Met zijn allen naar het zuiden

Toerisme Antarctica trekt steeds meer toeristen, vissers, wetenschappers, avonturiers. Hoezo, ongerept?

ANTARTICA - FEBRUARY 2006 : Gentoo Penguins and tourists on Goudier Island with the cruise ship "Le Diamant" in the background during a voyage to Antarctica on a ship called "Le Diamant" during February 2006. (Photo by Michel Setboun/Getty Images) Getty Images

De Zuidpool geldt als een van de laatste maagdelijke gebieden op aarde. Maar wat is er maagdelijk aan als jaarlijks tienduizenden toeristen er naartoe reizen? In 1990 telde de internationale associatie van touroperators voor Antarctica, de IAATO, een paar duizend Zuidpooltoeristen. Vorig jaar was dat aantal gegroeid naar 26.500. En dat is exclusief de bemanning van al die cruiseschepen – ook nog eens 14.000 mensen.

Wat zijn de gevolgen van dat groeiende toerisme voor de natuur op en rond de Zuidpool? En hoe verhoudt zich dat tot andere bedreigingen, zoals klimaatverandering en de oprukkende visserij?

Op die laatste vraag is geen antwoord te geven, zegt Machiel Lamers, voorzitter van het International Polar Tourism Research Network. Het ontbreekt structureel aan langetermijnonderzoek naar de diverse bedreigingen. Laat staan naar hun samenhang.

Wat Lamers wel ziet, als hij specifiek over toerisme praat, is een toename van het aantal cruiseschepen – hoewel het de laatste jaren door de economische crisis is gestabiliseerd. De schepen worden ook groter. Sommige vervoeren makkelijk 2.500 passagiers. En de touroperators bieden steeds uitbundigere activiteiten aan. Niet alleen aan boord, maar ook aan land. “Vroeger waren het educatieve reizen met lezingen aan boord en korte landingen. Inmiddels kun je ook kajakken, duiken, bergbeklimmen”, zegt socioloog Lamers, die verbonden is aan de Wageningen Universiteit. Zelf is hij drie keer op Antarctica geweest.

Met het toenemend aantal reizen neemt ook de kans op ongelukken toe. In december 2007 voeren twee cruiseschepen, de MS Explorer en de MS Fram, in een paar maanden tijd op ongeveer dezelfde plek tegen een ijsberg, vlakbij King George Island. En het International Fund for Animal Welfare turfde in de afgelopen vijf jaar twaalf olielekkages. Maar die waren niet alleen van cruiseschepen, ook van vissersschepen.

Hoe dan ook vormt het toerisme niet de enige en grootste bedreiging van het Zuidpoolgebied, zegt Lamers. Neem de klimaatverandering. En de oprukkende visserij, onder meer in de Rosszee. Verder is er groeiende belangstelling voor grondstoffen in het Zuidpoolgebied. Ook het wetenschappelijk onderzoek blijft maar uitbreiden. Lamers: “Je ziet soms onderzoekstations met een rioolleiding op zee. Opslagtanks die lekken, en rondzwervend plastic afval.” Volgens Lamers ontstaat rond onderzoekstations meer rotzooi dan de toeristen veroorzaken. Die blijven tijdens de rondreis meestal op het cruiseschip, met uitzondering van de korte landingen. Voor schepen met meer dan 500 passagiers geldt inmiddels een verbod op het aan land zetten van mensen.

Schoenen stofzuigen

Ook plantenecoloog Ad Huiskens schrijft de vervuiling op land meer aan wetenschappers toe dan aan toeristen. Hij was jarenlang verbonden aan het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee in Yrseke, en deed onderzoek naar korstmossen op Antarctica. Sinds april vorig jaar is hij met pensioen. Net een maand eerder publiceerde hij samen met 15 andere internationale ecologen een onderzoek in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Ze onderzochten 853 Antarcticbezoekers – niet alleen toeristen, maar ook de scheepsbemanning, wetenschappers en ondersteunend personeel. Ze keken hoeveel plantenzaden die bezoekers meenamen van elders. Geïntroduceerde soorten kunnen de natuur op Antarctica verstoren. Voor hun onderzoek stofzuigden de ecologen de kleding, de schoenen en eventueel de cameratassen van de 853 bezoekers en telden ze de zaden in de stofzuigerzak. Gemiddeld bleek een bezoeker 9,5 plantenzaden bij zich te dragen. Bij toeristen en scheepsbemanning werden per persoon minder zaden aangetroffen dan bij wetenschappers en hun ondersteunend personeel. Nu brengt het toerisme veel meer mensen naar Antarctica (de onderzoekers hanteerden een aantal van 33.000) dan wetenschappers (7.000) – maar ook als daarvoor gecorrigeerd werd, bleven de wetenschappers een grotere bron van niet-inheemse zaden (in totaal 38.897 stuks) dan de toeristen (31.732, gedurende de zomer van 2007-2008).

