Wat is een leven zonder liefdesglans?

G ersz Rotlewi (1889-1920) was een Poolse Jood die het grootste deel van zijn leven onderdaan van het Russische rijk was, waardoor er verschillende spellingen van zijn voor- en achternaam in omloop zijn. Hij is een van de schakers, net als Jean Dufresne en Lionel Kieseritzky, die vooral voortleven als de verliezer van een onsterfelijke partij.

Na zijn prachtige overwinning op Levon Aronian in het Tata Steel-toernooi, die in de krant van woensdag stond, verwees Anand naar Rotlewi – Rubinstein, Lodz 1907, die veel met zijn eigen partij gemeen had. Hij was niet de enige die de overeenkomst had gezien. In die partij lijkt het of Rotlewi een zwakke speler was, maar dat was hij allerminst.

Van Rotlewi weten we weinig. Hij werd geboren en stierf in Lodz, maar de data zijn niet bekend. Over zijn leven voordat hij in 1905 in het schaakmilieu in Lodz opdook, is ook niets bekend. Zijn laatste toernooi was Karlsbad 1911, en dat was ook zijn grootste succes. Hij werd vierde in een veld van 26 spelers, achter Teichmann, Schlechter en Rubinstein, maar voor geweldige spelers als Marshall, Nimzowitsch, Vidmar, Aljechin en Tartakower. Het jaar daarvoor had hij samen met Rubinstein een toernooi in Warschau gewonnen en hij kreeg toen de schoonheidsprijs voor zijn overwinning op Bogoljubow.

We weten niet precies waarom hij na zijn grootste succes niet meer schaakte. Zware depressies en tuberculose zijn genoemd.

De schaakliteratuur heeft Rotlewi verwaarloosd, maar hij wordt mooi beschreven in het boek Subtile Jagde van de Duitse schrijver Ernst Jünger (1895-1998). Jüngers vader, een apotheker, had zich teruggetrokken op het platteland bij Rehburg, omdat hij vond dat een man na zijn 45ste niet meer moest werken. Zijn zoon Ernst was het daar mee eens, al vond die eigenlijk dat je met werken beter nooit kon beginnen.

De vader ging vaak naar Hannover om te schaken, en de beste schakers die hij daar trof liet hij af en toe bij zich thuis logeren. Een van hen was Rotlewi.

Ernst Jünger, die toen nog een kind was, beschrijft Rotlewi als lichamelijk en geestelijk kwijnend en als iemand die nog nooit buiten de grote stad was geweest, maar ondanks zijn ademnood genoot van de lange wandelingen in de natuur.

Op een van die wandelingen vroeg Ernst hem: „Mijnheer Rotlewi, ik houd het niet langer uit. Ik kan niet begrijpen waarom u zo droevig bent.” Rotlewi hief zijn handen ten hemel ‘als een profeet die na een lange tijd van droogte om regen smeekt’ en antwoordde met een dichtregel: „Wat is een leven zonder liefdesglans?”

Plotseling verdween Rotlewi uit hun leven en uit het schaakcafé in Hannover, en er verschenen ook geen berichten meer over hem. Jünger dacht dat hij waarschijnlijk in de Eerste Wereldoorlog gesneuveld was, maar dat is niet zo.

Wat is nu de mooiste partij, Rotlewi-Rubinstein of Aronian-Anand? De overeenkomsten zijn evident: de twee moordende zwarte lopers, de aanval met paard en dame tegen wits koning, en het motief dat zwart op h3 kan slaan omdat wits g-pion gepend staat door zwarts loper op b7.

De partij van Anand is diepzinniger en moeilijker, maar Rubinsteins combinatie, een perfect lopend mechaniek, heeft de klassieke schoonheid van de eenvoud. Er komt bij dat Anands overwinning veel te danken had aan voorbereiding met de computer, wat nu eenmaal bij het moderne schaak hoort, maar toch minder imponeert dan creativiteit aan het bord. Al met al stem ik voor Rubinstein, maar het is kantje boord.

Gersz Rotlewi-Akiba Rubinstein, Lodz 1907

1. d4 d5 2. Pf3 e6 3. e3 c5 4. c4 Pc6 5. Pc3 Pf6 6. dxc5 Lxc5 7. a3 a6 8. b4 Ld6 9. Lb2 0-0 10. Dd2 De7 11. Ld3 Het aannemen van het pionoffer met 11. cxd5 exd5 12. Pxd5 Pxd5 13. Dxd5 geeft zwart na 13...Td8 sterke aanval. 11...dxc4 12. Lxc4 b5 13. Ld3 Td8 14. De2 Lb7 15. 0-0 Wit heeft de opening onhandig gespeeld en is daarbij twee tempi kwijtgeraakt. 15...Pe5 16. Pxe5 Lxe5 17. f4 Lc7 18. e4 Tac8 19. e5 Lb6+ Nu zijn beide zwarte lopers moordenaars, net als in Anands partij. 20. Kh1 Pg4 21. Le4 Er was geen goede verdediging meer. 21...Dh4 Het is een beetje jammer dat het prozaïsche 21...Pxh2 ook makkelijk wint, maar gelukkig koos Rubinstein een andere en veel mooiere weg. 22. g3 22. h3 zou ook niet helpen na 22...Txc3. Een hoofdvariant die de aanvalsmotieven goed doet uitkomen is dan 23. Lxc3 Lxe4 24. Dxg4 (of 24. Dxe4 Dg3 en wit gaat mat) Dxg4 25. hxg4 25...Td3 en zwart dreigt zowel 26...Th3 mat als 26...Txc3.

Zie diagram rechtsboven.

Nu komt de prachtige slotcombinatie die in honderden schaakboeken is afgedrukt. 22...Txc3 23. gxh4 Td2 24. Dxd2 Wat wit ook doet, hij gaat mat. 24...Lxe4+ 25. Dg2 en nu het venijn in de staart: 25...Th3 Wit gaf op, hij gaat mat door Txh2.