Keynesiaans reveil is geld voor onderwijs

Nederland moet bezuinigen, zegt Sweder van Wijnbergen. Juist niet, weet Rick van der Ploeg. Nu zijn publieke investeringen nodig.

Voltaire steekt in zijn satire Candide, ou l’Optimisme (1759) de draak met dr. Pangloss. Bij elke ramp voor het land stelt deze voor niets te doen, want dan komt het vanzelf goed. Verlichtingsfilosoof Voltaire bekritiseerde zo de leer van Leibniz, door een karikatuur te maken van de onverbeterlijke optimist.

Deze satire is ook van toepassing op een andere onverbeterlijke optimist, premier Rutte, en op de ministers van Financiën en van Sociale Zaken, Jeroen Dijsselbloem en Lodewijk Asscher (beiden PvdA). Het kabinet vindt immers dat er zo hard mogelijk moet worden bezuinigd. Dan komt het vanzelf goed.

Dit is ook het standpunt van de Duitse regering – maar blijven we in Europa de kop in het zand steken, dan blijft Europa in crisis. Japan ligt al ruim tien jaar op zijn gat. Dit deflatiespook kan ook Europa overkomen. Het is een rampzalige economische strategie te hopen dat de economie vroeg of laat zal aantrekken, en dat de problemen zullen verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Innovatieve banenplannen en economische stimulering zijn nodig om de Europese economie weer aan de praat te krijgen. Dit lukt niet als Duitsland – en in zijn kielzog Nederland – alleen maar budgettaire anorexia voorstaat en als visies op economische groei ontbreken.

Het kabinet stelt dat het tekort niet hoger mag zijn dan 3 procent van het nationale inkomen. Anders volgen miljardenboetes uit Brussel en trekken de financiële markten de stekker eruit. Daarom wordt er gedurende vier jaar, vanaf 2010, voor meer dan 40 miljard euro afgeknepen – grosso modo de helft via bezuinigingen en de rest via belastingverhogingen. Ook de ministers van Financiën en Sociale Zaken uiten stoere taal: aan de drieprocentsnorm mag niet worden getornd. Toch mocht een eenmalige meevaller – 3,8 miljard euro voor telecomlicenties met een looptijd van zeventien jaar – tegen de regels in wel worden ingezet. En wat als er komend jaar nog eens 4 of 5 miljard moet worden bezuinigd om onder de 3 procent te blijven?

Ik begrijp dat nieuwe ministers niet bekend willen staan als potverteerders. Daarom moeten minister Dijsselbloem en zijn collega Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) het voortouw nemen om Duitsland binnenskamers te overtuigen de rol van economische locomotief in Europa op zich te nemen. Dijsselbloem krijgt dan terecht het krediet als het oliemannetje dat de Europese economie weer aan de praat heeft gekregen.

Verdere bezuinigingen doen de recessie in Europa immers verslechteren, zeker nu de economie hapert en banken massaal vreemd vermogen moeten afstoten en eigen vermogen moeten versterken (deleveraging). De leer van John Maynard Keynes stelt dat juist nu alles op alles moet worden gezet om noodzakelijke investeringen in onder meer onderwijs, onderzoek en openbare infrastructuur naar voren te halen, om de economie weer op gang te krijgen. Voor maatschappelijke investeringen die aantoonbaar rendement hebben, inclusief het aan een baan helpen van langdurig werklozen, zou geld moeten worden gevonden – ook als dit leidt tot een hoger tekort.

Door nu grootscheeps te bezuinigen, wordt de recessie hoogstwaarschijnlijk versterkt. Ook het IMF en de Oeso wijzen op de gevaren van grootscheepse bezuinigingen en belastingverhogingen. Chef-econoom Olivier Blanchard van het IMF heeft recentelijk zelfs het boetekleed aangetrokken voor het onderschatten van de rampzalige gevolgen van de grootscheepse bezuinigingen in Europa. Zo voorspelde het IMF twee jaar geleden dat Griekenland na twee jaar van forse bezuinigingen weer zou groeien, maar een kwart van de Grieken is nu werkloos. Hun economie krimpt nog steeds.

Helaas zal de situatie verslechteren. Zo zal het proces van schuldreductie decennia, niet jaren, duren. Door het te snel en te vroeg in te zetten, wordt de economie alleen maar verder afgeknepen.

President Mario Draghi van de Europese Centrale Bank heeft de rente verlaagd, om de economie uit het slop te helpen. Mensen met schulden worden zo gematst, terwijl sparen amper loont. Dit werkt zolang de monetaire expansie de inflatie niet aanwakkert, maar het rentewapen is vrij ineffectief. Het kan niet veel verder worden verlaagd. De vraag is wie er opdraait voor de lender of last resort-functie van de Europese Centrale Bank.

