Liever publieke omroep dan vreselijke reclames

Illustraties Cyprian Koscielniak

In haar column vraagt Marike Stellinga zich af waarom er een publieke omroep is (NRC Handelsblad, 12 januari). Ook wil ze weten waarom de overheid zo’n grote bijdrage moet leveren aan de publieke omroep.

Het is natuurlijk niet zo dat de overheid het succesvolle instituut Nederland 1, 2 en 3 financiert. Tot en met 1999 betaalden we kijk- en luistergeld om naar de publieke omroep te kunnen kijken. Onder staatssecretaris Van der Ploeg (Media, PvdA) werd het noodlottige besluit genomen om het kijk- en luistergeld af te schaffen en te compenseren met hogere belastingen. De overheid financiert dus niet de publieke omroep, maar fungeert als doorgeefluik om het kijk- en luistergeld door te geven van de kijker naar de omroepen. Door deze stelselwijziging is de perceptie van de omroepbijdragen totaal veranderd. In 1999 betaalde elk huishouden 194 gulden per jaar aan kijk- en luistergeld en vond dat eigenlijk prima. Nu is de perceptie dat de publieke omroep wordt gesubsidieerd met 700 miljoen per jaar om Matthijs van Nieuwkerks salaris te betalen.

Er zijn twee goede redenen waarom er een publieke omroep is. Ten eerste zijn er veel mensen die liever honderd euro per jaar belasting betalen dan dat ze kijken naar een oneindige herhaling van geestdodende reclames. De tweede reden heeft Stellinga zelf al genoemd: de publieke omroep maakt programma’s waar je wat van kunt leren. Dit is wel – zoals Stellinga ook zegt – paternalistisch, maar daar is de overheid ook voor. De overheid verplicht mij ook om een ziektekostenverzekering af te sluiten, mijn kinderen naar school te sturen en zelfs een helm te dragen op mijn brommer. Dat vinden we toch ook niet raar? Het is eigenlijk verwonderlijk dat er überhaupt discussie is over het evidente nut van een publieke omroep.

Ed van Dijk

Bilthoven