Lawaai

Kan het dan nergens meer stil zijn? Ivo Weyel vreest van niet.

„Moet je luisteren”, zei ik laatst tegen mijn reisgenoot op het vliegveld van Shanghai.

„Wat dan? Ik hoor niks”, zei hij.

„Jawel. Muziek.”

Halverwege de reis vervloekte hij me dat ik hem erop had geattendeerd. Ook hij was zich nu bewust van de overal aanwezige muziek. En als dat eenmaal het geval is, word je er gek van. Want nergens is meer geen muziek. Geluidsvervuiling heet dat officieel. Of lawaaivervuiling. Ik stipte het hier onlangs aan in het lijstje goede voornemens voor 2013: stop the music! Want zeg nou zelf, waarom moet er muziek zijn op een vliegveld waar al honderdduizend andere geluiden klinken? Of in het vliegtuig, als je instapt, en als je geland bent, bij wijze van joepie, vrolijk deuntje, we hebben het overleefd. Muziek in de taxi, muziek in de lobby van het hotel. Op de hotelkamer zegt de televisie „Welcome, Mr. Weyel”, en speelt daar muziek bij. In de lift van het Lydmar hotel in Stockholm is er naast de gebruikelijke liftknoppen een hele batterij muziekknoppen, waarop je je favoriete stijl kunt indrukken (jazz, klassiek, rock, R&B, pop), alsof je daar wat aan hebt, met zes verdiepingen. En de laatste tijd nog in een restaurant gegeten waar geen muziek speelde? Topkok Heston Blumenthal (drie Michelin-sterren) deelde bij een diner ooit iPods uit met bij de gerechten horende geluiden (het klotsen van de zee bij een tongetje). En bij de Mayacamas Mountains, een van de stilste plekken ter wereld, krijg je door de gids koptelefoons met dieren- en natuurgeluiden uitgereikt.

Stilte mag niet meer. We kunnen er niet meer mee omgaan. Stilte is ongemakkelijk en eng.

Het aanstonds te openen BPM hotel in Brooklyn (BPM staat voor Beats per Minute, dan weet je al hoe laat het is) heeft geluiddichte kamers opdat de muziek, die overal klinkt, flink hard kan. Je kunt zelfs je eigen lievelingsnummers bij je reservering doorgeven, en die dan zomaar terughoren als je incheckt.

De enige ontsnappingsplekken op reis zijn de meditatieruimten op vliegvelden, of een geluidwerende koptelefoon (gratis als je First Class vliegt), dan wel het spectaculaire Ostrich Pillow (struisvogelkussen) dat je hele hoofd in een stille wolk omsluit (kost 80 euro bij studiobananathings.com).

Hemelse rust is er pas in de dood. Tenminste, tot voor kort. Nu heeft Fredrik Hjelmquist, eigenaar van een audiozaak in Stockholm, mijn grootste nachtmerrie verwezenlijkt: doodskisten met ingebouwde muziekinstallaties. Met afstandbediening. Opdat de nabestaanden de muziek kunnen veranderen. Anders wordt het wat te eentonig in de eeuwigheid.