Soms moet ik echt een nazi zijn

Woensdag opent het Filmfestival van Rotterdam met de Nederlandse film De Wederopstanding van een klootzak. Regisseur Guido van Driel (50) was tot dusver vooral bekend als striptekenaar.

Magie

„Magische momenten, daar geloof ik in. Een voorbeeld. Ooit maakte ik de strip De Fijnproever. Dat ging over Nico Bodewes, saxofoonrestaurateur en hoerenloper. Ik had hem hier in Café Latei ontmoet, de huiskamer van de Nieuwmarkt. Ik kom hier bijna elk dag. We maakten samen een foto, voor achterop het album. Op de achtergrond zie je een Japanse toerist. Bleek dat later fotograaf Nobuyoshi Araki te zijn van het beroemde fotoboek Tokyo Lucky Hole, over de Japanse seksindustrie. Wij maken een strip over hoerenlopen, schuifelt hij zomaar onze achterpagina binnen. Toeval, zeg jij dan. Ik geloof dat niet zo.”

Badr Hari

„Mijn film De wederopstanding van een klootzak is gebaseerd op de strip Om mekaar in Dokkum uit 2004. Die begon met het beeld van een crimineel, Ronnie, die een bijna-doodervaring heeft op een Sensation-Whitefeest, uit zijn lichaam treedt en boven de massa zweeft. We wilden die scène draaien op Sensation White, maar dat mocht niet. Het was een moordaanslag, daarmee willen zij niet in verband worden gebracht. In plaats daarvan kregen ze dat schandaal met Badr Hari. Wie weet hadden wij die avond in die skybox gefilmd en was er niks gebeurd. Ironie toch?”

Godperspectief

„Dat shot boven die massa hoort bij mij. Al mijn strips bevatten een panorama, een God-perspectief. Ik klim graag in hoge gebouwen. Over je eigen stad uitkijken, dat kriebelende gevoel dat er van alles gebeurt in die vertrouwde omgeving.”

Mystiek

„Ik ben geboren in Buitenveldert in 1962. In de jaren zeventig verhuisden we naar Zaandam, in de jaren tachtig keerde ik terug naar Amsterdam voor mijn studie. Dat is wat ik van de wereld weet: Amsterdam, Zaandam en terug. Mijn vader werkte voor een dochterbedrijf van het Duitse staalconcern Thyssen, mijn moeder was huisvrouw. Een liefdevol gezin, met veel interesse voor levensbeschouwing, antroposofie, Krishnamurti, Rudolf Steiner.”

Zelfmoord

„Mijn grootvader deed aan spiritisme en hypnotiseerde mensen. Ik was dol op hem, hij nam me mee naar films van Laurel en Hardy. In 1971 hing hij zich op, de eerste grote schok in mijn leven. Mijn moeder kreeg angstaanvallen en voelde zijn geest rond ons zweven. Dat doet iets met je fantasie, denk ik.

Een mysticus mag je mij best noemen. Ik herken me erg in de levensvisie van de film American Beauty. Dat er een verborgen wereld schuilgaat achter de dingen, een weldadige kracht. Die zie je in een plastic zakje dat in de wind wervelt. Je hoeft niet bang te zijn. Maar ik weiger over God te praten. Mystiek is één ding, ga je de zaken verklaren dan wordt het saai. Alsof je een mop uitlegt.”

Rietveld

„In de jaren tachtig studeerde ik geschiedenis, na een mislukte poging op de Rietveld Academie te komen. Ik had geen idee van de mindset van een kunstenaar. Een paar strips, wat naakttekeningen van vriendinnen die ik uit de kleren had weten te kletsen: dat was het. Des te beter, zo moest ik alles zelf leren.”

Strip

„Ik zie mezelf niet als een heel goede tekenaar, zoals Peter Pontiac. Ik mis precisie en moet mijn best doen om mijn personages er elk plaatje hetzelfde uit te laten zien. Ik ken mijn beperkingen, ik zie veel tekenaars en regisseurs die veel beter zijn dan ik. Maar ik heb wel iets te zeggen. Alles kwam voor mij samen bij de strip De Fijnproever, toen ik voor het eerst met acrylverf op zwart papier werkte. Je wilt licht dat ’s nachts uit een raam valt, en dan blijkt een stipje wit en geel alles wat je nodig hebt. Ik vind dat mijn strips een aangename duisternis hebben. De Belgen appreciëren dat. Hier zeggen ze: mooi hoor, maar wel een beetje somber.”

Critic’s darling

„Als stripmaker was ik een ‘critic’s darling’. Aan complimenten, prijzen, opdrachten en beurzen geen gebrek. Maar het bereik van literaire strips, of graphic novels, is beperkt. Mijn oplages variëren van twee- tot vierduizend stuks. Ik signeer niet graag op stripbeurzen. Dan zit ik achter mij tafeltje duimen te draaien. Heel ontmoedigend.”

