Hooch Berchachtich Landt, vol Sneeuw

Geschiedenis

Een kriebeltje op de vloer van het Paleis op de Dam en een paar verhalen wijzen er op dat Dirck Gerritsz als eerste Antarctica zag.

De kaart op de vloer van de Burgerzaal in het Paleis op de Dam. Foto Oskar Luyer, copyright Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam

In de marmeren vloer van de Burgerzaal van het Koninklijk Paleis te Amsterdam ligt een heel klein stukje Antarctica. Wie daar de uit messing vervaardigde wereldkaart bestudeert, ziet ten zuiden van Zuid-Amerika een klein, grillig lijntje. Een lijntje dat, gezien de zuidelijke ligging, vrijwel zeker een stukje kustlijn van Antarctica verbeeldt. En dat is hoogst opmerkelijk. De kaart op de vloer van de Burgerzaal dateert uit het midden van de zeventiende eeuw – terwijl Antarctica officieel pas in 1819 werd ontdekt.

Al sinds de Griekse oudheid werd er gespeculeerd over een mythisch zuidland, maar nooit waren er bewijzen voor gevonden. Het kaartfragment duidt erop dat wij in Nederland al vroeg op de hoogte waren van het bestaan van ‘het laatste continent’ – ruim anderhalve eeuw eerder dan de rest van de westerse wereld. Hoe dat mogelijk was? Dankzij de zeeman Dirck Gerritsz: naamgever van het net geopende zuidpoollaboratorium én hoogstwaarschijnlijk de eerste westerling die Antarctica zag.

Geloof, Hoop, Liefde, Trouw en De Blijde Boodschap. Bijbelse namen voor vijf volgeladen schepen die in 1598 uit de Rotterdamse haven vertrokken, in opdracht van enkele uit Antwerpen gevluchte kooplieden. Aan boord bevonden zich zo’n 500 bemanningsleden en een keur aan handelswaar. Met wisselend succes werd gezocht naar snelle vaarroutes richting Azië. Een route ‘om de noord’ was desastreus, zo hadden Willem Barentsz en zijn mannen een jaar eerder aangetoond. De schippers van de Rotterdamse schepen kregen opdracht koers te zetten in westelijke richting en om Zuid-Amerika te varen: een lange maar relatief veilige route.

Aan boord van De Blijde Boodschap bevond zich Dirck Gerritszoon Pomp, in 1544 in Enkhuizen geboren als zoon van welgestelde ouders. Op elfjarige leeftijd werd hij naar familie in Lissabon gestuurd om Portugees te leren. Vervolgens werkte hij enkele jaren als tolk en schrijver op Nederlandse schepen en hij vertrok in 1568 naar de Indiase stad Goa (destijds een Portugese kolonie) om daar als koopman aan de slag te gaan. Van daaruit bezocht hij onder andere China en Japan.

Kort na vertrek kreeg Gerritsz het gezag over De Blijde Boodschap, toen door het overlijden van admiraal Jacques Mahu een nieuwe vlootleiding moest worden aangesteld. Eind 1599 bereikten de schepen Straat Magellaan, een doorgang tussen Patagonië en Vuurland. Daar werd de vloot door storm en sterke tegenwind uiteen gedreven. Gerritsz wist veilig door de zeestraat te navigeren, maar vervolgens dreef De Blijde Boodschap de verkeerde kant op: naar het zuiden.

Kaartfragment

Hoe ver zuidelijk kwam De Blijde Boodschap precies? Die vraag staat centraal in het net verschenen NWO-boek ‘Het Dirck Gerritsz laboratorium – Het verhaal achter de naam’, van oceanograaf Hein de Baar en historicus René Prop. Geen gemakkelijke taak, zo blijkt uit het bewijsmateriaal.

