Opinie

    • Bas Heijne

Hollands drama

Nog niet zo lang geleden wilde niemand er dood gevonden worden: wie tijdens de paarse jaren iets heel ergs over Nederland wilde zeggen, riep dat Nederland net zo braaf als Denemarken dreigde te worden. Als je echt beledigend wilde zijn, beweerde je dat Nederland het Jutland van Europa dreigde te worden. Er was weinig mis met Denemarken en precies dat was er mis mee – een brave sociaaldemocratie, harmonieus en bijna helemaal af, maar juist daarom ook gruwelijk nietszeggend. Vooral: niet internationaal aanwezig zoals Nederland dat zo graag wilde zijn, moreel en cultureel.

Wanneer zijn de rollen omgedraaid?

In de New Yorker vorige week ging een flink aantal pagina’s over Denemarken – en natuurlijk vooral over het wereldsucces van dramaseries als The Killing, Borgen en The Bridge, die onverwacht een reusachtig niet-Deens publiek trekken. Deens drama is het gesprek van dag, Scandinavische thrillers voeren de bestsellerlijsten aan, in Kopenhagen worden drommen rondgeleid langs uit series bekende plekken. Denemarken spreekt tot de verbeelding – zoals Nederland dat niet meer doet. Alles over Nederland wordt tegenwoordig internationaal gekraakt – onze politiek, onze musea, onze keuken. Als het niet gekraakt wordt, weet men niet dat het bestaat.

Denemarken heeft The Killing. Wij hebben De verbouwing.

Ook hier wordt inmiddels gedweept, vooral met Borgen. Maar de vraag die het succes van deze series oproept, wordt niet gesteld: waarom maken wij zulke series niet? Aan het potentieel ligt het niet: we hebben de acteurs, de regisseurs, en net genoeg scenarioschrijvers. Belangrijker: we hebben het decor. Nederland is, net als Denemarken, een aangeharkte sociaal-democratie die werd overvallen door de gevolgen van globalisering – wat maakbaar leek, blijkt ineens onhanteerbaar. Wat er homogeen uitzag, blijkt pijnlijk versplinterd. Politici die vertrouwen inboezemden, blijken opportunisten die er maar een slag naar slaan. Net als in Denemarken hebben ook wij een anti-immigratiepartij die een wankele regering gedoogde. Alles hebben we. Behalve het succes.

Waar dat aan ligt? Nederlandse fans van The Killing en Borgen prijzen, behalve het gevoel voor spanning en intrige, vooral de herkenbaarheid. Femke Halsema over Borgen, dat gaat over de dillema’s van een vrouwelijke premier: „Ik herkende zo veel: dat alles wat je met je gezin doet, wordt onderbroken door telefoontjes. Hoe vaak heb ik niet met mijn jas aan de kinderen in bed gestopt?’’ In huize Samsom bestaat weinig begrip voor de zuchtende echtgenoot van die Deense politica: ,,[mijn vrouw] vindt Philip, de echtgenoot van Brigitte, een slappe zak. Dat-ie het niet volhoudt. Mijn vrouw is gelukkig een sterkere persoonlijkheid.”

Zeker, dat soort herkenbaarheid is er volop. Maar ze staat in dienst van een ander soort herkenbaarheid: die van mensen in een samenleving die niet langer overzichtelijk is, waar de realiteit hopeloos achterblijft bij de verwachtingen, waar de droom van de maatschappelijke haalbaarheid van zowel links als rechts voortdurend teniet wordt gedaan. Daar worstelen die Deense personages mee – niet met gebrek aan tijd voor hun gezin, maar met hun eigen falende oprechtheid, hun onvermogen om zo goed te zijn als ze zouden willen zijn. Voortdurend plegen ze verraad aan zichzelf. En precies dat maakt ze ook buiten een Deense context herkenbaar.

Nederlands actueel drama is er wel, maar vaak blijft het bij de reconstructie van een affaire. Op de site van de Volkskrant werden Borgen en de scandi-thrillers stevig in de traditie van de „extreemlinkse geëngageerdheid’’ van het Zweedse schrijversduo Sjöwall & Walhöö geplaatst. Dat onbegrijpende „geëngageerdheid’’ in plaats van engagement, alsof het een aandoening is, daar zit heel het onvermogen in, de verklaring waarom wij er niet in slagen om herkenbaar te worden voor de rest van de wereld, waarom het talent van acteurs hier wordt afgemeten aan de mate waarin ze een goede Bernhard of Beatrix neerzetten, waarom wij voor de wereld nietszeggender zijn geworden dan Jutland ooit geweest is. Over Fortuyn , die als fenomeen net iets belangrijker is geweest voor het hedendaagse Nederland dan „de schavuit van Oranje’’, is één lachwekkende speelfilm gemaakt, emotie zonder inzicht.

Een land dat herkenbaar wil zijn voor de rest van de wereld, moet eerst in staat zijn zichzelf te zien. Het succes van Deens televisiedrama is een klap in ons gezicht.

    • Bas Heijne