwam. Het absolute dieptepunt viel in maart vorig jaar. Mary belde me om te zeggen dat ze die dag niet in het ziekenhuis op bezoek kon komen. ‘O, waarom niet?’ Toen vertelde zij me pas dat ze al wekenlang allerlei onderzoek had ondergaan en dat bij haar, na pijnlijke botpuncties, zojuist de diagnose ‘non-hodgkin’ was gesteld – lymfeklierkanker.

„Totale machteloosheid, hoe dat voelt? Zó dus. Wij waren toen volledig van de kaart. Je denkt: het kan niet waar zijn, nu staan we allebei tegelijk op het punt van omvallen...

„In maart, april, mei lag ik thuis op bed, terwijl Mary ook in een hele slechte conditie was. Familieleden en vrienden wilden een schema maken om dagdelen bij ons in huis te komen. Hoe lief dat ook bedoeld was, we hebben er vriendelijk voor bedankt. Hulp hebben we gelukkig volop gehad, maar we wilden niet de regie in ons huis uit handen geven. We hadden ook rust nodig, stilte om ons heen, de prikkel om elkaar zo veel mogelijk te steunen en niet totaal afhankelijk van hulp te worden.

„M’n columns hebben zich ontwikkeld als een soort uitlaatklep. Het is een middel voor reflectie: wanhoop van je af schrijven, relativeren met wat humor hier en daar. Ik probeer zo goed mogelijk te verwoorden wat ik voel, wat me zwaar valt, wat me ontroert. Ik krijg prachtige reacties. Mensen vragen me of ze mijn stukjes ook mogen doorsturen. Vind ik prima – misschien helpt het anderen ook overeind te blijven in het leven. Inmiddels gaan m’n columns naar meer dan tweehonderd mensen.

„Ziekte kan een ongekende kracht in mensen losmaken. Dat heb ik in mijn werk wel ervaren.

„Ik heb groepen ‘dialectische gedragstherapie’ geleid. Het leert je greep te krijgen op je eigen situatie, je emoties, je doen en laten. Ontspanningsoefeningen zijn onderdeel daarvan: bewuste ademhaling, zen-achtig, mindfulness – dat soort elementen zit erin. ‘Radicale acceptatie’ is een kernbegrip: je moet leren aanvaarden wat je niet kunt veranderen en je concentreren op datgene waarop je wel invloed hebt.

„Radicale acceptatie – dat is natuurlijk snel gezegd, maar het kan loodzwaar zijn om dat werkelijk te voelen. Mary en ik hebben in het afgelopen jaar ook veel gehuild samen. Sinds 1991 zijn we samen; elkaar loslaten vind ik het allermoeilijkst van alles.

„Gelukkig heb ik een hoop mooie herinneringen aan een goed gevuld leven. Al jong heb ik lange reizen gemaakt: liftend via Turkije, Iran, Afghanistan, dwars door India. Later ben ik vaak in Nepal geweest: trektochten gemaakt door de Himalaya.

„Door mijn reizen heb ik ook wel wat meegekregen van een boeddhistische kijk op het leven. Die is soms zó anders dan onze westerse. Dat merk ik nu bij e-mails die ik krijg. Wij, westerlingen, zitten nogal in het spoor van ‘o, wat verschrikkelijk voor jullie, wat wreed, wat onrechtvaardig.’ Vrienden uit Azië aanvaarden ziekte en dood eerder als iets wat iedereen overkomt, wat gewoon bij het leven hoort: ‘We bidden voor jullie, het is goed zo.’ Er gaat een rust van uit die je meer helpt onder moeilijke omstandigheden dan alleen maar boosheid en verzet.

„Ik ben voor mijn werk ook regelmatig in vluchtelingenkampen geweest: driemaal in Darfur, in Zuid-Soedan, in Ethiopië. Ik werd uitgezonden door Artsen zonder Grenzen om na te gaan of hun medewerkers het werk nog konden volhouden, nadat ze langdurig onder zware omstandigheden hadden gewerkt.

„Ook daar heb ik veel geleerd over de veerkracht van mensen. Ik heb uitgehongerde kinderen zien binnenkomen in de voedingscentra, waar ze kleine likjes pindapasta kregen om voorzichtig, langzaamaan, weer te wennen aan voedsel. Binnen een paar dagen speelden en stoeiden ze weer met elkaar, zoals kinderen dat overal in de wereld doen.

„Ik heb nu veel tijd om na te denken, terug te denken. Dan zie ik regelmatig de beelden van die kinderen in klinieken. Hello! Bye, bye! Nieuwsgierig. Vrolijk. Altijd contact maken. In een jeep verlieten we het kamp. Uitbundig zwaaien, lachen, witte tanden in de avondschemer. Met zulke beelden op m’n netvlies rijd ik nu weg uit dit leven.”

Tekst & foto Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord

    • Gijsbert van Es