Film

„Niet dat ik daarom nu een film maak. Ik keek altijd al veel films en dacht soms: dat kan ik ook! Ik kocht in 2000 een camera en verkocht een documentaire aan de VPRO, over de zonderling Frank Laufer. Ik hoorde vaak dat mijn strips filmisch zijn, zeker over Om mekaar in Dokkum. Dus maakte ik met mijn oude vriend Bas Blokker een script. We liepen er zes jaar mee rond, en maar roepen dat het een speelfilm werd. Het werd bijna gênant. Of de film stripachtig is? Ik heb wel iets met types, gangsters hebben baarden, snorren, bakkebaarden. Maar dan plaats ik ze wel in een banale vinexwijk. Om het echt te houden.”

Tarantino

„Producent Frans van Gestel van Motel Films vond het een prachtig script. Hoe ik me de film voorstelde? Iets tussen Tarantino en Tarkovski in, zei ik. Dat citaat achtervolgt me. Ik vind een pakkend verhaal en leuke dialogen belangrijk. Jeroen Willems die als gangster een dreigend verhaal houdt over een verminkte kanarie. We namen dat op de tweede draaidag op, je zag iedereen kijken. Wow, dit kan interessant worden.”

Tarkovski

„Ik wil ook tonen hoe iemand het leven ervaart. Niet alles staat in dienst van de plot, dan wordt het te gestroomlijnd. In De wederopstanding van een klootzak zoekt gangster Ronnie in Dokkum naar degene die een aanslag op hem pleegde, maar hij kan zich zomaar verliezen in een forel met granaatappelpitjes. Dat heb ik ook. Ik fiets naar dit interview en zie een boom heel dicht tegen de gevel van een huis staan. Aan de kant van het huis groeit geen tak, die zitten alleen aan de andere kant. Alsof die boom weet dat er een huis staat. Opeens zie ik dat dan.”

Slapeloosheid

„Op de set heb ik enorme dieptepunten gekend, ook door de slapeloosheid waaraan ik soms lijd. Het is geen piekeren, het is slapeloosheid die je slapeloos maakt. Je wilt getuige zijn van het moment dat je in slaap valt. Verdomd, ik ben nog steeds wakker. Je glijdt weg en denkt: nu! En ben je gelijk weer wakker. Voor en tijdens de opnames gebeurde het dat ik vier nachten niet sliep. Afschuwelijk. Ik word traag en verwijt mezelf dat dan weer. Op setfoto’s zie ik mezelf nu rondlopen met zo’n getormenteerde kanis. Van nature ben ik best zonnig, maar dan word ik heel zwartgallig.”

Beslissingen

„Over een stripalbum doe ik twee, soms vier jaar. Ze zeggen: eerst plot en structuur, dan de details. Bij mij gaat dat andersom. Met losse scènes, plaatjes. Ik orden die, schuif er plaatjes tussen. Tastend en ploeterend ontdek ik het verhaal en vertrouw op mijn gut feeling dat het goed afloopt. Als ik vastloop, heb ik een bak met fiches vol ideeën, anekdotes en citaten. In de film zegt iemand dat hij zich voelt als een gepelde garnaal. Dat is van Peter Pontiac, die voelde zich zo toen hij was afgekickt. Prachtig. Soms gebruik ik iets van twintig jaar geleden.”

Militaire operatie

„Film werkt anders, alles is gepland; het is een militaire operatie. Een regisseur moet zo veel beslissingen nemen. In de preproductie overviel me dat. Op één dag bezoek je locaties, neem je audities af, decoupeer je scènes, repeteer je. Ik was al doodmoe toen het draaien begon.”

Haantje

„Veel mensen verwachten dat een regisseur als een haantje over de set paradeert. Cameraman Lennart Hillege zei soms: morgen moet je echt een nazi zijn. We moeten zoveel doen, de beuk erin! Dat lukt me niet, ik ben te lief. Ik ga op elke vraag in, terwijl je op de set maar een paar kanalen open moet houden. Anders verlies je contact met je verhaal.”

Van Wageningen

„Tussen mij en hoofdrolspeler Yorick van Wageningen boterde het niet. Hij was enthousiast over het script, maar er ging iets mis toen ik bij een repetitie zei dat hij niet zo moest mompelen. In de draaiperiode leek hij allergisch voor mij. Dat overviel me, ik zag het niet aankomen. Maar later kreeg ik ook een hekel aan hem. Dat laat onverlet dat hij fantastisch speelt en soms gelijk had: dat mompelen werkte prima. Een film is een Gesamtkunstwerk, iedereen doet zijn ding. Het hoeft niet allemaal zo gezellig te zijn.”

Suburbia

„Ik heb twintig pagina’s klaar van een volgende strip, Suburbia Hollandia, maar blijf nu even film maken, er ligt al een volgend script bij het Filmfonds. Dat filmcritici mij in de Volkskrant tot Talent van het Jaar kozen, helpt ook. Op mijn vijftigste ja. Beter een laatbloeier dan een wonderkind.”

    • Ringel Goslinga
    • Coen van Zwol