Ja ja jongens en meisjes, alle drank een euro

Met of zonder nieuwe alcoholwet, het weekenddrinken op Urk gaat gewoon door. „Het is bijna standaard om hier op je 13de te beginnen met drinken.”

Jongeren in een van de illegale bars op het industrieterrein in Urk. Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Hoeveel zullen het er zijn? Vijftig jongeren? Veertig? Ze vieren een verjaardagsfeestje, op een zolder in een visserloods. Een jongen van Urk is 17 geworden. In de ene hoek staat een bar met ingeslagen drank. In de andere hoek jonge meisjes die meejoelen met de hoempapamuziek. De vloer plakt: dertig vierkante meter vol zwetende lichamen. Via de trap komen anderen omhoog. Janine, 15 jaar. Haar vriendin: 13. Karlijn van 17 staat buiten en herkent twee 14-jarige jongens „die echt veel aan het drinken zijn”.

Dit is het industrieterrein van Urk op de tweede zaterdagavond van 2013. Sinds 1 januari is de nieuwe Drank- en Horecawet van kracht en is alcoholbezit onder de 16 strafbaar. Sinds 1 januari zijn gemeenten verantwoordelijk voor de handhaving daarvan. Zij moeten jongeren controleren op het onwettige bezit van alcohol. En toezicht houden op de verkoop van alcohol aan jongeren. Tot 1 januari deed de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit dat nog.

Hoe verloopt dat toezicht in Urk, de Nederlandse gemeente met het hoogste percentage jongeren? De helft van de inwoners van Urk – tot 1939 een eiland in het IJsselmeer – is jonger dan 25 jaar. Eenvijfde van alle Urkers is tiener. Is hier, zoals de wet voorschrijft, een buitengewoon opsporingsambtenaar actief, die de nieuwe alcoholwet handhaaft?

Nee, zegt burgemeester Pieter van Maaren, zo’n opsporingsambtenaar is er nog niet. Van Maaren zit in het gemeentehuis van Urk, het is de woensdag vóór de zaterdag van het verjaardagsfeest. De bedoeling is om met een aantal buurgemeenten een ‘pool’ van opsporingsambtenaren te vormen, elk met een eigen specialisme: alcohol, milieu, dat soort zaken, en dan die opsporingsambtenaren onderling uit te wisselen. Nee, acute zorgen maakt hij zich niet, over de nieuwe plichten van de alcoholwet. De Voedsel- en Warenautoriteit voerde in Urk al nauwelijks of geen controles uit. Bovendien, Urk heeft al strenge alcoholregels, gericht op jongeren die drinken in illegale ‘barretjes’ op het industrieterrein: het ‘jeugdhonkenbeleid’. Geen toegang onder de 16 jaar, geen verkoop van de alcohol, maximaal dertig personen in één honk, geen drugs.

Die regels wérken, zegt Van Maaren. Vijftien barretjes zijn er zo’n beetje, en op één avond zijn er niet meer dan acht tegelijkertijd open. De brandweer controleert er elke week op brandveiligheid, de politie checkt twee keer per maand op mogelijke overlast, of jongeren niet te veel drinken en hoe oud ze zijn. Men is 18 tot 21 jaar, hoort hij van de politie. Niet jonger. Hij is zelf al vijf, zes keer op het industrieterrein geweest, sinds zijn aantreden in juli vorig jaar. In het eerste barretje dat de burgemeester bezocht – onaangekondigd, benadrukt hij – zaten vier jongens samen muziek te maken. Er was bier, en veel cola. In het tweede barretje zag hij acht jongens die hielden van sleutelen aan auto’s. Kortom, er zitten vijf, tien of twintig jongeren bij elkaar in een paar barretjes op dat industrieterrein. Ze drinken wat, hangen wat, vallen niemand lastig. Wat is eigenlijk het probleem?

De door de burgemeester geschetste barretjes bestaan, zo blijkt deze zaterdagavond op het industrieterrein. In deze loods bijvoorbeeld, waar de 19-jarige Jan rondrolt op zijn skateboard. Achter hem stellingkasten met vissersnetten en touwen, een plezierboot. Jan komt hier elke zaterdagavond, chillen met tien andere vrienden. Voorin de loods bevindt zich de barruimte, een paar afgetimmerde vierkante meters. Er is een dansvloertje, twee meisjes draaien er langzaam om hun as. De sfeer van een schoolfeest dat nog moet beginnen. Maar zelfs hier, in deze onschuldig ogende setting, gaan de zaken anders dan de burgemeester ze een paar dagen eerder beschreef. „De brandweer?”, zegt Jan vanonder zijn zwarte skatersmuts, „die heb ik hier nog nooit gezien. En de politie rijdt alleen maar langs”. Volgens Jan zijn er „zeker veertig barretjes” op het industrieterrein, niet vijftien zoals de burgemeester zegt. „De burgemeester heeft het alleen over de bekende. En dan zijn er nog een stuk of 25 die niemand goed weet te vinden.” Het industrieterrein is groot: een paar vierkante kilometer met tientallen grote loodsen en bedrijfsunits. Hoe oud is men in de barretjes? Jan: „Ik ken genoeg meisjes van 15 die elk weekend naar het industrieterrein gaan om te drinken.”

Op Twitter zijn de aankondigingen van feestjes op het industrieterrein te vinden. Zoals eind vorig jaar: ‘Jaja jongens en meisjes, 8 december is DE apres ski avond 5 euro entree en alle drank een euro wie komt?’ en: ‘4 uur dus pc bar, tientje lappen = onbeperkt zuipen (dames 5)’.

