Een afgebrand lab, een dode duiker. Het gaat nog vaak mis

Zo bar als in de tijd van Amundsen en Scott is een bezoek aan Antarctica al lang niet meer. Poolwetenschappers kijken ’s avonds een dvd’tje of spelen een potje pool. Toch blijft Antarctica een hachelijke plek. Het weer is extreem, het terrein is ruig en hulp is vaak ver weg. Elk jaar vinden er ongelukken plaats, soms met dodelijke afloop. Vooral tijdens expedities gaat het mis.

Berucht is het ongeluk waarbij een Britse bioloog en duiker in 2003 om het leven kwam. Tijdens een snorkeltocht werd zij door een zeeluipaard gegrepen. Het dier liet uiteindelijk weer los, maar toen was Brown al verdronken. Normaal gesproken laten zeeluipaarden mensen met rust, hun prooien zijn pinguïns en zeehonden. Het ongeluk gebeurde midden in de winter. Misschien had het dier honger, of was het verward.

Op het ijskoude continent is zelfs het vuur gevaarlijk. Antarctica is the windiest place on earth, de lucht is er droog. Een klein vonkje groeit er al snel uit tot een vlammenzee. In 2008 viel er nog een dode bij het Russische Progress station tijdens de bouw van een nieuwe accommodatie. En kortsluiting in het Bonner Lab op Rothera zorgde ervoor dat het gebouw tot de grond toe afbrandde, in 2001. Een jaar later werd het lab opnieuw gebouwd.

Tot slot nog een ijzingwekkend verhaal, verteld door John Hall, hoofd logistiek van de British Antarctic Survey in Cambridge. In 1982 kwam een kleine expeditie vast te zitten op een eiland toen het zee-ijs de baai uit woei. Het drietal zit weken vast, de radiobatterijen lopen langzaam leeg. Als het zee-ijs terugkomt besluiten de drie de overtocht te wagen. Dan komt de storm. Langzaam verschijnen de eerste scheuren in het ijs. De eerste losgescheurde ijsplaten hebben nog de grootte van de provincie Utrecht. Dan van Utrecht zelf, tot er nog maar paar vierkante meters ijs overblijven. “De eerste sprong haal je nog. De tweede ook nog. Maar niet die laatste.”

Lucas Brouwers

    • Lucas Brouwers