Hein

B egin jaren negentig vroeg ik Hein Verbruggen of hij wist van een dopingcircuit bij de Nederlandse wielerploeg PDM van Manfred Krikke. De manager had hoog opgegeven over zijn vriendschap met de voorzitter van de UCI. Hij hield vol dat de intralipid-affaire waarbij de voltallige PDM-ploeg, ziek en misselijk, de Tour 1991 moest verlaten een verzinsel was van roddeljournalisten. Het ging niet om een vervuild infuus, bedorven kip was de boosdoener.

Verbruggen bleef schouder aan schouder in de leugen staan. Intralipid was hem niet bekend, bedorven kip wel. Manfred en Hein: Brabanders onder elkaar.

Ik kende Hein uit de tijd dat hij Mars introduceerde als sponsor in de wielersport. Man van bonhomie die zijn hand niet terugtrok voor de groezelige klauwen van soigneurs en mecaniciens. Hij was toen nog van Helmond, niet van het balkon.

Dialect van weemoed in marginaal geritsel.

Tot hij in de jaren tachtig werd getroffen door de bobotic. De voorzitter van de internationale wielerunie (UCI) ging Dries van Agt napraten: plechtstatig, archaïsch, gecoiffeerd. Audiëntiepaljas ook nog. Langzaam verliet gemoedelijkheid zijn presidentiële hoofd. Tegenspraak kon niet meer.

Misschien kwam het ook door de hiërarchische cultuur van de wielersport. Die er nog steeds is. Ploegleiders als hertogen, renners als kudde. De UCI als soevereine stadstaat met gesloten luiken.

Hein Verbruggen vervreemdde van zichzelf. Macht overwoekerde zijn temperament. Hij werd almaar bitsiger, ontoegankelijker, overgevoelig voor kritiek. Altijd die gekwetste ijdelheid van een prelaat. Machtsdeling zinde hem niet, en dus werd het oorlog met de organisatie van de Tour de France, met journalisten en bonden, desnoods met een gekookt eitje.

Nadat hij vervolgens lid van het IOC was geworden, verloor hij zich helemaal in de hemelzuchtige fanfare van koningen en presidenten. Als voorzitter van de coördinatiecommissie voor de Spelen van Peking snauwde hij alle kritiek op de mensenrechten in China weg. Hij rochelde zich als vriend van de elite naar het ereburgerschap van Peking.

China, mijn vaderland!

Hein presenteert zich graag als dauphin van IOC-voorzitter Jacques Rogge. Meer nog dan wijlen Anton Geesink suggereert hij macht en invloed die hoog boven de polder uitstijgen. Het zelfbeeld klopt niet. Gewezen wielerpausjes wekken de achterdocht van Rogge. Als Belg kent hij het milieu van binnenuit. Het wheelen en dealen in en rond de koers staat hem tegen. Rogge gebruikt de bestuurderscapaciteiten van Verbruggen, maar houdt afstand. Eigenlijk vindt hij dat wielervolk niet in het olympisch cenakel thuishoort. Als Hein wordt meegesleurd in de val van Armstrong zal de IOC-voorzitter geen hand uitsteken.

Het imago van Hein Verbruggen is in schilfers uiteengevallen. Dat hij twee donaties van Armstrong gretig binnenhaalde, was al bedenkelijk. Nu blijkt dat hij ook een deel van zijn vermogen liet beheren door de financier van Armstrongs wielerploeg.

Belangenvermenging?

De positie van Verbruggen als lid van het IOC wordt stilaan onhoudbaar. Niet Lance Armstrong, hij zelf heeft zijn eervolle mandaat de doodsteek gegeven. Nog bijt hij van zich af. De ophef over Armstrongs donaties is „zeikerij”. En hij staat boven het „geklets” van journalisten en spijtoptanten. Zijn koppigheid kennende zal hij niet meegaan in de opportunistische, schijnheilige knieval van Lance. Maar hij is en blijft verbrand.

Vroeg of laat stort ook zijn wereld in. En zien we hem alleen nog na het vallen van de duisternis als een schim langs de gevels schuiven.

    • Hugo Camps