Het hele dorp als hotel

Het café, het pleintje, de bakker, het kerkje – ze horen allemaal bij het hotel. Hoe oude dorpjes een nieuw leven krijgen.

Het dorp Sveti Stefan in Montenegro is in zijn geheel het Aman hotel. Hollandse Hoogte

Iedereen kent het vakantiegevoel: ’s morgens aan het ontbijt op een pittoresk dorpspleintje fantaseren over wat je gaat doen vandaag. Een marktje pikken, een bezoek aan de eeuwenoude kerk, of misschien zelfs een cultureel verantwoord uitstapje naar het museum? Of je nou in een tent logeert of in een vijfsterrenhotel, de toeristische plekken zijn er voor iedereen.

Maar niet heus. Het prachtige, eeuwenoude dorpje uit de vijftiende eeuw Sveti Stefan in Montenegro is alleen toegankelijk voor wie er logeert, en dat kan alleen in het Aman hotel aldaar, want het dorpje telt slechts één hotel. Sterker: het hele dorp is sinds twee jaar het exclusieve Aman hotel. Of vice versa. De grote villa, de talloze kleine huisjes, het dorpsplein met de cafeetjes en restaurants, het strand met zijn strandtentjes, de drie kerkjes, de wekelijkse mark, de winkeltjes, het maakt allemaal deel uit van het Aman hotel. Wie er niet logeert, mag het dorp niet in (of moet entree betalen dan wel een tafel boeken in een van de restaurants).

Het Aman geeft de term dorpshotel hiermee een totaal andere connotatie. Maar het staat daarin verre van alleen. Steeds meer vervallen dorpjes worden de laatste tijd opgekocht door rijke ondernemers of hotelgroepen die ze in hun geheel tot hotel ombouwen. Sommige zijn zeer exclusief en kunnen ook helemaal worden afgehuurd (erg in trek bij huwelijken, als er getrouwd kan worden in het privékerkje), andere zijn minder prijzig en verhuren per kamer (of huisje).

Please take off your shoes”, zegt de hotelmeneer bij wijze van ontvangst op Soneva Fushi op de Malediven. Het is niet bedoeld om het tapijt te sparen – er is alleen maar zand, zover het oog reikt – maar om aan te geven dat het er nonchalant aan toe gaat, net als thuis. Soneva Fushi is een resort, bestaande uit 65 luxueuze, rietgedekte blokhutten, type Robinson Crusoe, waar ooit vissers bivakkeerden, maar die nu verbouwd zijn tot individuele vakantievilla’s. Elke gast krijgt een fiets plus plattegrond om zich via kronkelige lanen en smalle zandpaadjes over het eilanddorp te verplaatsen, tussen de talloze restaurants en bars, sportschool, spa, bibliotheek, winkel en privéhaventje. Het hele dorp wordt dagelijks bespoten met milieuvriendelijke pesticide opdat de gasten geen last hebben van strandvlooien en malariamuggen. En het heeft zelfs een eigen tijdzone, een uur of wat later dan op de rest van de Malediven, zodat het cocktailuur exact samenvalt met de zonsondergang voor extra feeëriek borrelen.

Het is een van de voordelen van de status aparte van dorphotels waar hoteldirecties bij wijze van spreken ook burgemeesters zijn.

Het fenomeen scoort wereldwijd. Van tropische eilandjes tot besneeuwde bergdorpjes. Soms, zoals bij hotel Kúra Hulanda op Curaçao, bestaat het uit een wijk in een stad (Willemstad). De Nederlandse ondernemer Jacob Gelt Dekker renoveerde daar een vervallen stadsgebied van acht huizenblokken, gegroepeerd rond een dorpsplein met parkje. Elke huisje heeft een kamernummer. Op het pleintje openen ’s morgens vroeg de kiosk, het snoepwinkeltje, de bakker en de souvenirshop, en gasten lopen in hun ochtendjas door de straatjes om in het café hun eerste cappuccino en ochtendkrant te halen. Op het terrein bouwde Dekker zelfs een museum over de geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel. En net als in een dorp, groet iedereen elkaar.

