Opinie

SNS en het vastgoed: ook na de primeur moet de krant paraat zijn

Je hebt een daverende primeur, en dan heb je beeldvorming.

NRC Handelsblad bracht op de valreep van het oude jaar een uitgebreid onderzoeksstuk over de vastgoedmisère van SNS Reaal (SNS gaat kapot aan vastgoed, 29 december).

Het verhaal van verslaggevers Esther Rosenberg en Tom Kreling besloeg vier pagina’s, met een nieuwsbericht voor in de krant (SNS negeerde waarschuwing). Gesplitst in twee delen: één over een rapport van Ernst & Young en dreigende, dramatische verliezen voor de bank, en één over een onderzoek naar veertien vastgoedprojecten.

SNS sloeg hard terug. De bank reageerde met een eis tot rectificatie en een brief van vijf pagina’s, die op de site van de krant kwam en ook aan andere media werd gestuurd. Daarin werd de berichtgeving getypeerd als onjuist en „tendentieus”. Ook zou de bank te weinig tijd hebben gekregen voor wederhoor: ruim 24 uur.

Dat had effect. De site van RTLZ plaatste een bericht met de kop SNS Reaal woedend op het NRC. Op zaterdag concludeerde de Volkskrant over het nieuws: „Wat opvalt: het lukt de bank om dit te overschaduwen met haar kritiek op NRC.”

Die beeldvorming leidde tot een forse kater op de redactie. Had de krant niet veel actiever de publiciteit rond de primeur moeten sturen, via Twitter of elders? De krant staat vierkant achter het verhaal, maar kwam opeens in de sociale media op achterstand.

Voor een deel is dat bij dergelijk nieuws onvermijdelijk. De krant baseert zich nu eenmaal op interne documenten van de bank die niet vrijelijk beschikbaar zijn – terwijl de uitvoerige reactie van SNS dat wel is. Om redenen van bronbescherming kan de krant een deel van die documenten ook niet zomaar op de site zetten.

En dus ontstond er een woordenstrijd over het nieuws waarmee de krant de productie had aangekeild, het rapport van Ernst & Young. SNS negeerde volgens de verslaggevers een „waarschuwing” om dreigende verliezen van 1,2 miljard af te boeken. Volgens SNS is dat een onjuiste interpretatie van het rapport. Dat was louter een „scenarioanalyse” geweest voor de „stresstests” die de bank regelmatig uitvoert, en geen formeel advies over verliezen die in de jaarcijfers moeten worden vermeld.

Wat die zaak compliceert, is dat de krant nu net dit ene rapport niet in bezit heeft. De verslaggevers hebben het wel, herhaaldelijk, kunnen lezen en er aantekeningen uit gemaakt. Ook de chef Economie, die het verhaal begeleidde, Jan Meeus, kreeg er inzage in.

Zij houden vol dat dit rapport geen ,,stresstest’’ is, maar een feitelijke analyse van de vastgoedportefeuille van SNS Reaal. Ernstig genoeg, los van de formele status van het rapport. Het bedrag van circa 1,2 miljard is daarin het „basisscenario” aan verwachte verliezen. Ja, naast een worstcasescenario bij rampen en een lager bedrag als het meezit. Meeus: „Die 1,2 miljard hebben we genoemd omdat dat het uitgangspunt is in het rapport. Dat is geen theoretische oefening.’’

Goed, alleen had die nadere uitleg ook wel in het stuk mogen staan. Nu was dat al lang, maar ik zou zeggen: als je zo uitpakt, leg het dan ook zo compleet mogelijk uit. Het is materie waar veel lezers, ondergetekende incluis, niet in thuis zijn. Een begrippenlijstje had ook geen kwaad gekund.

Maar uiteindelijk leidt zulke woordenstrijd af van de hoofdzaak: het stuk van Rosenberg en Kreling gaf een knap uitgezocht, onthutsend en gedetailleerd beeld van de toestand van de vastgoedpoot van SNS Reaal, dat ik nog nergens had gelezen. Daar gaat het om.

Overigens, juist omdat het zo’n rijk stuk was, had de krant ook, misschien zelfs beter, een ander element kunnen nemen om het aan te keilen. Zoals de onthulling dat een integriteitsbureau in 2011 veertien vastgoedprojecten van de bank onderzocht op onregelmatigheden, en die overal aantrof.

Dat was niet alleen ook nieuws, het was bovendien voor een leek goed te begrijpen, en minder vatbaar voor interpretatiestrijd en gehakketak over jargon. Maar goed, dat is wijsheid achteraf.

Wat had de krant nu nog meer kunnen doen na de publicatie?

Een redacteur die met lede ogen zag hoe de „prachtige primeur” in de publiciteit werd „omgebogen tot een canard” vindt dat de krant niet meer alleen verantwoordelijk is voor het nieuws, maar ook voor de „perceptie” ervan. De stoïcijnse opvatting dat de bal het werk moet doen, is niet vol te houden in het tijdperk van spin en contraspin.

Goed punt, maar ook glad ijs. Want hoe ver moet een krant gaan in ‘primeurmanagement’?

Uiteraard moet groot nieuws stevig worden begeleid. Er moet een draaiboek klaarliggen, het moet duidelijk zijn wie de woordvoering doet, en de betrokken verslaggevers moeten beschikbaar zijn voor uitleg. Zoals de ‘tegenpartij’ dat, met woordvoerders en persberichten, ook organiseert.

Soms gaat het ook zo. Alleen, nu speelde de Kerstvakantie niet alleen de bank, maar ook de krant parten. De redactie was na de publicatie onderbezet door vakanties en ziekte. Dat had beter gekund, vinden achteraf alle betrokkenen.

Maar dat is nog iets anders dan proberen een verhaal te spinnen of een beeld ‘neer te zetten’, zoals het onder voorlichters heet. De feiten moeten spreken. En de krant blijft die feiten, ook na publicatie, idealiter helder presenteren, toelichten en kritiek pareren. Goeie organisatie maakt spinnen overbodig.

Trouwens, het duurde wel even, maar na het nieuws van Rosenberg en Kreling hebben ook andere media de vastgoedperikelen van SNS opgepakt. Die bevestigen de ernst van de situatie onverkort.

De waarheid blijft de beste verdediging, ook anno 2012.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Zijn oordeel is persoonlijk, en staat los van dat van de (hoofd)redactie.

Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl