Opinie

    • Marc Chavannes

Full English breakfast please

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Britse minister-presidenten maken op gezette tijden een bedevaart naar ‘Europe’, het continent dat tragisch geïsoleerd ligt van het Verenigd Koninkrijk. Daar houden zij dan een toespraak waarin zij hun idee van een Europese vrijhandelszone ontvouwen, de opdringerige etatisten van het vasteland hun plaats wijzen en het thuisfront gerust stellen dat Britse chocola eeuwig plantenolie blijft bevatten.

Churchill reisde in 1946 naar Zürich om Duitsland en Frankrijk op te roepen haast te maken met de Verenigde Staten van Europa – zonder Groot-Brittannië (1946). Thatcher hield in 1988 haar befaamde Brugge-toespraak waarin zij Groot-Brittannië in het hart van Europa plaatste, maar op Britse voorwaarden (geen Europese superstaat). John Major pleitte aan de universiteit van Leiden (1994) voor een Europa van twee snelheden (mét Brittannië). Tony Blair herhaalde Thatchers boodschap Warschau (2000, ‘Europe a super power, not a super state’)

En David Cameron? Die kwam gisteren toch maar niet naar de Beurs van Berlage. Na maanden aankondigen zou hij de opgelaaide eurofobie bij zijn achterban in Amsterdam het hoofd bieden. Hij zou na de Britse verkiezingen van 2015 een referendum beloven over een nieuw EU-verdrag, dat hij miraculeus zou ontfutselen aan de door de eurocrisis versufte collega’s.

Het waren hardnekkige geruchten, maar geen onzinnige. Tijdens een pittig vragenuurtje in het Lagerhuis antwoordde Cameron woensdag bij herhaling in dezelfde zin. Toch kwam de gijzeling door islamitische fundamentalisten van ook Britse onderdanen in Algerije de premier misschien niet ongunstig uit. Niet speechen is soms beter dan té veel tegenstrijdigheden in één tekst onderbrengen.

Wat is het toch dat Britse politici, en vooral Conservatieve, zich geroepen voelen te herhalen dat zij helemaal bij Europa willen horen, maar het woord Europa uitspreken alsof het een besmettelijke ziekte is? Terwijl zij eindeloos vluchtbewegingen maken. Thatcher kreeg echt haar geld terug. Gerrit Zalm imiteerde haar met succes - het begin van Nederlands Eurospagaat.

Het eeuwenoude BBC-programma Question Time kwam deze week uit de zeer gemiddelde, zeer historische stad Lincoln. Er werd stevig over Europa gediscussieerd, waarbij de Lagerhuisleden van Labour en de Conservatieven het aflegden tegen Nigel Farage, de ‘Geert Wilders’ van de UK Independence Party (9 procent in de peilingen). Het (representatief samengestelde) publiek was overigens meer bezig met banen en andere gewone dingen dan met de Unie.

Dat laatste komt overeen met opinieonderzoek van de ervaren politieke analist Peter Kellner. Hij constateert dat de Britse bevolking steeds minder geïnteresseerd is in het ‘probleem Europa’, en als er gekozen moet worden niet massaal uit de EU wil. Zeker als Cameron wat gunstiger voorwaarden voor het Verenigd Koninkrijk zou versieren.

Onderhandelen over een nieuw EU-verdrag is ongeveer het laatste wat andere Europese leiders willen. Reuters-columnist Anatole Kaletsky vermoedt dat Camerons muizengaatje zou kunnen samenvallen met de elders gevoelde noodzaak het verdrag toch aan te passen aan de noodzakelijk geachte versteviging van de politieke banden tussen de eurolanden. Maar voorlopig lijkt men eerst de munt te willen redden, en daarna nog es verder te zien of een politieke unie kan worden vastgelegd zonder wrokkige kiezers wakker te schudden.

Fascinerend om dezelfde week de traditionele nieuwjaarswens aan de pers van de Franse president te zien. Ook daar een leider die in eigen land niemand economisch op korte termijn blij kan maken, die vecht voor greep op de euro. In Mali doet Hollande het goede én kan hij de aandacht wat afleiden van de lastigheden thuis.

Terwijl Angela Merkel zich behoorlijk zorgen maakt over verkiezingen in eigen land, moeten de leiders van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zich overgeven aan trapezewerk om de indruk te wekken aan de macht te zijn. Vooral David Cameron vecht voor zijn politieke hachje, tussen een pro-Europese coalitiepartner en een roekeloos deel van zijn eigen Lagerhuisfractie dat Engeland voor de kust van Florida situeert.

Cameron kreeg ook nog eens een ongebruikelijk ferm schot voor de boeg van de Amerikaanse onderminister voor Europese zaken, Philip Gordon. Deze Frans, Duits en Italiaans sprekende diplomaat en wetenschapper was in een eerder bestaan bij de Brookings denktank in Washington dé man die Frankrijk aan de Amerikanen uitlegde. Deze Amerikaanse stem draagt kennis van ons vasteland in zich.

Gordons waarschuwing dat het Amerikaans én Brits belang is dat Londen volop blijft meedoen in de Europese Unie klinkt des te gemeender nu president Obama op Buitenlandse Zaken en Defensie met Kerry en Hagel twee Vietnam-veteranen heeft benoemd die Europa kennen en belangrijk vinden. Nu de EU de kans heeft in Washington serieus genomen te worden en samen te werken, lijken de grote drie landen meer naar binnen te kijken dan ooit.

En wij? Parijs houdt de spanning er nog even in. Jeroen Dijsselbloem moet maandag zijn meest Franse ideeën over de euro voordragen bij de collega-ministers. Onze Kamer wilde deze week vooral weten of zijn eventuele benoeming aan het hoofd van de eurogroep Nederland geen nadeel kan opleveren. Het bestaan van grote naties is echt een fictie. Ook dit continent wordt bewoond door een heleboel mensen die hun best doen. En leiders die elkaar vluchtverhalen voorlezen uit de Decamerone. Met steeds weer een herverkiezing als de pest die zij vrezen.

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl

    • Marc Chavannes