‘Wees tégen iets!’

Elton John en Cher vielen voor hun hippiestijl. Geert de Rooij en Hans Demoed over 30 jaar The People of the Labyrinths. ‘Mensen die onze kleren dragen, groeten elkaar.’

In het hoofdkantoor van The People of the Labyrinths in het Arnhemse Spijkerkwartier staan de gangen bomvol kledingrekken. Er hangen pastelkleurige lammycoats, woeste bloezen vol tie-dye vlekken, dramatische, lange rokken van velours en tops met doolhofachtige dessins.

Oprichters Geert de Rooij (52) en Hans Demoed (52) hebben hun archieven doorgespit voor hun show op de openingsavond van de Amsterdam Fashion Week. Het merk bestaat inmiddels dertig jaar en toch wordt dit hun allereerste show in Nederland. Nederland was nooit erg belangrijk voor ‘The People’. Al snel nadat ze hun merk begonnen, hadden ze honderden verkooppunten over de hele wereld en konden ze sterren als Elizabeth Taylor, Cher en Elton John tot hun vaste klanten rekenen.

Hun ontwerpstijl is al die tijd vrijwel niet veranderd. The People of the Labyrinths maakt al dertig jaar kleurrijke, rijkelijk gedessineerde kleren met een hoog hippiegehalte, die niets met de mode te maken hebben.

„Mensen die ‘The People’ dragen, groeten elkaar, net als Harley Davidson-rijders”, zegt De Rooij. „En ze raken bevriend. Laatst kwamen twee People-fans elkaar tegen bij de garderobe van The Met in New York. Ze zagen dat ze allebei een jas van ons hadden, raakten in gesprek en gingen vervolgens samen uit eten. Dat doe je niet zo snel met een Vuitton-tas.” De klantenkring is divers. De Rooij: „Er was ooit een T-shirt dat door skaters in LA werd opgepikt én door rijke, oudere dames in Wenen. In onze winkel in Amsterdam kun je Connie Breukhoven of Mathilde Santing tegenkomen, maar ook Frank Rijkaard.”

Demoed en De Rooij zijn inmiddels 33 jaar een stel en wonen in een Arnhemse villa die tot de nok toe gevuld is met gekleurd glaswerk, een omvangrijke fotografieverzameling, weelderige vloerkleden, meubels die bekleed zijn met reststoffen uit collecties en honderden kunstboeken. Dat huis maakte veel los bij hun klanten, waardoor er al gauw een interieurcollectie kwam met stoelen, kussens en gordijnen. Daarnaast zijn er twee parfums en sinds 2011 is er een tweede lijn genaamd A.maze, die jonger, een tikkeltje modieuzer en de helft goedkoper is. Die collectie wordt ontworpen door Lonneke Demoed – de zus van Hans – die al twintig jaar voor ‘PotL’ ontwerpt.

Demoed en De Rooij ontmoetten elkaar toen ze als negentienjarigen bij elkaar in de klas belandden op de modeafdeling van de Arnhemse kunstacademie. Al gauw ontdekten ze dat ze een voorliefde voor decoratieve mode deelden. De Rooij: „In die tijd draaide alles om vorm. Er werden notenkrakers gemaakt waarvan je dacht: kan ik hier een noot mee kraken of is het gewoon een vierkant stuk metaal?” Demoed: „Op de modeafdeling moest je altijd kleding ontwerpen vanuit een driehoek, een vierkant of een cirkel. Daar hadden wij allebei zó tabak van.”

Om een statement te maken tegen dat minimalisme organiseerden ze ‘de begrafenis van het Bauhaus’. Inclusief doodskist en rouwkaarten die van tevoren werden rondgestuurd. Demoed: „We moesten op het matje komen bij de directeur, er waren klachtenbrieven binnengekomen uit de designwereld.” Maar de show, waar ze barokke hoepelrokken vol plastic versiering en glitter toonden, werd een succes.

Na hun afstuderen regelde trendvoorspeller Lidewij Edelkoort een stand op een belangrijke modebeurs in Parijs. Demoed: „De klanten kwamen binnen en trokken de kleren meteen uit onze handen. We moesten ons startstipendium terugbetalen omdat we te veel verdienden.” De Rooij: „Het was de tijd van Londen, Vivienne Westwood en new wave, daar pasten wij heel goed bij.”

