Ideeënarmoede die niet uit de lucht komt vallen

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de symboliek achter het vertrek van Coen Teulings (CPB). Waarom Haagse adviseurs en toezichthouders zich steeds meer verstoppen.

Illustratie Hajo

Goed dat het Centraal Planbureau deze week nog even een open deur intrapte. Want inderdaad: de VVD was winnaar van de formatie. Niet dat Rutte er veel aan zal hebben. De moderne politicus dient de publieke opinie ogenblikkelijk naar zijn hand te zetten. Faal één week en je loopt maanden achter. Zo bezien heeft de wijsheid achteraf van het CPB amper politieke waarde.

Maar beter laat dan nooit. Kijkt u het gerust na. Het begrotingstekort wordt in VVD-tempo teruggedrongen. De bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking zijn hoger dan de PVV ooit voor elkaar kreeg. De immigratieregels worden strenger. De marktwerking in de zorg blijft grotendeels gehandhaafd. Korten op uitkeringen, eenvoudiger ontslagrecht. Bijna allemaal VVD-beleid.

Het CPB presenteerde zijn conclusie, in voetnoten, met de schijnprecisie die we van koopkrachtcijfers kennen: 59 procent van het regeerakkoord zou uit het VVD-programma komen, 42 procent uit dat van de PvdA. Maar beleid heeft ook gevoelswaarde, zeker inzake hypotheekrenteaftrek of zorgpremies, dus dit soort exactheid heeft weinig te betekenen.

Het laat onverlet dat het beeld waarmee 2012 eindigde – Rutte die alles weggaf, Samsom winnaar van de formatie – niet eens schijnprecisie was: dat was apekool.

Nu kan argwaan nooit kwaad, dus ik heb gecheckt of de auteur van dat CPB-stuk, Wim Suyker, programmaleider Overheidsfinanciën bij het CPB, zelf politieke bedoelingen kon hebben. Nee hoor. Een beetje googelen en je ziet meteen dat de man vaker tegen de politieke mode ingaat. Een type dus zoals Coen Teulings, de directeur die deze week bekendmaakte dat hij het CPB later dit jaar verlaat.

Formeel zit Teulings’ termijn erop, maar de meeste politici vinden het allang mooi dat ze straks van hem af zijn. Vorig jaar bracht ik voor deze rubriek een paar uurtjes met hem door. Heerlijke man. Hij is wat Amerikanen een contrarian noemen: iemand die gelooft dat ideeën beter worden als je ze met elkaar bestrijdt.

En belangrijker: iemand die zich, veelal in stilte, al langer ergert aan ’s lands intellectuelen. De irrationele angst in de maatschappij, de angst die het populisme een kans gaf, wijt hij aan de even irrationele angst voor allochtonen en misdaad die vanaf begin jaren negentig doorklonk in journalistieke stukken van mensen als Geert Mak. Ideeënvorming begint bij de intelligentsia, vertelde Teulings me, en die schrijft de ideeën toe aan de volksmond. „Maar dat is dus de angst van de elite zelf.”

Een angstige elite – wat het heeft opgeleverd kon je bijvoorbeeld zien op de lijst van de honderd belangrijkste ‘global thinkers’ van 2012 die Foreign Policy rond de jaarwisseling publiceerde.

Ik zag in die hele lijst één Nederlander (Citibank-econoom Willem Buiter, op 29), alsmede de minister van Buitenlandse Zaken van Turkije (op 28), de minister van Financiën van Nigeria (51), de president van Malawi (22), de Poolse minister van Buitenlandse Zaken (85) en iemand als Tariq Ramadan (87).

Inderdaad: de Tariq Ramadan die in 2009 door de Erasmus-universiteit en de gemeente Rotterdam op straat werd gezet omdat hij Iraanse televisie maakte. FP zette hem in de top-100, aldus het blad, for telling us that islam and democracy can go together – just when it matters. (En wie dacht dat de FP-redactie uit linkse halvegaren bestaat: Dick Cheney staat op 38.)

Teulings en Tariq Ramadan op één lijn plaatsen is uiteraard onzin, maar zij symboliseren iets ongemakkelijks: Hollandse bestuurders en hun burgers hebben erg veel moeite gekregen met tegengeluid.

