Column

Enkele reis

‘Kijk, daar ligt het grootste nationale park ter wereld”. De directeur van het Wereld Natuur Fonds wees enthousiast uit het raam van het kleine vliegtuigje waarin wij over de ijsvlakte van Groenland vlogen. Onder mij zag ik echter niets dan wit. Een eindeloze lege vlakte waar geen spoor van leven te zien was.

Het natuurpark Noordoost-Groenland mag dan meer dan drieëntwintig keer groter dan Nederland zijn, het is een van de leegste plekken op aarde. Wat er aan leven te vinden is, bevindt zich aan de rand van het enorme ijsveld. Op de kilometers dikke ijslaag zelf is er hoogstens een enkele verdwaalde microbe te vinden. En natuurlijk het enige organisme dat in iedere locatie op aarde kan worden aangetroffen, hoe extreem en onherbergzaam ook: de mens. De ultieme extremofiel.

De poolgebieden zijn de laatste witte vlekken op de wereldkaart, letterlijk en figuurlijk. En die onbekendheid maakt ze voor mensen onweerstaanbaar aantrekkelijk. Alleen al deze week was er in Antarctica een bezoek van de Chileense president en van de minister-president van Nieuw-Zeeland, begonnen de Amerikaanse, Britse en Russische boringen naar diepe meren onder de kilometers dikke ijslaag en startte de levensgevaarlijke winterse oversteek van de expeditie onder leiding van de Britse ontdekkingsreiziger Sir Ranulph Fiennis. Klimaatverandering of niet, de polen zijn hot.

Het is een universeel verschijnsel. Zet een hek neer met een bordje VERBODEN TOEGANG en iedereen zal als door een magneet ertoe worden aangetrokken en nieuwsgierig over het hekwerk proberen te kijken. Onmiddellijk is wat achter de omheining ligt veel interessanter geworden dan wat vrij toegankelijk is.

Maar vanuit de comfortabele leunstoel in de warme huiskamer is het soms moeilijk voor te stellen hoe grote offers zijn gebracht in de loop van de geschiedenis door degenen die over zo’n grens zijn heengegaan. Het bordje VERBODEN TOEGANG stond er niet voor niets. Wie wordt bijvoorbeeld niet geraakt door de onderkoelde aantekeningen van de ‘laatste mars’ van poolreiziger Robert Falcon Scott? Zijn groep gaat in maart 1912 aan uitputting ten onder nadat hun concurrent Amundsen hen had verslagen in de race naar de zuidpool. Met name de woorden waarmee zijn lotgenoot Lawrence Oates vrijwillig de dood inloopt, laten koude rillingen over je rug lopen: “Ik ga een luchtje scheppen en het kan een tijdje duren.”

De huidige expedities op Antarctica zijn gelukkig veel beter toegerust dan een eeuw geleden. Ze worden wel gezien als een goede voorbereiding op de grotere ontberingen van een reis naar Mars of naar nog verder weg gelegen planeten. Deze zomer werd het Nederlandse initiatief Mars One gelanceerd met het doel om in 2023 vier mensen voor een realityshow naar de rode planeet te sturen. De aanvullende bepaling dat de organisatie slechts een enkele reis kon aanbieden, bleek het enthousiasme niet te belemmeren. Een duizendtal mensen meldden zich aan.

Mij verbaast dat niet. Eerlijk gezegd kwamen eerdere expedities ook zonder retourbiljet. Zo beschrijft het onlangs verschenen The Barbarous Years van de Harvard-historicus Bernard Bailyn in gruwelijk detail de belevenissen van de eerste kolonisten van Noord-Amerika. Schip na schip met ambitieuze edelen, serieuze ambachtslieden en straatarme gelukzoekers landden in een uiterst vijandelijk terrein. Vaak was na een half jaar nog maar een kwart van het gezelschap over. Ziekte, hongersnood, indianen en wilde dieren eisten hun tol. Het is het verhaal van vele kolonisaties.

Waarom trekken we ondanks al deze gevaren toch naar het onbekende? Misschien is het beste antwoord wel wat Sir Edmund Hillary zei toen hem gevraagd werd waarom hij de Mount Everest wilde beklimmen: “Because it’s there.” Er zit diep in ons verborgen nog steeds een nomade die oproept om verder te reizen. We kennen allemaal deze lichte kriebel. We hebben het heerlijk naar ons zin in een mooie vakantiebestemming. Het charmante pleintje, de cafébaas, de kleine ritueeltjes – het is allemaal zo vertrouwd geworden. Wat jammer om dat alles achter ons te moeten laten. Maar op het moment dat we in de coupé zitten naar een volgende bestemming en de trein in beweging komt, slaat ons hart even sneller en worden de warme herinneringen verdrongen door de verlokkingen van het onbekende. We willen verder.

De reis naar de onherbergzame polen is een perfecte metafoor voor het avontuur van de wetenschap. De witte vlekken in de atlas van onze kennis zijn even aantrekkelijk als de ijsvlaktes. En in de academische wereld worden er ook geen retourtjes verkocht. Iedereen die serieus een nieuw onderzoeksveld betreedt, volgt in de voetsporen van Robert Scott. En net als Scott, is er een risico dat iemand eerder de bestemming heeft bereikt en een vlag heeft gepland.

De beeldende kunst kent de horror vacui, de onbedwingbare drang om iedere vierkante centimeter met ornamenten op te vullen. In de wetenschap is er eerder sprake van amor vacui, de omarming van de lege ruimte. De witte vlakte lokt onherroepelijk.