Wat als je als amateurwielrenner naar doping grijpt?

Foto sxc.hu Foto sxc.hu

Toen Lance Armstrong deze week tegenover Oprah toegaf dat hij zeven keer de Tour won op doping, ging hij (misschien logisch) niet in op waar velen wel nieuwsgierig naar zijn: wat doet dat spul precies met je? Op welke manier merk je dat je sterker bent, meer inspanning aankan? Amateurwielrenner Andrew Tilin besloot uit nieuwsgierigheid zelf te gaan gebruiken.

Tilin, naast fietsfanaat ook journalist, was oorspronkelijk voor een artikel op zoek naar een amateurwielrenner die doping gebruikte. Die bestaan, was hem verzekerd, maar er een ontmoeten bleek lastig. Totdat hij bedacht: misschien moet ik die valsspelende amateurwielrenner zelf zijn.

Zijn drug of choice testosteron (of ‘T’) blijkt verrassend makkelijk te krijgen. De doping maakt hem fit en vitaal, maar ook agressief en lichtgeraakt.

Vier maanden later staat hij aan de start van een amateurwedstrijd.

“I slowly accelerated past a rainbow of jersey-wearing riders. When I neared the front, I kept going. Halfway up the climb, there was nobody ahead of me. One hundred feet from the top, I looked over my shoulder and saw 20 guys in a line, strung out down the hill. I had destroyed the field. Me and my buddy T. […[ ‘Take that, you motherfuckers,’ I muttered to myself.”

Lees het hele verhaal van Andrew Tilin bij Outside (3.112 woorden, ongeveer 14 minuten leestijd).

    • Peter Zantingh