Het begon ooit allemaal in Italië, zo’n dertig jaar geleden, toen Giancarlo Dall’Ara een vervallen, leeggelopen dorpje kocht in Friuli. Zijn plan was er niet alleen een hotel van te maken, maar tevens de bevolking, die als gevolg van de trek naar de steden was uitgedund tot nog maar zeven zielen, van werk te voorzien. Dall’Ara kocht niet alleen alle huizen, winkels en het kerkje, maar nam de dorpelingen in dienst, vaak in hun oorspronkelijke metier; de bakker bleef brood bakken, de café-eigenaar werd barman, de timmerman deed het onderhoud. Het project bestaat trouwens nog steeds, heet Albergo Diffuso di Comeglians (vanaf 55 euro per overnachting).

Zijn voorbeeld deed volgen. In eerste instantie waren het vooral rijke Amerikanen die in een hoteldorp w el brood zagen. De meesten annexeerden het chicste (stad)huis als eigen vakantiehuis, en renoveerden de rest om geld te genereren. Die constructie bleek voor alle partijen gunstig; niet alleen bood de toeristenbestemming werk aan de plaatselijke bevolking, maar ook werden deze vaak eeuwenoude, pittoreske dorpjes van de ondergang gered. Alles onder toezicht van de strenge welstandscommissies en andere instanties die toezien op grondige en historisch juiste renovaties. Veel van deze dorpjes hebben namelijk in hun geheel een monumentenstatus, en anders is er wel minimaal een kerk of stadsmuur die daaronder valt. Uiteindelijk verenigde veel van de ‘dorpen’ zich onder leiding van Dall’Ara in de hotelketen Associazione Nazionale Alberghi Diffusi (alberghidiffusi.it). De keten bestaat nu uit 48 hoteldorpen, met nog eens acht in ontwikkeling.

Armani-dorp

De laatste tijd zijn er opmerkelijk genoeg nogal wat Italiaanse modeontwerpers die er heil in zien. Alberta Ferretti nam het verlaten Montegridolfo voor haar rekening, Brunello Cucinelli annexeerde Solomeo in Umbrië, de familie Ferragamo ontfermde zich over het Middeleeuwse Castiglion del Bosco (de renovatie duurde ruim vier jaar, kostte tientallen miljoenen en resulteerde dientengevolge in een prijskaartje van 900 euro per nacht). Van Armani wordt gefluisterd dat ook hij op zoek is naar zijn eigen dorp. Voor lieden die al alles bezitten, is een eigen dorp misschien wel het nieuwste statussymbool.

Ook het bedrijfsleven heeft het dorpshotel ontdekt. Wat is een mooiere plek om een congres, seminar of incentive-reis te organiseren dan een geheel afgehuurd privédorp? Sommige dorpen spelen daar op in door desgewenst het hele dorp tijdelijk naar het bedrijf te noemen, straatnamen te veranderen in die van bedrijfsonderdelen, de dorpsstraat te flankeren met bedrijfslogo’s en -vlaggen. “Ihre Luft, Ihr Wald, Ihr Dorf!”, jubelt bijvoorbeeld de website rentavillage.com, met dorpen in Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Peugeot, AEG, Hyundai, Siemens, Price Waterhouse Coopers (om er maar een paar te noemen), ze zijn allemaal al langs geweest.

Na een dagje met buikgriep in bed te hebben gelegen, loop ik ’s morgens naar het cafeetje op het plein in Kúra Hulanda en bestel een cappuccino. „Zou u dat nou wel doen”, vraagt het meisje achter de toonbank. „U was toch niet lekker gisteren, met buikloop, dan zou ik eerder een kamillethee nemen als ik u was,” Wie een paar dagen in een dorphotel logeert, raakt er aan gewend: de dorpspomp draait er, net als in een echt dorp, volop. „U hebt gelijk”, zeg ik gedwee, „doe maar thee.”

amanresorts.com sonevafushimaldives.us rentavillage.com

    • Ivo Weyel