“Op Antarctica groeit al straatgras, dat daar van nature niet voorkomt”, zegt Huiskens. Het is voor het eerst ontdekt bij het Poolse onderzoekstation, op King George Island. Vlak naast de plek waar men de schoenen schoon veegt. Voor Huiskens staat het vast dat straatgras door wetenschappers is geïntroduceerd. De soort heeft zich inmiddels uitgebreid naar drie andere onderzoekstations.

Sommige touroperators namen maatregelen tegen zaadoverdracht, zegt Huiskens. Een dag voor het vertrek uit Zuid-Afrika of Zuid-Amerika zuigen en borstelen ze kleding, schoenen en tassen van de passagiers. Huiskens: “Andere operators geven de toeristen een nieuwe jas als ze op Antarctica aan land gaan.”

Bedreigingen

Toch ziet Huiskens ook problemen met het groeiende toerisme. Er komen meer avonturiers. Mensen die slecht voorbereid en op eigen houtje willen rondreizen. Dat kan in potentie een ramp opleveren, zegt hij. “Ik heb een keer meegemaakt dat een eenmotorig vliegtuigje landde bij de plek waar ik toen net onderzoek deed. Dat was raar, want het was niet gepland. Er stapte een man uit, naar later bleek een Amerikaan. Hij vroeg: ‘Waar ben ik?’ Hij had dwars over Antarctica willen vliegen, maar moest een noodlanding maken.” Als zulke avonturiers verongelukken, vervuilen ze ook de natuur.

Een andere trend, vertelt Lamers, is dat sommige landen moeite hebben hun onderzoeksbegroting rond te krijgen en toeristen daarom overnachtingen aanbieden op hun onderzoekstation. Of in extra containers met bedden. Rusland en Uruguay zijn er voorbeelden van.

Er komen veel bedreigingen op het Zuidpoolgebied af, en overheden nemen daarover te langzaam beslissingen. Dat schreef een groep wetenschappers, onder leiding van de Amerikaanse ecoloog Steve Chown en met socioloog Lamers, vorig jaar in Science (13 juli). De groep riep daarom op om het Antarctic Treaty System (ATS) aan te passen, dat de bescherming van het Zuidpoolgebied regelt en waarbij vijftig landen zijn aangesloten. Chown en collega’s vinden ook dat beleidmakers meer moeten samenwerken met de wetenschap en de touroperators, die veel praktijkervaring hebben.

Drie Australische biologen antwoordden in november dat de zorgen overdreven zijn. In 1961 begon het ATS met een verbod op militaire activiteiten en kernproeven. Drie jaar later volgden regels voor de bescherming van zoogdieren en vogels. In 1972 werden grenzen aan de robbenjacht gesteld, tien jaar later ook aan de visserij, in 1998 kwamen er regels voor de bescherming van het milieu, en drie jaar geleden kwamen er richtlijnen voor toerisme.

Vorige week antwoordde Steven Chown weer in Science. Ondanks het ATS proberen de Russen toch te investeren in de winning van grondstoffen. En de visserij laat zich ook moeilijk beteugelen. Succes in het verleden is geen garantie voor de toekomst, aldus Chown.

Lamers vindt de regels van het ATS vaak vaag. “Het is veel lippendienst.” Hij verwacht dat de impact van het toerisme zal toenemen. De afgelopen jaren is het aantal schepen richting Antarctica iets afgenomen. Door de crisis, en door het recente verbod op het gebruik en vervoer van zware stookolie, waarmee de grote cruiseoperators hun schepen lieten varen. “Je ziet nu de eerste schepen verschijnen die op lichte, minder vervuilende olie varen”, zegt Lamers. De socioloog verwacht dat het aantal schepen weer zal toenemen.

En dat terwijl sommige van de drukst bezochte plekken op de Zuidpool nu al aan hun taks zijn, vooral die op het Antarctisch Schiereiland. Deception Island, Port Lockroy. Het product dat de touroperators leveren – een unieke wilderniservaring – staat onder druk. “Maar vroeger wilden we op vakantie naar Italië of Spanje ook het liefst een leeg strand. Nu zitten we hutjemutje.”