Wenen kissebist over dienstplicht

De Oostenrijkers mogen zich zondag in een referendum uitspreken over de dienstplicht. Zo nemen ze de politiek een lastig besluit uit handen.

De Oostenrijkse Minister van Binnenlandse Zaken Johanna Mikl-Leitner (ÖVP) is boos op haar collega van Sociale Zaken, Rudolf Hundstorfer (SPÖ). Hij adviseerde voorstanders van de militaire dienstplicht om zondag niet te gaan stemmen, bij het referendum over de vraag of Oostenrijk moet overstappen op een beroepsleger.

Is dat nou democratie, vroeg Mikl-Leitner zich af. Ze riep iedereen op te gaan stemmen, ongeacht het standpunt. En wie zich niet kon vinden in de argumenten van de sociaal-democratische SPÖ of in die van de conservatieve ÖVP, kon maar het beste de woorden van bondspresident Heinz Fischer ter harte nemen. Die heeft „zich altijd met een duidelijk ja uitgesproken voor de militaire dienstplicht en voor de vervangende dienstplicht” voor weigeraars – niet toevallig het standpunt van haar ÖVP.

De Oostenrijkse regering, een grote coalitie van ÖVP en SPÖ is verdeeld over het onderwerp. De ÖVP wil de bestaande situatie handhaven, de SPÖ is voor een beroepsleger en een vrijwillige en betaalde sociale dienstplicht. Om ruzie te voorkomen heeft minister van Defensie Norbert Darabos (SPÖ) gezegd de uitslag hoe dan ook te respecteren, zelfs als de opkomst heel laag is en het verschil tussen ja- en nee-stemmers gering.

De meeste commentatoren vinden dat de regering de verantwoordelijkheid voor een belangrijk maatschappelijk thema afschuift. De partijen hebben in de afgelopen weken niet serieus geprobeerd een eigen visie te ontvouwen over de rol van het leger en over de vraag of de dienstplicht nog steeds bijdraagt aan de democratische inbedding van het leger.

Er wordt niet gediscussieerd over de positie van de Oostenrijkse defensie in Europa, over deelname aan vredesmissies, over toetreding tot de NAVO of over het schrappen van de neutraliteit – een beginsel dat na de Tweede Wereldoorlog werd afgedwongen door de geallieerden.

In plaats daarvan kissebissen politici over de vraag wie straks de maatschappelijke dienstverlening – waaronder de hulpverlening na een natuurramp – moet betalen, die nu door dienstweigeraars wordt verricht. Een belangrijke vraag, schreef de krant Der Standard, maar die heeft niets te maken met een principieel besluit over het handhaven van de militaire dienstplicht.

Bij gebrek aan serieuze argumenten wordt er gedebatteerd over bijzaken. SPÖ-politicus Josef Ackerl ging het verst toen hij vorige week de dienstplicht vergeleek met de dwangarbeid onder het nationaal-socialisme. Ook hebben politici ineens de positie van de vrouw bij het debat betrokken. De SPÖ denkt dat er in een beroepsleger meer ruimte is voor vrouwen. De ÖVP ziet mogelijkheden om vrouwen op vrijwillige basis ‘Zivildienst’ (sociale dienstverlening) te laten doen.

Volgens opiniepeilingen is een meerderheid van de Oostenrijkers voor behoud van de dienstplicht. Een tegenvaller voor minister van Defensie Darabos, de grootste pleitbezorger van een beroepsleger en zelf nooit in dienst geweest. Ik was geen dienstweigeraar, maar heb bewust gekozen voor de civiele dienstplicht, zei hij in een interview. Voor de zekerheid waarschuwde premier Werner Faymann (SPÖ) alvast dat de uitslag geen consequenties heeft voor zijn positie.