Het Elsie Scheel-regime

schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: calorieën tellen.

Elsie Scheel is perfect. Ze is 24 jaar, 1.70 meter lang en weegt 77 kilo. Ze heeft het figuur van een peer en is dol op biefstuk. Honderd jaar geleden was ze wereldnieuws omdat ze ‘het perfect gezonde meisje’ was. Uit onderzoek van de Universiteit van Cornell in 1912 onder 400 studentes bleek dat Elsie Scheel de fitste was van allemaal.

In de New York Times vertelde ze haar geheim: ze at wat ze wilde, wanneer ze maar wilde. Verder hield ze van een stevige wandeling en – misschien nog wel belangrijker – ze was voor niets of niemand bang.

Wat als ik Elsie Scheel met een tijdmachine een dag naar 2013 zou kunnen halen? Zou ik haar durven vertellen dat ze vandaag de dag een te dik meisje is? Dat haar BMI van bijna 27 gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Oh, wacht even, ze weet natuurlijk niet wat BMI is. Dat zou je bijna vergeten in een tijd waarin zelfs meisjes van 13 hun Body Mass Index berekenen. Goed, BMI, Elsie, ...ach, laat ook maar, het komt er kort en goed op neer dat jij, het perfecte meisje van weleer, om gezondheidsredenen moet afvallen.

Ze zou er natuurlijk ook geen snars van begrijpen dat ik – twintig jaar ouder en bijna twintig kilo lichter – een kilootje kwijt wil. Dat ik daarom, voor een bedrag waarvan je elke maand ook een kilo van de allerfijnste biefstuk kunt kopen, een abonnement op de sportschool heb genomen. Wat zou ze denken als ze me in een body balance-les (hoe leg ik dat nou weer uit?) aantreft in de ‘Happy Baby Pose’: liggend op de rug, handen en voeten in de lucht?

Zou ze zich kunnen voorstellen wat het is om de hele dag calorieën te tellen? Dat ik, als ik ’s middags een broodje taleggio voor de lunch heb gehaald, automatisch in mijn hoofd een optelsom maak: broodje (250 calorieën), boter (50), taleggio (250), garnering (50), verder karnemelk met jus d’orange (100) en een banaan (100). Opgeteld bij mijn ontbijt – twee boterhammen met boter en jam (300), melk (100) en sap (75) – is dat dus al 1.275 calorieën. En vanavond nog uit eten met mijn huidige verkering, dan drink ik meestal drie glazen wijn (300) en kan ik niet van het brood en de boter afblijven (250). Daarmee komt de teller op 1.850. Een vrouw met mijn postuur mag dagelijks 2.000 calorieën binnenkrijgen. Dat betekent dat ik er nog maar 150 over heb. Dat is nog geen half toetje! En dan heb ik dus nog niet eens gegeten, Elsie.

Wat zou ze vinden van de mensen die als lunch een bakje met gedroogde vijgen en abrikozen tevoorschijn halen? Zij volgen een zogenaamd ‘orthomoleculair dieet’ en eten zoals de natuur het bedoeld heeft, eventueel aangevuld met voedingssupplementen. Inderdaad, Elsie, dat lijkt mij ook in tegenspraak met elkaar. Maar voor alle duidelijkheid: die lui die dat doen, dat zijn mensen met respectabele posities hè, geen domme mensen of zo.

Elsie Scheels bezoek aan het nu zet me aan het denken. Wie is er nu gek? De wetenschappers uit 1912 die haar bestempelden als hypergezond, of de wetenschappers van nu die haar te dik vinden.

Daar dacht ik allemaal aan toen ik mezelf na een drukke werkdag naar de sportschool sleepte om – als een galeislaaf – mijn plaatsje op de cardioapparaten in te nemen. Ik dacht aan Elsie en zag opeens het licht.

Dames en heren, ik ben eruit: ik heb mijn lifestylegoeroe gevonden. Vanaf vandaag volg ik het Elsie Scheel-regime: veel biefstuk eten en nooit meer bang zijn.

    • Monique Snoeijen