De euro overboord gooien is geen optie, zeker niet voor Nederland. Bovendien betekenen de toegenomen loonflexibiliteit en internationale arbeidsmobiliteit dat de eurozone meer voldoet aan de eisen van een optimaal valutagebied. De eurozone is daarentegen geen fiscale unie waar begrotingsbeleid wordt gecoördineerd om onevenwichtigheden in de zone te voorkomen en waar overdrachten plaatsvinden van rijke naar arme landen. Het electoraat pikt zo’n unie sowieso niet.

De koninklijke weg om schuldreductie in gang te zetten, is dus verhoging van de economische groei. Daarom moet het kabinet investeren in structurele hervormingen als verdere verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, verdere inperking van de hypotheekrenteaftrek, versoepeling van het ontslagrecht, grotere loon- en prijsflexibiliteit en bestrijding van kartels.

De invoering hiervan vereist tijd. Mocht er smeergeld nodig zijn, dan is een tijdelijk hoger tekort geen ramp. Na het monetaire mirakel van Draghi leunen politici achterover, hoewel juist nu actie moet worden ondernomen.

Zo moeten politici het komende jaar het bankenproblemen aanpakken. Banken zijn immers de belangrijkste eigenaren van overheidsschuld. Als schuld haar waarde verliest, zijn de banken dus de klos en is er geen private partij meer die het tekort wil financieren.

Banken zijn ook fragiel vanwege de vastgoedcrisis, vooral onder kantoren. Dit is een tijdbom onder de Nederlandse economie. Het krediet zal verder opdrogen. De economische situatie zal verslechteren, door de noodzaak tot voortgaande deleveraging van banken. Door de bijkomende verslechtering van de kwaliteit van leningen ontstaat er een vicieuze cirkel.

Er is geen makkelijke ‘fix’ na drie jaar beleid. Het rentewapen werkte tenslotte niet meer. Er lijkt geen andere optie dan grootschalige afwaardering van schulden. Het geschonden vertrouwen kan alleen worden hersteld als er tegelijkertijd voor de toekomst een keiharde begrotingsdiscipline wordt afgesproken én wordt gehandhaafd, opdat afwaardering nooit meer zal gebeuren.

Dit vereist ofwel discipline van bovenaf, zoals in de Duitse federatie met haar recentelijk ingevoerde schuldremregel, of discipline van onderop, zoals in de Verenigde Staten, waar bail-outs door de federale overheid al meer dan anderhalve eeuw grondwettelijk verboden zijn en staten tengevolge hiervan zelf strakke regels hebben opgesteld.

De Franse econoom Charles Wyplosz geeft terecht de voorkeur aan het Amerikaanse model. Dit respecteert namelijk begrotingssoevereniteit en werkt beter in de praktijk. De no-bail-out-clausule van het Verdrag van Maastricht was altijd al een wassen neus. Zie de Griekse, Ierse en Portugese bail-outs. Nodig is een onbespreekbare no-bail-out-clausule, in ruil voor schuldafwaardering. Griekenland was dan al in mei 2010 naar het IMF gegaan en had zijn schuld moeten afwaarderen. Het Stabiliteitspact is politiek en economisch een historische vergissing.

Duitsland heeft het zonder enig publiek debat afgedwongen, in ruil voor het opgeven van de D-mark, maar de kans van slagen was zonder opgeven van soevereiniteit nihil.

Behalve afwaardering van schuld en een totaal nieuwe begrotingsdiscipline van onderop zijn structurele hervormingen, economische stimulering en aanpak van het bankenprobleem topprioriteiten voor Europa. Dit vereist een gecoördineerde aanpak. Minister Dijsselbloem kan een cruciale aanjaagfunctie vervullen.

Door nu op grote schaal te bezuinigen en de belastingen te verhogen, verergert de misère. Als het bankenprobleem is opgelost, de schulden afgewaardeerd en de economie weer op volle toeren draait, moeten bail-outs grondwettelijk worden verboden en moet er een keiharde schuldremregel worden ingevoerd. Deze moet eisen dat het structureel tekort niet hoger is dan bijvoorbeeld 0,35 procent van het bruto binnenlands product – en moet uitzonderingen toestaan ten tijde van economische recessie.

Alleen zo kunnen de crises van vandaag te lijf worden gegaan met perspectief op een solide toekomst.

Rick van der Ploeg is hoogleraar economie aan de Universiteit van Oxford en aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    • Rick van der Ploeg