Niet te oud om te werken

37% van de Nederlanders wil ook na de pensioenleeftijd doorwerken. Maar soms is er tegenwerking. „Helaas, u bent te oud.”

PORTRET VAN NEL VAN DER BURG COPYRIGHT ROBIN UTREXHT FOTOGRAFIE

Door onze redacteur

Wat bezielt iemand van 74 om advocaat te worden? Dat vroeg de deken van de Orde van Advocaten van Den Bosch. Oud-rechter Henk van Eck: „Vrijwel meteen kreeg ik de mededeling: meneer Van Eck, wij gaan alles doen in ons vermogen om u de toegang tot de advocatuur te ontzeggen. Op uw leeftijd zou u achteruit moeten gaan kijken en niet vooruit.”

Henk van Eck is een juridische laatbloeier. Op zijn 57ste verkocht hij zijn ingenieursbureau en schreef zich in voor een studie rechten aan de Open Universiteit in Eindhoven. Drie jaar later studeerde hij af in civiel recht. Omdat hij als ingenieur twintig jaar ervaring had met arbitragezaken, kon hij meteen aan de slag als rechter-plaatsvervanger in Arnhem en Roermond. Tien jaar later moest hij stoppen: net als bij de Hoge Colleges van Staat, zoals de Algemene Rekenkamer, is de verplichte pensioenleeftijd voor rechters 70 jaar.

„Ik kreeg juist het gevoel dat ik op stoom begon te raken. Als je jurist bent, moet je toch een paar jaar in het vak rond hebben geploegd. Ik begon net goed te worden, het leuk te vinden, en toen moest ik ophouden. Wat kan nog wel? vroeg ik me af. Nou, in de advocatuur bestaat geen leeftijdsgrens.”

Als 70-jarige jurist kan Van Eck nog wel als arbiter in de geschillenbeslechting optreden en procedures voor cliënten voeren bij het kantongerecht, maar hij werd ook benaderd voor interessante zaken van rechtbankniveau. Die mogen alleen door advocaten gevoerd worden. Van Eck besloot opnieuw tot een carrière-switch. Normaal begin je dan als advocaat-stagiair bij een advocatenkantoor, maar voor juristen met veel ervaring is er een eenvoudigere route: het buitenpatronaat. Een 56-jarig lid van zijn Lions Club – een soort Rotary – wilde hem die begeleiding graag bieden en als patroon optreden. Samen gingen ze op gesprek bij de deken, die verantwoordelijk is voor het toezicht op de advocatuur in het arrondissement van Den Bosch.

Van Eck: „Mijn patroon heeft 32 jaar ervaring, maar volgens de deken was het leeftijdsverschil tussen ons te groot. Hij zou niet genoeg overwicht hebben om me te kunnen aansturen. Die deken is ervan overtuigd dat iemand van 70 of 74 die advocaat wil worden, niet serieus kan zijn. Dat is zijn idée fixe. Ik kreeg zo veel tegenstand dat ik dacht: nu gaat het gebeuren ook. Mijn verzoek tot een oriënterend gesprek werd langzaam een ongebreidelde wens om tot de advocatuur door te dringen.”

De oud-rechter uit het Brabantse Leende ging bij de landelijke Orde van Advocaten in beroep tegen de beslissing van de deken en diende een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens (de voormalige Commissie Gelijke Behandeling). Leeftijdsdiscriminatie, oordeelde het college enkele weken geleden.

Van Ecks levensloop is bijzonder, leeftijdsdiscriminatie is dat niet. In 2011 was het de meest voorkomende discriminatiegrond. Een kwart van de 221 oordelen van het mensenrechtencollege had er betrekking op, het leeuwendeel daarvan ging over de arbeidsmarkt en werd door 50-plussers ingebracht.

„Die deken denkt: iemand van die leeftijd, dat kan alleen maar flauwekul zijn. Om te laten zien dat ik hard werk en open sta voor mijn klanten, vertelde ik dat ik tijdens een vakantie met mijn vrouw met behulp van mijn Blackberry en iPad een hele zaak heb uitgewerkt. Dat vond mijn vrouw niet leuk, maar ik heb die zaak wel gewonnen. De deken maakt er dan van dat ik denk dat ik in mijn camper advocaatje kan spelen.”

Ook de landelijke Orde van Advocaten gaf Van Eck gelijk. De deken van Den Bosch kreeg een tik op de vingers en moest een nieuw, positief besluit nemen. Dat deed hij niet. In oktober kreeg Van Eck opnieuw te horen dat zijn buitenpatronaat was afgekeurd. Hij ging wederom in beroep, de zaak dient begin februari.

„Ik geef niet op, want ik denk dat ik met mijn technische kennis echt iets voor de advocatuur kan betekenen. Als rechter en arbiter heb ik honderden stukken gelezen over technische en bouwkundige problemen: eisen, antwoorden, repliek en dupliek. In alle mogelijke varianten. Er zijn weinig advocaten die het helder opschrijven voor een rechter. Er zijn er veel die het slecht doen.”

Schotel Van Eck een technisch ingewikkelde kwestie voor en hij raakt in zijn element. Droevige verhalen zijn het vaak – dat wel. Mensen hebben vaak hoge verwachtingen van hun nieuwe machine en zijn enorm teleurgesteld als die niet doet wat ze hoopten. Zo behandelde hij eens een rechtszaak over een smeltkaasmachine. Die moest in een rotvaart warme smeerkaas in duizenden kuipjes gieten. Met het tempo was niks mis, maar de kuipjes smolten mee.

„Als ik wel word beëdigd, kan ik meteen als advocaat aan de slag. Mijn patroon moet dan alleen de stukken controleren die ik produceer. Ik heb het gevoel dat ik tot mijn 80ste of 85ste kan doorgaan. Mijn moeder is 99 geworden. Op haar 85ste deed ze nog examens bij Alliance Française. Ik heb een afgrijselijke hekel aan oud worden. Als je actief blijft, blijft je brein ook werken.”

Veel ouderen denken er zo over. Actief blijven is een belangrijke reden om door te werken. In het kader van het ‘Europees Jaar voor actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties’ voerde de Europese Commissie vorig jaar een onderzoek uit. Wat blijkt: 37 procent van de Nederlanders wil doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd. Het Europese gemiddelde lag op 33 procent.

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien dat er vooralsnog een duidelijk verschil is tussen wil en werkelijkheid. In de leeftijdsgroep 65 tot 70 jaar steeg het aantal werkenden in vijf jaar tijd met een kwart naar 12,4 procent (110.000 mensen). Onder de groep van 70- tot 75-jarigen verdubbelde het aantal werkenden naar 6 procent (ruim 40.000).

Van Eck hoopt dat hij binnenkort als advocaat meetelt in die statistieken. „Mijn vrouw begint een afgrijzen te krijgen van de oubolligheid van de advocatuur. Je bent hartstikke gek dat je je in dat gezelschap gaat mengen, zegt ze. Ik begin er ook wel eens over te twijfelen, maar ik vind dit werk zo verschrikkelijk leuk.”