Op naar de tropische zuidpool

Als je maar ver genoeg terug gaat in de tijd wordt alles anders. Ooit was het warm op de zuidpool.

Als je een tijdmachine hebt, moet je eens 50 miljoen jaar terug gaan. Naar Oost-Antarctica, naar wat nu Wilkesland heet. Tegenwoordig loop je daar tussen ijs en sneeuw. Maar 50 miljoen jaar geleden waren daar mooie subtropische stranden met palmen en van die gekke baobab-bomen. Maar het absurde is: in dat fijne vakantieland was het in de winter wel twee maanden lang donker. In de zomer had je er twee maanden permanent licht.

En je kan ook 100 miljoen jaar terug gaan. Toen leefden er zelfs dinosauriërs op Antarctica. Dit worden de gekste vakanties die je ooit beleefd hebt.

Wat deden die dino’s in het donker? Slapen? En hoe kunnen al die planten overleven met zo weinig licht in de winter? Misschien, denken geleerden, omdat er – in ieder geval 50 miljoen jaar geleden – twee keer zoveel CO2 in de atmosfeer zat als nu. Dat vinden planten prettig. Door dat broeikasgas CO2 was het toen ook overal op aarde ontzettend warm.

Maar er is nóg een reden waarom het klimaat op de zuidpool vroeger beter was. Dat komt door de eeuwige verschuiving van de continenten. Antarctica drijft al honderden miljoenen jaren zo’n beetje bij de zuidpool rond, daar ligt het niet aan. Maar 50 miljoen jaar geleden was dat continent wel veel groter. Australië zat nog helemaal vast aan Antarctica. En ook Zuid-Amerika zat nog aan Antarctica vast.

Vooral dat laatste is erg belangrijk. Want Zuid-Amerika strekt zich helemaal uit naar het noorden, tot voorbij de evenaar. Dat is tegenwoordig zo, maar toen ook al.

Oceaanwater dat bij de evenaar opwarmde, kon toen makkelijk doorklotsen naar het zuiden, tot bij Antarctica. Maar Zuid-Amerika schoof langzaam naar het noorden (net als Australië aan de andere kant). En toen gebeurde er voor liefhebbers van warmte iets verschrikkelijks: er ontstond 30 à 20 miljoen jaar geleden een cirkelvormige stroming van zeewater rond Antarctica, met de klok mee. Eeuwig gaat dat water nu rond. In acht jaar ben je helemaal rondgestroomd. Het is de grootste oceaanstroming ter wereld, ongelofelijk diep: tot 3.000 meter en wel tweeduizend kilometer breed.

Zo kan er nooit meer lekker warm water uit het noorden bij Antarctica komen. Vooral dáárom ligt er nu zo’n dikke plak ijs op de zuidpool. Als er zo’n stroming rond de noordpool bestond (maar daaromheen ligt juist allemaal land) dan zou het Noordpoolijs in de winter soms tot aan Engeland komen.

    • Hendrik Spiering