Allereerst is er het kaartfragment uit de marmeren vloer van de Burgerzaal. Welk stukje kustlijn dat precies verbeeldt is onduidelijk. Het ligt westelijker en (met een positie rond de 59 graden zuiderbreedte) ook noordelijker dan de Zuidelijke Shetlandeilanden, Brabanteiland en het Antarctisch schiereiland. Niet zo verwonderlijk, overigens. Als Gerritsz en zijn mannen daadwerkelijk land hebben gezien, zal het moeilijk geweest zijn de positie nauwkeurig in te schatten.

Dan zijn er de geschreven bronnen. In 1622 schreef koopman Isaac le Maire (vader van de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob le Maire) in het boek Nieuwe werelt, ander ghenaempt West-Indien dat Gerritsz en zijn mannen land in het zuiden hadden gezien: ‘heel hooch Berchachtich Landt, vol Sneeuw, als het Landt van Noorweghen, heel wit bedeckt.’ Le Maire zei dat De Blijde Boodschap tot 64 graden zuiderbreedte was afgezakt. Als dat het geval is, dan kan Gerritsz inderdaad een stuk kustlijn van Antarctica hebben waargenomen. Of om precies te zijn: van Brabant Eiland (op 64 graden zuiderbreedte) of van de Zuidelijke Shetlandeilanden (tussen de 61 en 63 graden zuiderbreedte), die tot Antarctisch gebied gerekend worden. De hoogste berg op die eilanden is 2.300 meter. Toch zou het kunnen zijn dat Gerritsz alleen dácht dat hij land zag, terwijl hij in feite naar een atmosferische luchtspiegeling keek. In de poolgebieden ontstaan vaak zulke fata morgana’s doordat de ijskoude luchtlaag voor een afwijkende breking van het zonlicht zorgt.

Er is ook nog een andere versie van dit verhaal. Daarin kwam De Blijde Boodschap slechts tot zo’n 57 graden zuiderbreedte – niet ver genoeg om Brabant Eiland of de nabijere Zuidelijke Shetlandeilanden te kunnen zien. Deze versie is gebaseerd op Spaanse archiefstukken die historicus Wim Ligtendag raadpleegde. Toen Gerritsz en zijn bemanning na de afdwaling weer op de juiste koers voeren, hadden ze nog zo weinig proviand aan boord dat ze moesten aanleggen in de Chileense havenstad Valparaíso. Een gevoelige tegenslag, want Valparaíso was eigendom van de vijand: de Spanjaarden. Eind zestiende eeuw woedde de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje nog volop. Gerritsz en zijn mannen werden bij aankomst in Valparaíso gevangen genomen. Pas in 1604 werden ze vrijgelaten en naar Nederland gestuurd, in ruil voor Spaanse gijzelaars.

Ondervraagd

Tijdens hun gevangenschap werden Gerritsz en zijn mannen uitgebreid ondervraagd: waar waren ze geweest? Wat hadden ze ontdekt?

In de archieven wordt alleen kort melding gemaakt van ‘56 of 57 graden zuiderbreedte’. Maar mogelijk verzweeg Gerritsz met opzet zijn ontdekking van nieuw land, om de Spanjaarden te misleiden. Die hielden daar zelf overigens ook rekening mee, want Gerritsz wordt in de archiefstukken omschreven als een ‘gevaarlijk en zeer intelligent man’.

Of Gerritsz werkelijk Antarctica heeft gezien is niet met zekerheid te achterhalen. Maar zijn naam leeft vanaf nu voort in het NWO-laboratorium. De vier minilaboratoria aldaar zijn bovendien vernoemd naar De Blijde Boodschap, Geloof, Hoop en Liefde. Op elke unit is een afbeelding te zien van het desbetreffende schip.

Naast NWO lijkt ook Hare Majesteit trots op de mogelijke ontdekking van Gerritsz. In 1993 waren tijdens een koninklijk Paleissymposium twee buitenlandse Antarctica-kenners te gast: prof. David Drewry van het British Antarctic Survey en prof. Gotthilf Hempel van het Duitse Alfred Wegener Instituut. De koningin tilde een hoekje op van het kleed dat de marmeren vloer van de Burgerzaal tijdelijk bedekte en wees haar gasten op de zuidelijke kustlijn.

    • Gemma Venhuizen