'Ik denk achteraf vaak: dat had ook anders gekund'

Margreet Uyterlinde en Gert-Jan van Arnhem zijn 22 jaar samen. Ze hebben vier kinderen, en een eigen bedrijf. „We hebben de tijdvreters weggewerkt.”

Margreet, Gert-Jan en hus 4 kinderen gefotografeerd door David Galjaard in hun huis in Amsterdam voor de rubriek "Spitsuur" - Economie pagina zaterdag editie NRC Handelsblad

Door Anne Dohmen

‘Acceptatie geeft veel rust’

Margreet: „De kinderen zeggen weleens: wat werken jullie hard. Dan zeg ik: omdat ik het leuk vind. De balans is niet goed, maar dat ligt aan mijzelf. Ik denk achteraf vaak: dat had ook anders gekund. Het is een heel intens leven, er gebeurt heel veel. Ik zie de kinderen groot worden. Over drie jaar is Wessel misschien het huis wel uit. Soms vraag ik me af: ben ik er wel genoeg? Niet zozeer voor hen, maar voor mezelf; ik vind het zo leuk met ze.”

Gert-Jan: „Ik hou mijn balans beter in de gaten dan Margreet de hare. Onze kinderen hockeyen alle vier en spelen op zaterdag hun wedstrijden. Als de eerste om kwart over acht moet verzamelen op de hockeyclub en de laatste om half zes speelt, ben ik zo twaalf uur met hockey bezig. Eerst verzette ik me daartegen, maar ik heb leren accepteren dat ik die dag geen tijd heb voor mezelf. Die acceptatie geeft veel rust.”

‘Chagrijnig van veel prikkels’

Gert-Jan: „Ik heb veel tijd voor mezelf nodig, en maak die tijd ook. Soms ga ik om half negen ’s avonds al naar boven, lezen in bed. Of ik ga een paar dagen alleen naar ons tweede huis in Frankrijk. Dat zijn mijn bijtankmomenten. Van heel veel prikkels word ik chagrijnig. Laatst zei mijn dochter om zes uur ’s avonds: ik heb morgen een kerstontbijt op school, kun je dertig setjes bestek regelen?”

Margreet: „Dat soort onverwachte dingen heeft ons geleerd flexibel te zijn. Een planning in mijn hoofd komt zelden overeen met wat ik die dag uiteindelijk doe. Ik heb veel minder tijd voor mezelf nodig dan Gert-Jan. Ik laad me op als ik uitga met vriendinnen. En ik heb meer energie, ik werk soms een hele nacht door.”

Gert-Jan: „Ik raak uit balans als ik ’s nachts doorwerk. Bij mij gaat op een bepaald moment het licht uit. Ik vind dat Margreet soms te lang doorwerkt. Het is ook ongezellig. Ik wil liever samen gaan slapen en samen opstaan. Maar ik zeg er nooit wat van. Margreet vindt het nu eenmaal heel erg leuk.”

Margreet: „Gert-Jan is een goede rem voor mij, ik ben een goede impuls voor hem.”

‘Altijd iemand bij de kinderen’

Margreet: „We werkten nog in loondienst toen we ons eerste kind kregen. We moesten allebei een stuk forensen voor ons werk, dus dat waren files, toestanden. De balans klopte totaal niet. Tegen de tijd dat we aan tafel zaten, lagen de kinderen al met het hoofd op tafel te slapen. We vroegen onze schoonmaakster of zij het leuk zou vinden de oppasmoeder van onze kinderen te worden. Ze is nu heel vertrouwd: bij de geboortes van de jongste kinderen stond ze al binnen een uur aan mijn kraambed.”

Gert-Jan: „Margreet regelt het thuis op woensdag, ik op vrijdag. De andere dagen is de oppas er.”

Margreet: „Sinds een jaar hebben we een digitale agenda. Er ging weleens wat mis, zoals een tandartsafspraak die we vergaten.”

Gert-Jan: „Als Margreet een afspraak heeft, zakelijk of privé, nodigt ze mij altijd uit. Ook als ik niet meega. Zo weten we wie wat te doen heeft.”

Margreet: „We willen dat er altijd iemand thuis is bij de kinderen.”

‘Kinderen helpen met koken’

Margreet: „Het drukste moment van de dag is niet meer per definitie tussen zes en zeven: de kinderen helpen nu met koken en tafel dekken.”

Gert-Jan: „Ook in de ochtend hebben we de tijdvreters weggewerkt. De kinderen moeten hun broodtrommels na school op het aanrecht zetten, zodat we daar ’s morgens niet naar hoeven te zoeken. Schoenen, sjaals en wanten gaan in een bak, zodat die ook niet kwijtraken.

„De donderdagavond is nog wel hectisch. Drie van de vier kinderen hebben dan hun hockeytraining, op verschillende tijden.”

Margreet: „We brengen en halen ze, omdat er op de route tussen hockeyclub en huis kinderen zijn beroofd.”

Gert-Jan: „Dat is steeds een kwartier heen en een kwartier terug. Ondertussen moeten we koken, boodschappen doen en de andere kinderen helpen met hun huiswerk.”

‘Zonder hulp lukt het niet’

Gert-Jan: „We zorgen voor onze eigen flexibiliteit door hulp in te zetten.”

Margreet: „Zonder oppas en schoonmaakhulp zou ik het niet voor elkaar krijgen. Dan zou ik pas op de plaats moeten maken.”

Gert-Jan: „We hebben het geld ervoor over. De melkboer en fruitboer leveren elke week een steekkarretje met kratten. Dat kan goedkoper, natuurlijk, maar het is wel makkelijker zo.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl.

    • Anne Dohmen