’s Winters op ski’s de Zuidpool over

expedities

Een eeuw na de heroïsche tochten van Amundsen en Scott is de geografische zuidpool nog altijd een magneet voor avonturiers.

Iemand in het testteam van Ran Fiennes had bij -40 °C even zijn handschoenen uitgetrokken om apparaten te bedienen. Na opwarming volgde deze ontstekingsreactie. Het is uiteindelijk wel weer goed gekomen.

Zes maanden lang langlaufen over een afstand van bijna 4.000 kilometer, grotendeels in het pikkedonker en bij temperaturen tot -70 graden Celsius, of zelfs lager. Dat is de uitdaging waarvoor de Britse avonturier Sir Ranulph Fiennes (68) staat. In de expeditie die The Coldest Journey is gedoopt, onderneemt Fiennes als eerste ter wereld een poging om het zuidpoolcontinent op eigen kracht, op ski’s, in de winter over te steken.

“De extreme kou zal de grootste vijand zijn”, zegt de Britse arts Mike Stroud per satelliettelefoon vanaf de S. A. Algulhas, het schip dat de expeditie naar het basiskamp op Antarctica brengt. Dit weekend komen ze er aan en treffen ze de laatste voorbereidingen voor hun vertrek op 21 maart.

De expeditie was Strouds idee, maar uiteindelijk gaat hij zelf niet mee. “Omdat ik niet zo lang weg kan zijn van mijn werk als arts in het ziekenhuis van Southampton”, verklaart hij. Op afstand leidt hij het medisch-wetenschappelijke deel van de expeditie. Stroud en Fiennes waren in 1992/’93 de eersten die op eigen kracht de Zuidpool overstaken. Maar vlak voor het eind (ze hoefden alleen de bevroren Weddellzee nog maar over te steken) moesten ze uitgeput opgeven. Ze werden opgehaald.

De winterexpeditie moest een soortgelijke world’s first worden. Maar al gauw bleek dat de mannen van het Britse ministerie van buitenlandse zaken geen toestemming kregen voor zo’n onderneming. Dat lukte wel nadat de expeditie was opgetuigd met een gemotoriseerde karavaan, waardoor hij geheel zelfvoorzienend zou zijn. Het plan is dat Sir Ran samen met een telkens wisselend tweede expeditielid op langlaufski’s twee rupsvoertuigen leidt. Die slepen ieder een mobiele cabine voort: een met slaap- en leefruimte, de ander met een mobiele wekplaats en een ruimte voor wetenschappelijke experimenten (naar o.a. bacteriën en hoe het lichaam op kou reageert). Daarachter komen dan nog sledes met voedselvoorraden en speciale brandstof die niet kan bevriezen. In totaal gaan zes mannen mee, het zogeheten ice team. Per dag moeten ze gemiddeld 35 kilometer afleggen.

De expeditieleden die de karavaan leiden, dragen geavanceerde isolerende kleding inclusief extra lagen die zij kunnen toevoegen naar gelang de omstandigheden. Hun handschoenen en voetzolen zijn verwarmd. Maar verwacht daar niet te veel van, waarschuwt Stroud: “De warmte die dat geeft is maar heel beperkt. Ik vrees daarom dat we desondanks rekening moeten houden met bevriezing van tenen en vingers.”

Expeditiearts Rob Lambert moet ter plaatse medische hulp geven. Expeditieleden die niet meer verder kunnen, worden in de verwarmde cabine verder vervoerd. Een reddingsoperatie van buitenaf is uitgesloten. Vliegtuigen kunnen in het donker niet landen bij deze extreme kou.

Noordpoolcollega

Halverwege, vlakbij de geografische zuidpool, komt de expeditie wel het permanent bemande Scott-Amundsen onderzoeksstation tegen. “Ze weten dat we langskomen, maar de beherende organisaties hebben laten weten dat we niet moeten rekenen op hulp. Ze zijn er niet op toegerust om reddingsexpedities op te zetten”, zegt Stroud. Maar als de nood aan de man komt, rekenen de Britten er wel op dat ze bijvoorbeeld een gewonde kunnen achterlaten voor latere evacuatie.

