Zelfs geen geld meer voor een potje hars

Sportnatie Spanje is in de problemen nu banken hun geleende geld terug willen. De handbalsters van Elda zagen de bui hangen en vertrokken.

Vorig seizoen struikelde je langs het veld van het vrouwenteam van handbalclub Elda Prestigio nog over de potjes met hars, waarmee de speelsters hun vingertoppen insmeren. „Die potten zwierven hier rond als rond als puppies. We bestelden ze per doos. Nu heeft elk team misschien nog één pot, die we tot op de bodem leeg schrapen”, vertelt José Iborra, voorzitter van de Spaanse handbalclub.

Hij geeft het voorbeeld om aan te geven hoe diep de club uit het Valenciaanse schoenmakersstadje Elda gevallen is. Jarenlang behoorde het eerste vrouwenteam tot de topclubs van het land. Ook in Europa speelde het op het hoogste niveau mee, met een finaleplaats in de EHF Cup in seizoen 2008/09 als hoogtepunt. Maar de economische crisis dwingt de ambities drastisch bij te stellen: het team liet zich uitschrijven uit de hoogste landelijke competitie en speelt nu op regioniveau. Goedbetaalde internationale profspeelsters vertrokken en zijn vervangen door amateurjeugd.

De crisis raakt het succesvolle sportland Spanje hard. Bezuinigende overheden schrappen subsidies en bedrijven snijden in sponsoring. In de eerste jaren vingen clubs deze terugval in inkomsten op door schulden te maken of rekeningen niet te betalen. Maar nu willen noodlijdende banken en bedrijven hun geld terug. Het alomtegenwoordige voetbal wordt hierdoor hard getroffen, maar disciplines van sport met minder exposure lijden in stilte nog veel harder. Zeker die met vrouwelijke spelers.

In 2007, het laatste jaar voor het uitbreken van de crisis, had Elda Prestigio nog 840.000 euro te besteden voor zijn vrouwenteam. Nu is dat 40.000, vertelt clubvoorzitter Iborra in zijn kantoortje in de gemeentelijke sporthal. „Vorig jaar, in het laatste seizoen dat we een profteam hadden, konden we amper nog naar wedstrijden reizen. We propten het team in twee minibusjes, met de trainers en begeleiders als chauffeurs. Om een hotelovernachting uit te sparen moesten zij ’s avonds laat na de wedstrijd nog uren terugrijden. Onverantwoord eigenlijk.”

De club kampt met een schuldlast van drie ton, bij banken, maar ook bij leveranciers. Andere clubs met financiële problemen vroegen recentelijk surseance van betaling aan of gingen helemaal failliet. Niet zelden maken ze daarna – schuldenvrij – onder een andere naam een doorstart. „Wij willen niet opgeven, maar hebben besloten vanaf nul opnieuw beginnen. Onze belangrijkste inkomstenbron zijn nu het lidmaatschapgeld van de speelsters. Op onze prijzenkast na bezitten we helemaal niks meer.”

In een soortgelijke situatie verkeert ook basketbalclub Ciudad Ros Casares, uit Valencia. Voorjaar 2012 won het vrouwenteam nog de Europa Cup. Enkele weken later maakte hoofdsponsor German Ros, een bekende projectontwikkelaar uit de stad, bekend dat hij niet langer een profteam kon onderhouden. Zijn ambitieuze nieuwbouwproject, waarvan het team de naam droeg, verkeerde in grote problemen. De appartementen en kantoorruimte bleken door het inklappen van de vastgoedmarkt onverkoopbaar. Er werd beslag op gelegd door de hoofdfinancier, de lokale spaarbank CAM. Een caja die een jaar eerder al zo was gaan wankelen dat de overheid de bank moest nationaliseren.

„Het geld is gewoon op in Spanje”, zegt trainer Toni Sánchez van Ros Casares. Het eerste vrouwenteam degradeerde na de zomer vrijwillig naar de derde divisie. De topspeelster zochten hun heil in competities buiten Spanje: China, Turkije, Polen, Rusland. Landen waar nog wel geld is. „En die sportief interessant zijn. Ook in de hoogste liga is het niveau sterk gedaald, met veel meer nationale en jongere spelers.”

Virginia Sáez en Laura Chahrour vinden het ondanks de teruggeschroefde ambities een eer om voor Ros Casares uit te komen. De twee zeventienjarige scholieres zijn nu veteranen in een team dat vorig seizoen nog op het hoogste Europese niveau speelde. „We blijven een van de beste teams van de regio Valencia”, vertelt Sáez, terwijl haar ploeggenoten op strafworpen trainen. Chahrour: „We moeten hard blijven werken en ambitie tonen.”

De club, denken beide meisjes, moet nu inzetten op de jeugdopleiding. Voor het aantrekken van dure, internationale topspeelsters zal de komende jaren toch geen geld zijn. „We moeten meer zoals FC Barcelona worden en minder als Real Madrid”, denkt Virginia, die een groot Barça-fan is.

„Van een land dat spelers importeerde zijn we een land geworden dat talent gaat exporteren”, zegt ook trainer Juan Antonio Pastor van handbalclub Elda Prestigio. Hij denkt dat crisis niet alleen negatieve gevolgen hoeft te hebben. „Voor de jeugdspelers van eigen kweek is het nu veel makkelijker om door te breken naar het eerste team. Dat kan ook motiverend werken. Ik heb in jaren niet zoveel plezier gehad als met deze ploeg. Ze willen heel graag.”

Toch zullen de komende jaren lastig blijven. Het handbalteam speelt dit seizoen in een regionale competitie, maar doet het zo goed dat promotie lonkt. Dan zou het volgend jaar ook in naburige regio’s moeten aantreden. Vicevoorzitter José Verdu: „Als we promoveren zullen we goed naar de cijfers moeten kijken. Want zoals de situatie nu is, kunnen we dat gewoon niet betalen.”

Van de bonden verwachten de clubs geen steun. Dezer dagen organiseert Spanje het WK handbal voor mannen, volgend jaar is het WK basketbal mannen in het land. Het maakt dat er nog minder aandacht en middelen vrijkomen voor de basis- en vrouwensport. Handbaltrainer Pastor: „Voetbal is in dit land dominant, en maakt het momenteel zo’n bloeiperiode door, dat het alle andere sporten naar het tweede plan drukt.”

In de media is amper aandacht voor andere sporten, helemaal voor die met vrouwelijke spelers. „Hier in Zuid-Europa gewoon weinig aandacht voor vrouwensport. Alleen als je een blonde Russische tennisster bent die het met de Spaanse zanger Enrique Iglesias doet, krijg je hier aandacht.”

    • Merijn de Waal