Kleine A'tjes worden groot

Bas van Putten ziet in de nieuwe Mercedes A weinig van het eerste A’tje.

fotografie: Lars van den Brink onderwerp Mercedes A klasse, gefotografeerd bij Wensink Automotive in Arnhem. Op de foto sales manager Joost Leisink.

Je moest in 1997 van steen zijn om de eerste A-klasse zijn plaats onder de zon te misgunnen. Een schat was het, met dat beteuterde mopsneusje. Het lieftallige mini-Mercedesje was een revolutionaire breuk met de huisregel die voorschreef dat kleinere Mercedessen op grote moesten lijken, monumentaal en onkreukbaar. Hoe onaanzienlijk ook, de A bleek een mijlpaal in zijn genre. Met een lengte van drie meter zevenenvijftig behoorde het vijfdeurs multi purpose vehicletje tot de kleinsten op de markt, terwijl hij door zijn korte neus en hoge koets tot vijf inzittenden toch alle ruimte bood.

Mercedes-Benz had het interieurvolume spectaculair vergroot met een unieke sandwichconstructie. Benzinetank, accu en uitlaatsysteem belandden onder de cabine in een dubbele bodem waarin bij een frontale aanrijding ook de motor kon verdwijnen zonder de passagiers te treffen. Binnen was hij naar Mercedes-maatstaven frivool. Voor de dinosauriërs van de Raad van Bestuur zullen kleurstelling en ontwerp van het dashboard even slikken zijn geweest. Maar ze roken een kans. Jong publiek, dat had Mercedes niet.

Het had goed moeten gaan. De dwerg verpestte het door te falen in de Zweedse Elandtest, een naar onverhoeds opduikend wild vernoemde uitwijkmanoeuvre bij een snelheid van 65 kilometer per uur. Het Mercedesje kantelde. Onder hoongelach ging het nieuws de wereld over. Die arrogante Duitse rotzakken, net goed.

Mercedes-Benz reageerde alert met technische aanpassingen en een elektronische stabiliteitsregeling die de auto voortaan keurig in het spoor hield, maar de Mercedes-mythe van Onverwoestbare Kwaliteit was aan duigen. Zijn eerste, haast fatale kinderziekte bleek niet zijn laatste. Kwalitatief was en bleef de A-klasse onder de Mercedes-maat, een imagobelastend probleem waarmee na 1995 meer Mercedes-modellen kampten. In reviews op internet regende het klachten over technische problemen en duur onderhoud.

Dat zal met de nieuwe A-klasse, enkele maanden op de markt, vast niet gebeuren. Hij voelt rotsachtig gedegen aan. De deuren klinken als een klok. Binnen is geen bijgeluid te horen. De afwerking grenst aan het volmaakte. Het is alleen geen A meer. Wat is hij groot geworden. Met een lengte van 4 meter 29 lang sluit de auto aan in de rij van sportieve compacts die in rijgedrag, formaat en bouwkwaliteit zo naar elkaar zijn toegegroeid dat alleen de buitenkant het verschil maakt:Volvo V40, BMW 1-serie, Audi A3, de duurdere Golfjes. Dit moet de yuppentrekker worden die de eerste A nooit werd.

Vliegtuigstoelen

Zijn achilleshiel is de stijl van het marktoffensief. De nieuwe A is een designproduct dat overal vandaan had kunnen komen. De kont doet denken aan de Citroën DS3. De dramatische hockeystickvormige vouwen in de flank kom je ook bij Mazda en Hyundai tegen. De vliegtuigstoelen met de in de rugleuning verwerkte hoofdsteunen zijn urban chill zonder traceerbaar Duitse wortels. De grille nieuwe stijl, met het Mercedes-logo fier vooruit, is een vooral symbolische verwijzing naar het land van herkomst: de boterzacht klinkende diesel in mijn A is gemaakt door Renault. Echt waar. Misschien moet het zo. De nieuwe kansrijken sleur je niet in een sedan. Die willen sfeerverlichting in en onder de stoelen, verlichte merklogo’s in de dorpels, de led-boog die als een geëpileerde wenkbrauw over de massieve koplamp glijdt. De nieuwe Mercedes is een vuilnisbak, als rashond aan de man gebracht. ‘The pulse of a new generation’, bluft Mercedes. Hou op jongens, bouw een goeie auto.

Gelukkig hebben ze dat wel gedaan. De A 180 CDI beschikt daarnaast over een kwaliteit die elitair gesteggel over zijn formule overbodig maakt; zijn verbruik. Hij draait 1 op 23. Sportief is hij ook nog. Kijk, twee zielen in één borst.

Ik speel met zijn schizofrenie door hem met de cruise control beschaafd op 120 door de verraderlijke bocht in de A6 bij Emmeloord te jagen, zuinig maar veel te hard. Het kleintje gaat er als een mes doorheen. Wat hij op rechte stukken door zijn minvermogendheid aan tijd verliest – 109 pk is voor zo’n zware auto niet overdadig – pakt hij op klaverbladen ruimschoots terug. Als een vermomde BMW met het verkeerde logo. Goed hoor. Maar wat blijft van hem over, als je zijn feitelijke kwaliteiten van hem aftrekt en de schmink verwijdert? Een defensieve auto van een merk in staat van verlegenheid. Terwijl Mercedes ooit zo goed wist wat een A moest zijn; ruimtewonder op zakformaat. De eerste A verzuimde B te zeggen, de nieuwe A zegt B zonder een A te zijn. Een foutloos alledaagse concurrent van velen.

    • Bas van Putten