De Noor Børge Ousland, die in 2006 samen met Mike Horn als eerste ter wereld op eigen kracht de Noordpool in de winter wist te bereiken, is een van de weinigen die uit ervaring weet wat Ran Fiennes en zijn mannen ongeveer te wachten staat. Ousland zegt dat hij destijds vooral van zijn heroïsche wintertocht genoot: “Je voelt je uitermate kwetsbaar, maar tegelijkertijd springlevend. Het is alsof je op een andere planeet bent, prachtig maar heel intens. Al je zintuigen zijn overprikkeld, omdat je voortdurend moet opletten. De constante duisternis put je mentaal uit. Fysiek is het ook slopend omdat de slede bij koude heel zwaar gaat, alsof je hem over zand voorttrekt. Alles raakt vochtig en bevroren – tent, slaapzak en kleding – en er is geen zon om het te drogen. Maar Fiennes zal van dat laatste geen last hebben, want ik begreep dat hij slaapt in een verwarmde cabine.”

Het is niet op voorhand uit te maken welke wintertocht lastiger is, die naar de Zuidpool of die naar de Noordpool, zegt Ousland: “Beide ondernemingen zijn extreem moeilijk. Op de Noordpool heb je te maken met dun en kruiend ijs, en van tijd tot tijd met hongerige ijsberen. Op de Zuidpool zijn de temperaturen veel lager en staat er veel meer wind.”

De Zuid-Afrikaanse inspanningsfysioloog Tim Noakes (Universiteit van Kaapstad) denkt dat de tocht ondanks de ondersteuning van een gemotoriseerde karavaan het uiterste van de deelnemers zal vergen. “Hun energieverbruik zal in de buurt komen van dat van de leden van het onfortuinlijke expeditieteam van Scott. Dat was, gemeten in energieverbruik, met een miljoen calorieën de grootste prestatie ooit in de menselijke geschiedenis.” Ook zullen kou en afwezigheid van zonlicht “verwoestend uitwerken op hun geestelijke toestand”, denkt Noakes. “Ze zullen gegarandeerd last krijgen van depressies, tenzij ze een manier vinden om dagelijks aan lichttherapie te doen. Sir Ran’s leeftijd en medische toestand [hij kreeg eerder een hartaanval, SV] compliceren de expeditie. Dat zou de balans naar de verkeerde kant kunnen doen doorslaan. Dat is geen kritiek, maar een feit.”

Maar medisch-wetenschappelijk leider Stroud maakt zich de grootste zorgen over het materieel. De rupsvoertuigen zijn wel getest in het noorden van Zweden bij temperaturen van -40, maar op de Zuidpool is het veel langer veel kouder. Het risico bestaat ook dat de voertuigen vastraken in een ijsspleet. “De twee langlaufers vooraan trekken daarom een slee achter zich aan met een grondradar die de achterop komende voertuigen moet waarschuwen voor ondergesneeuwde diepe spleten.”

Als de voertuigen het laten afweten, zullen de expeditieleden te voet, of bij gunstige wind voortgetrokken door een paraglider, verder moeten gaan. Maar daarin schuilt wel een groot risico, zegt Stroud: “In de winter is de actieradius zonder externe ondersteuning ernstig beperkt. Door de koude krijgt de sneeuw veel meer wrijving waardoor de slede met voorraden die een man kan trekken niet meer dan 100 of 130 kilo kan zijn. En het is onmogelijk om bij 70 graden vorst zuinig met brandstof om te springen, nodig om je tentje op te warmen.”

Ousland zegt dat hij, hoewel hij “een fan is van deze koppige Engelsman”, het zelf nooit zo zou aanpakken. “Ik zou mijn eigen slede trekken, met alle voorraden die nodig zijn. Dat is de enige manier voor mij. En ik hoop toch niet dat ik ooit op mijn 68ste midden in de winter naar de pool zou skiën: er moeten betere manieren zijn om te sterven.”

Sander Voormolen publiceerde vorig jaar het boek IJzeren wil: De wetenschap achter durfals (Bert Bakker)

    • Sander Voormolen