Klaas, 22, staat in die andere loods, waar het verjaardagsfeest gaande is. In zijn oogwit zitten rode, gesprongen adertjes, zijn blik is onvast, zijn adem een mix van alcohol en tabak. Hij heeft een eigen bar op het industrieterrein, die hij net heeft „dichtgegooid”. Dat barretje heeft hij al sinds zijn 14de. Drinken met vrienden, en met vrienden van vrienden. Klaas draait winst. „Op een avond verdien ik zo 1.500 tot 2.000 euro.” Van de politie heeft hij geen last. „Hier op Urk is de politie de vriend van iedereen.” Te jonge tieners willen ook binnenkomen, ja, in zijn barretje. Klaas let zelf op hun leeftijd. Niet met legitimatie, zegt hij: „Ik kan gewoon zien hoe oud ze zijn.” Hoewel, meisjes zien er soms „flink volwassen” uit. Hij lacht, en strekt zijn handpalmen voor zich uit, onder twee grote denkbeeldige borsten.

Hessel Bakker, preventiewerker bij verslavingsinstelling Waypoint, spreekt van een „serieus alcoholprobleem” in Urk. „Het is bijna standaard dat je in die illegale barretjes op je 13de begint met drinken.” „Regelmatig” komen Urkers van begin 20 voor hulp langs. „Na tien jaar stevig drinken zijn ze vastgelopen. Ze hebben hun opleiding niet afgemaakt, hebben een leerachterstand, schulden of zijn in aanraking gekomen met justitie.” Vaak melden ze zich bij Bakker met een drugsverslaving. „En daar zit dan een alcoholprobleem achter. Het vele drinken beschouwen ze als normaal.”

Waarom grijpt de politie niet in, als die barretjes zo wijdverbreid zijn? Met de nieuwe Drank- en Horecawet kan de gemeente toch sneller ingrijpen?

Het snelle antwoord luidt: het industrieterrein is nu eenmaal groot, het is er donker, en met al die raamloze loodsen is het makkelijk om je voor de politie te verschansen. „Fietsen binnen en licht uit, en niemand ziet je”, zoals Hessel Bakker het formuleert. Maar er is meer aan de hand. Duister industrieterrein of niet, waarom noemt de 22-jarige Klaas de politie op Urk „de vriend van iedereen”? En waarom zegt een andere Urker jongere, het 23-jarige JOVD-lid Lubbert Kramer, dat de politie minder hard optreedt tegen de illegale bars dan zij zou kunnen doen? Kramer liep een aantal avonden mee met de Urker politie voor een radiodocumentaire op Urk FM. „De politie komt weliswaar langs op het industrieterrein, maar de alcoholwet streng handhaven doet ze niet.”

Kramer zegt hetzelfde als Cees Netel, eigenaar van café De Wabu: de politie wil wel hard optreden tegen misstanden op het industrieterrein, maar het „knikje” van de politiek ontbreekt. Alle politieke partijen op het orthodox-protestantse Urk zijn christelijk, of streng-christelijk: CDA, ChristenUnie, SGP, of een lokale variant. Partijen die bij hun grote, achterban niet scoren met een pleidooi voor uitbreiding van de horeca, die gezien het grote aantal jongeren wel voor de hand ligt.

Cees Netel werkt 34 jaar in de Urker horeca. Terwijl de bevolking flink doorgroeide is er al die tijd „geen vierkante meter horeca” bijgekomen. Inmiddels zijn er 2.400 jongeren tussen de 15 en 24 jaar: samen bijna 20 procent van de bevolking. „Die passen nooit in de cafés.”

Dus gaan die jongeren naar het industrieterrein. En dat begrijpen de Urker politici goed, want drinken op een geïmproviseerde stek hoort bij de lokale cultuur. Luister naar ChristenUnie-raadslid Albert Woord (45): „Vroeger meerden de kotters in de weekends aan. In de kombuis had je als visser je eigen plek. Daar nam je je meisje mee naar toe, en je vrienden. En dan werd er gedronken. Zo gaat het al decennia.”

De kotters werden groter, ze moesten aanmeren in havens buiten Urk, en het weekenddrinken verhuisde naar de ‘vissersboxen’ – de loodsen op het industrieterrein. Woord: „En hoe moet je daar nu op handhaven? De ene keer zit zo’n bar hier, dan weer daar. Hier een vriendenploeg, daar een dartvereniging. Waar moet zo’n vereniging anders naartoe?”

Zo bezien is de onoverzichtelijkheid van het industrieterrein niet een politiek probleem, maar de politieke oplossing. Jongeren hebben hun loods, en de politici kunnen zich beroepen op de lastige handhaving: die loods is immers zo afgelegen. Urk heeft de nieuwe Drank- en Horecawet niet hard nodig.

Hoewel: skater Jan (19) zegt regelmatig de ambulance te horen. „Of iemand blijft gewoon bewusteloos op straat liggen.” Ook preventiewerker Hessel Bakker kent de gevallen van alcoholvergiftiging, bewusteloosheid en leeggepompte magen van jongeren. Maar „vaak hoor je bar weinig. Als er problemen zijn, halen ouders hun dronken kinderen zelf op van het industrieterrein. Het is een wonder dat zoveel jongeren op Urk de volgende dag gewoon wakker worden.”

    • Ingmar Vriesema