Hoe Feyenoord en Ajax uit Ghana gingen

Zaterdag begint de Afrika Cup, zondag is het Ajax tegen Feyenoord. Wat leverden de investeringen van de Nederlandse topclubs in Afrika op?

S poren van de Afrikaanse voetbalscholen van Ajax en Feyenoord leiden veertien jaar na hun oprichting naar Zoudenbalch, het trainingscomplex van FC Utrecht. Daar voetbalt Nana Asare (26), Ghanees middenvelder en één van de weinige talenten van de Feyenoord Fetteh Football Academy die het tot profvoetballer heeft geschopt. „Ik werd geselecteerd uit meer dan achthonderd jongens. Gemiddeld één op honderd haalde het. Dat was wel zwaar”, vertelt Asare in de ‘Wout Smit ontvangstruimte’.

Op Zoudenbalch loopt ook Sander Hense rond, die als heao-student eind vorige eeuw Ajax enthousiast maakte voor een Ghanees avontuur. Nu leidt hij de Tamale Utrecht Football Academy in het noorden van Ghana, een particulier initiatief van ondernemer en FC Utrecht-investeerder Frans van Seumeren. Asare is ambassadeur. „Dat is vooral een sociaal-maatschappelijk project”, zegt Hense. „We zeggen specifiek tegen die jongens: uit deze klas redt misschien één het om profvoetballer te worden. Dus alsjeblieft, richt je op een andere carrière. Ga studeren. En dat bieden we ook.”

Eind jaren negentig lag dat anders, toen Ajax en Feyenoord hun grenzen verlegden en in 1999 allebei een voetbalschool stichtten in Ghana. Met bescheiden investeringen op zoek naar de grootste talenten in het relatief stabiele Afrikaanse land, om ze vervolgens in hun eigen omgeving klaar te stomen voor de Nederlandse eredivisie. Ajax trok daarnaast naar Zuid-Afrika en nam een belang in de fusieclub Cape Town. Maar de oogst?

Alleen de Zuid-Afrikanen Steven Pienaar en Thulani Serero en Kameroener Eyong Enoh maakten de overstap via Cape Town. Aan de opleidingen in Ghana hebben beide clubs hoegenaamd niets gehad. Mohammed Abubakari is de enige die de overstap van Feyenoord Fetteh naar Feyenoord in Rotterdam maakte. Verder dan een optreden in een oefenduel met KV Mechelen kwam hij niet. „Hij gold toch wel een beetje als een voorbeeld”, stelt Asare, die via FC Antwerp en KV Mechelen bij FC Utrecht kwam. „Maar spelen van Feyenoord is nu geen droom meer voor mij. Ik heb eigenlijk geen plannen voor de toekomst. Afrikanen leven van dag tot dag.”

Asare laat zijn gedachten teruggaan naar zijn jeugdopleiding in de Ghanese kustplaats. Het luxe complex had aantrekkingskracht op de jongeren. Asare stapte over van de Kumasi Cornerstones naar Fetteh. „Het was vooral belangrijk dat we op tijd kwamen”, zegt hij lachend. „We leerden dat je gedisciplineerd moet leven om verder te komen. Toch bleef de stap naar Europa enorm. Hier moest ik nog van alles leren. Het verschil met Ghana is groot.”

Stanley Brard, hoofd opleiding van Feyenoord, legt uit waarom het Ghanese project in 2010 werd afgesloten. „We hadden regelmatig spelers in Rotterdam op stage en die konden best wel voetballen, maar de drempels om hier het eerste te halen waren te hoog”, zegt de oud-voetballer van Feyenoord. „Met name het financiële aspect speelde daarbij een rol. Spelers van buiten de Europese Unie moet je een salaris van boven de vier ton per jaar bieden. Dat kon Feyenoord zich niet veroorloven.”

Ajax had met de beursgang in 1997 ruim 120 miljoen gulden opgehaald (ongeveer 54 miljoen euro). In de prospectus schreef de club dat het geld niet voor transfers gebruikt zou worden maar voor opleiding en scouting. Maar waar? „Amsterdam is zo groot als Amsterdam”, zegt Bob-Jan Hillen, destijds commercieel directeur. „En je wilt toch een Van der Vaart, een Sneijder. De gedachte was: waarom leiden we talenten niet zelf in het buitenland op? Dan doen we waar we goed in zijn én blijven we andere clubs voor.”

Ajax nam in België een meerderheidsbelang in Germinal Beerschot. Het plan was simpel: talentvolle spelers uit Ghana en Zuid-Afrika konden het eerst proberen bij de Antwerpse club, waar spelers van buiten de EU minder hoeven te verdienen. Maar stabiel werd het systeem nooit. Alleen Ajax Cape Town overleefde de vele directiewissels bij de moederclub. „De ambities in het buitenland vereisten een strakke structuur bij de clubs die je overneemt”, zegt Hillen. „Die was er niet. Maar er is jarenlang niet eens een strakke structuur in Amsterdam geweest.”

V ijf jaar zou de strategie de kans krijgen, aldus Hillen, maar onder algemeen directeur Arie van Eijden werd in 2003 afstand gedaan van Germinal Beerschot en ‘Ghana’. Hillen: „Ghana is natuurlijk ver weg. Als er dan een beetje geld bij moet zonder dat je weet wat er over een paar jaar uitkomt wordt een opportunity al gauw als een probleem zien.”

Hense, geestelijk vader van het Ajaxplan om in Ghana talenten op te leiden, zag het misgaan. „Het begon met alleen een jeugdopleiding. Dat was het plan van mij en [trainer] Ad Zonderland. Maar ineens besloot het bestuur in Amsterdam dat er ook een eerste elftal en een stadion bij moest. Toen was er ineens ook veel geld mee gemoeid.” Na twee jaar stopte Ajax met de jeugdopleiding, niet veel later stapte het ook uit de opgekochte club Ashanti Goldfields. „Veel te vroeg om te kunnen vaststellen of het een succes zou zijn geweest. De jongens waren net veertien, vijftien jaar. Ik denk dat het op de lange termijn had kunnen werken. Maar dat zullen we natuurlijk nooit zeker weten.”

In de documentaire Ajax, daar hoorden zij engelen zingen (2000) van Roel van Dalen kwam de Ghanese tak van Ajax er slecht van af. Beroemd is de scène waarin een plaatselijke arts de leeftijd van jonge voetballertjes schat op basis van botontwikkeling op leeftijd en op barse wijze duidelijk maakt dat ze te jong of te oud zijn. De genadeklap? „Dat zou kunnen”, zegt Hense. „Het hielp inderdaad niet in de beeldvorming. Ze zijn daar tien dagen geweest om te filmen en gebruikten dat fragment. Naïef misschien van ons. Wij hadden die dokter nooit gezien en dachten zelf ook: hé, dat is een vreemde manier van selecteren. Dat beeld was slecht.”

Feyenoord heeft niet alle banden met de Fetteh Football Academy verbroken. Jonge talenten spelen nog altijd in Feyenoordkleding en voetballen nog altijd volgens de Rotterdamse filosofie. Het eerste elftal staat nog onder leiding van de Aad Kila (oud-speler van ADO Den Haag). „Er is afgesproken dat we nog een paar jaar onze kennis delen”, stelt Brard. „Komende week ga ik er zelf naar toe. Om zes uur in de ochtend begint de training. Prachtig om te zien. Het is voor onze trainers leerzaam in een andere cultuur te vertoeven. Maar Afrikaanse voetballers naar Feyenoord halen is geen prioriteit meer.”

    • Bart Hinke
    • Koen Greven