Een paar jaar geleden hield Demoed het voor gezien. De Rooij: „Ik dacht: hij is niet serieus, die zit volgende week gewoon weer op kantoor.” Maar Demoed verkocht zijn aandelen aan De Rooij en kwam niet meer terug. „Na ruim 25 jaar in de mode vond ik het genoeg geweest,” zegt hij. „Ik hou van ontwerpen, maar ik was helemaal klaar met de commerciële zooi en het georganiseer eromheen.”

Sindsdien stort Demoed zich op lesgeven aan de modeopleiding in Arnhem en ontwerpt hij interieurs voor de allerrijksten der aarde met budgetten van tonnen. Hij ontfermt zich over de complete huisraad: van het glaswerk, tot de vloeren en de kunst. „Hilarisch, dan zit je opeens gigantische bedragen te bieden bij Christie’s.” Laatst richtte hij nog een jacht in Saoedi-Arabië in: „Je weet niet wat je ziet. De hele binnenkant moest compleet bekleed worden met wit leer dat met goud bedrukt was.”

Snack

De hoogtijdagen van The People of The Labyrinths zijn voorbij: de crisis heeft toegeslagen en de kleding past al jaren totaal niet bij het modebeeld. De Rooij: „Klanten die vroeger tien items per seizoen bestelden, kopen er sinds de crisis nog zes of zeven.” De afgelopen jaren gingen ze terug van 35 medewerkers naar zo’n twintig. De winkels in Moskou, Long Island, Knokke en Antwerpen gingen dicht. Wereldwijd verkopen ze momenteel zo’n zeven- à achtduizend items per seizoen: in de hoogtijdagen was dat het dubbele.

„Mode is een snack geworden”, zegt De Rooij. „Iedereen wil telkens het allernieuwste: de laatste it-bag, hét jurkje van het seizoen, en dat voor hooguit een paar tientjes bij H&M of Primark. Er is geen respect meer voor dingen die met de hand gemaakt zijn.” De kleding van PotL wordt met de hand bedrukt.

„Toen wij begonnen, was mode ook veel geëngageerder”, zegt Demoed. „Ik vraag mijn studenten vaak: waar ben je boos op? Maar niemand is boos. Ik heb al een paar keer gezegd: zet die aula op z’n kop! Wees tégen iets! Maar het is natuurlijk heel triest als iemand van in de vijftig dat tegen een stel kids moet zeggen.”

„En tegenwoordig moet je je kleren gratis opsturen naar beroemdheden en bloggers”, zegt De Rooij. „Wij gaven nooit iets gratis weg. Mensen als Liz Taylor en Elton John kochten alles zelf in de winkel.” Demoed: „Destijds was zoiets ook helemaal niet zo belangrijk. Je kwam David Hockney tegen op het vliegveld en die vroeg of we een truiontwerp konden maken. Dan ging je daar meteen zitten schetsen. Het ging er gezellig en toevallig aan toe. Het was geen money thing.”

„We zijn altijd wars van pr en commercie geweest”, zegt De Rooij. Daarom namen ze een paar jaar geleden een zakelijk directeur in dienst. „Maar ik kon het niet uitstáán dat iemand anders beslissingen nam”, zegt De Rooij. „Ik heb een enorme bemoeizucht, bij álles.”

Renzo Rosso, de grote baas bij Diesel, die al eerder modehuizen als Maison Martin Margiela en Viktor & Rolf opkocht – en wiens huis Demoed en De Rooij onlangs inrichtten – heeft het duo al een aantal keer gevraagd met een voorstel te komen. „Maar dan doe ik toch altijd een stapje terug”, zegt De Rooij. „Rationeel denk ik: heerlijk, dat doen we! Dan heb ik meer tijd om te reizen en te fotograferen. Maar emotioneel durf ik het niet.”

Inmiddels lijkt het weer bij te trekken: de daling in omzet is gestopt. Met dank aan de webshop, waar de verkoop in 2012 verviervoudigde.

Demoed en De Rooij verwachten niet dat hun openingsshow op de Amsterdam Fashion Week hun commercieel erg veel zal opleveren. Maar, zegt Demoed. „Er is toch niks op tegen om in deze suffige modetijd een feestje te bouwen?”