Mali laat Russen koud

Het is een van de raarste straattaferelen in Moskou: zwarte mensen die bij de metro in de sneeuw staan te flyeren. Deze Afrikanen, die je verder maar weinig ziet, maken reclame voor rookgerei, voor bloemen, voor zonnestudio’s.

Een zwarte man loopt in een sandwichbord met daarop de tekst: „Ik ben hier bruin geworden!” Russische humor.

Een 28-jarige Malinees, die zich in het Frans voorstelt als ‘Pitèr’, vindt zijn situatie niet grappig. Maar hij glimlacht wel. Hij is hier nu een half jaar, en deelt folders uit voor een kledingwinkel nabij het spoorwegstation Wit-Rusland in noordwesten van de Moskouse binnenstad. Twee paar sokken voor een euro.

„We hebben ons vergist”, vertelt hij. Op internet was hem en zijn vriend werk beloofd, een toekomst in Europa. En nu staat hij in in de vrieskou voor een schijntje reclame te maken. Vooral „omdat Russen opkijken van zwarten”. Opkijken of erger. Zwarte gaststudenten krijgen op de verjaardag van Hitler (20 april) het advies thuis te blijven.

Een gesprek met een andere zwarte folderaar, uit Ivoorkust, wordt onderbroken door een Russische leeftijdsgenoot die in een auto langs rijdt. „Wat sta jij te kletsen? Uitdelen die flyers!”

De jongens kunnen geen ander werk krijgen. In Mali woedt bovendien oorlog. Die houdt de Russen nog niet bezig. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is het voor de verandering eens met internationaal ingrijpen, mits er ook maar met de rebellen wordt gepraat.

Op het eerste gezicht lijkt dat vreemd. Was het niet Rusland dat ingrijpen in Syrië met een veto in de VN-Veiligheidsraad blokkeerde? Was het niet Rusland dat boos was over de luchtaanvallen in Libië? Wat maakt Mali anders? Rusland houdt niet van rebellen. Zeker niet als het radicale moslims zijn. Bij het uitbreken van de opstand in Libië twee jaar geleden liet Rusland een VN-resolutie passeren omdat president Medvedev vreesde dat kolonel Gaddafi in Benghazi een bloedbad zou aanrichten. Vervolgens misbruikte, in de lezing van de Russen, de Westerse coalitie het mandaat ter bescherming van de Libische burgerbevolking, door directe luchtaanvallen uit te voeren op het leger van de toenmalige leider. Dat was niet de bedoeling van de blanco stem. Rusland is voor zo min mogelijk inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Libië was bovendien ook een afnemer van Russische wapens.

Een half jaar na de ‘bevrijding’ van Libië voorzag minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken al gevolgen voor Mali. „Het Libische verhaal is verre van voorbij. We zien hoe de staat van Mali onder onze ogen wordt vernietigd. Hoe dat komt? Behalve dat er in Libië zelf nog eindeloze schermutselingen plaatsvinden, stroomt de instabiliteit nabijgelegen staten binnen, via wapensmokkel en infiltratie door strijders. Wat we in Mali zien is het gevolg van die processen”, zei hij.

Intussen was het geweld in Syrië losgebarsten. Rusland vetode elke Veiligheidsraadresolutie. Het had geen zin in een ‘tweede Libië’ en stelde dat het Westen het interne geweld opstookte door de opstandelingen tegen president Assad te steunen.

Met Mali heeft Rusland verder weinig banden. Het is geen voormalig communistisch land, waarmee het in de Sovjettijd nauw contact had. Er lopen geen grote contracten. Veel uitgebreider zijn de relaties met buurland Algerije, een belangrijke afnemer van Russisch defensiematerieel.

Flyeraar Pitèr uit Moskou wil hoe dan ook weg uit Rusland. Terug naar Mali, oorlog of niet. „We hebben ons vergist”, zegt hij nogmaals.

    • Thalia Verkade