Teulings’ politieke achilleshiel was dat hij in 2004, voordat hij CPB-directeur werd, meeschreef aan het beginselprogramma van de PvdA. Geen handig verleden als je alle verkiezingsprogramma’s moet doorrekenen. Dat onderzoek van deze week was natuurlijk zijn antwoord. Bij hem prevaleren feiten boven idealen. Onderzoekszin boven ideologie.

Een vergelijkbare opstelling van de PvdA-leiding verklaart de verwarrende toestand waarin die partij inhoudelijk verkeert. Je kunt het veroordelen dat de PvdA zoveel programmapunten opgaf voor regeren met Rutte. Evengoed kun je verdedigen dat de partijleiding de moed had talrijke ongemakkelijke werkelijkheden te accepteren – zoals het door Teulings omarmde idee dat verkorting van de WW-duur en eenvoudiger ontslagrecht goed voor de werkgelegenheid zijn. Een idee dat het hart van de traditionele sociaal-democratie aantast – de eerlijke verdeling van kennis, macht, werk en inkomen.

En opmerkelijk genoeg is hiertegen amper protest uit de partij gehoord. Niet het enige bewijs van ideologische desoriëntatie. Het ledenblad Rood vroeg de nieuwe bewindslieden naar hun inspiratiebron. Staatssecretaris Mansveld noemde Hans Wijers (D66), minister Ploumen „mijn armband”.

Ook werd in het blad een nieuw boek aangekondigd, Het hart van de Sociaaldemocratie door de Friese PvdA’er Bertus Mulder. Een kritische verhandeling, stond er, over het verschijnsel dat de partij zo weinig aandacht meer heeft voor traditionele PvdA-waarden als arbeid en de vakbeweging.

Aha, dacht ik, daar is dan toch het verzet tegen het vereenvoudigde ontslagrecht en kortere WW-uitkeringen: herhaling van 1991, toen de PvdA 30.000 leden verloor door de WAO-crisis? Pijnlijke vergissing. Een telefoontje naar Mulder leerde dat hij het ledenblad nogal sloom reageerde: zijn boek was al een jaar uit.

De verwachting in Den Haag is dat het kabinet Teulings vervangt voor een minder uitgesproken figuur. Intellectueel uitdagende adviseurs en ambtenaren worden nu eenmaal niet meer geapprecieerd. De trend is niet meer te keren. Elke elektricien zit tegenwoordig op Twitter, maar als een politiechef suggereert dat verkeersboetes te hoog zijn, krijgt hij meteen een openbare pets op de vingers van Opstelten: de minister is de baas.

En toen Ombudsman Alex Brenninkmeijer vorig jaar de politiek bekritiseerde om symboolwetgeving, zoals het boerkaverbod, leidde dit tot een Kamerbrede jij-bak: de Ombudsman kon beter zijn mond houden, hij schaadde, aldus de Kamer, het aanzien zijn ambt.

Maar het is niet alleen de politiek die tegengeluid onderdrukt. Vooral journalisten zouden het essay moeten lezen dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vorige week publiceerde. Daarin beschrijven drie hoogleraren het dilemma van veel toezichthouders – Rekenkamer, NMa, De Nederlandsche Bank, et cetera. Als zij hun werk goed doen, valt het niemand op. Maar als het verkeerd gaat, worden zij als eerste aangesproken. Dus: zouden zij niet meer van hun dagelijks werk via de media moeten laten zien?

Het onthullende advies van de hoogleraren: doe maar niet. Media zijn alleen uit op hijgerigheid, op scoren, op bevestiging van sluimerende beeldvorming, menen ze. Voor de lange adem, voor consistentie, voor structurele inspanningen hebben ze geen belangstelling.

Letterlijk schrijven ze: „Zeker, in de krant van morgen wordt de vis verpakt. Maar dat is geen reden dat het vanzelf wel overgaat. Het verhaal van vandaag beïnvloedt de interpretatie van morgen.”

Zover is het dus gekomen: organen met een publieke taak schuwen de openbaarheid omdat ze niet meer geloven in een faire beoordeling. Voeg dit bij de verdwijning van intellectueel uitdagende adviseurs als Teulings, en de karige Nederlandse inbreng op zo’n FP-lijst is ineens tamelijk logisch.

    • Tom-Jan Meeus