Dierenliefde: dope voor het geweten De gekte ten top: het dier als mens

‘Hogere dieren’ krijgen menselijke kenmerken toegedicht en daarom ook menselijke rechten. Dit moet stoppen. Dieren zijn meer gebaat bij een leven dat eigen is aan de soort, betogen R. de Koning en H. de Koning-Timmer.

nederland, delfzijl, 31-10-2012 bij circus Belly Wien worden 3 babytijgertjes uitgelaten. ze zijn in het circus geboren. foto: Reyer Boxem/Hollandse Hoogte REYER BOXEM/Hollandse Hoogte

Dieren spelen een prominente rol in het publieke debat. Bultrug Johannes, de plofkip, de jacht. Mensen bekommeren zich niet om mensen, wel om dieren – bovenmatig zelfs. Ze maken zich drukker om een zieke bultrug dan om een werkloze oudere. Dierenliefde: dope voor het geweten. Lijden is onacceptabel en oh wee, als je dat niet beaamt. Jaag je: hufter. Eet je kip: hufter. Ik deug, de rest niet. Ook de krant doet daar aan mee. Over de plofkip geen onafhankelijke journalistiek. Je deugt niet als je regulier pluimveevlees verkoopt. We weten niet eens wat een plofkip is. Een miezerig kuiken dat door zijn poten zakt en snel groeit? Ieder hobbyhok kent dergelijke kuikens. Wil je minder groei, moet je een kleiner ras nemen.

De dierenpartij wil het paradijs

Nertsen weg, circusdieren weg. Wat volgt? De jacht? Het sportvissen? Volièrevogels? Rupsje Nooitgenoeg? Waar leidt dat toe? Geen huisdieren meer? Iedereen aan de tofu? Wat een vreselijk vooruitzicht! Plaats voor rede is er niet. Overal duiken actiegroepen op – klonen naar Amerikaans voorbeeld. De politiek buigt mee. Circusdieren hebben het beter dan de gemiddelde hond, maar worden geofferd. Makkelijke prooi. Veel tegen, paar voor: dus weg! De dierenpartij moet bevredigd. Vreselijke mensen soms. Ieder zijn eigen hobby en de wijsheid in pacht. GroenLinks in het groot.

Leven is creperen

We kijken collectief neer op het creationisme, dat het leven is ontstaan uit een enkele scheppingsdaad. Denken dat leven zonder lijden mogelijk is, is net zo onnozel. Dieren in het wild creperen door een combinatie van kou, honger, ziekte en predatie. Ze creperen in net zulke grote getale als ze worden geboren. Soms verandert de populatiegrootte. Minder insecticiden is goed voor buizerd, ooievaar, aalscholver, maar dodelijk voor mus en grutto. Darwin zei het: De geschiktste soort overleeft.

Vegetariërs van de kouwe grond

Vegetariërs hier redden de wereld omdat voor hen geen dieren worden gedood en geen oerwoud wordt gekapt. Denken ze. Hun held is Peter Singer, vader van het anti-speciesisme. Discrimineren tussen soorten mag je niet – en dus mag je (hogere) dieren niet doden. Nu wil het geval dat vegetariërs wel eieren en zuivel eten. Daarvoor moet je dieren houden. Vegetariërs zijn daarom of onnozel of schijnheilig en inconsequent. Zonder dierlijk eiwit is een fatsoenlijk dieet niet mogelijk.

Demagogie en onkunde

Over het gehannes met Johannes is veel gezegd. Het vosje waarover Daan Remmerts de Vries schreef (Opinie, 5 jan.) is niet doodgeschoten door een jager, maar gewoon gecrepeerd. Plezierjacht in Afrika is ‘moord’ en ‘mensonwaardig’. Dat het meer betekent voor de instandhouding van soorten dan die paar tientjes aflaat die een gemiddelde Nederlander aan het WNF betaalt, ontgaat Daan.

Veehouders zijn beesten. Problemen als epidemieën, vetzucht, kanker, honger worden veroorzaakt door het eten van vlees. Demagogie.

Voor de dierenpartij is dierethiek – en met name de opvattingen van Peter Singer – belangrijk. Omdat hogere dieren, net als de mens, ‘voelend’ zouden zijn en een idee over de toekomst zouden hebben, wordt aan hen een morele status toegekend. Je mag zo’n dier daarom niet zomaar doden.

Door gebrek aan inzicht in nature, vegetarisme van de kouwe grond en het anti-speciesisme biedt de dierethiek voeding aan het vermenselijken van dieren, en dat leidt weer tot veel emoties bij mensen. En wild? Wat levert het daarvoor op? Veel tumult over een walvis, een ‘politiek’ verbod op circusdieren en een nutteloos bejaardenhuis voor met hiv besmette primaten. Welk idee zouden zij over de toekomst hebben? Creperen? Moeten we olifanten bijvoeren en een reddingsbrigade voor walvissen oprichten? En lagere dieren, zoals wormen? Zijn zij irrelevant omdat ze geen morele status hebben?

Benen op de grond

Het is dringend nodig met beide benen op de grond te komen. Dat kan door onze omgang met dieren te toetsen aan het integriteitsprincipe in combinatie met het afsluiten van een sociaal contract. Rond 1985 werd het begrip integriteit geformuleerd: een soort moest al naar zijn aard kunnen leven maar moet nu ook ‘heel’ blijven – niet absoluut, maar in toenemende mate. Een hond moet hond blijven. Maar toetsen we aan dit principe, dan blijken erfelijke gebreken niet het grootste probleem. Dat is de verwording tot karikatuur van wat ooit een hond was: gedrochten als bulldogs en chihuahuas.

Sinds deze maand mogen eieren uit legbatterijen niet meer worden verkocht in Europa. Daardoor kan een kip meer zichzelf zijn. Niet maximaal, maar wel in voldoende mate. Met gepaste maatregelen zijn de omstandigheden voor huisdieren te sturen. Daarover valt een sociaal contract af te sluiten.

De vraag is wel: wat is in voldoende mate? John Rawls, dé politieke filosoof van de laatste vijftig jaar, biedt een methode om tot een redelijke verdeling van rijkdom te komen, de ‘sluier van onwetendheid’. Je weet niet van te voren in welk scenario je terecht komt. Voor varkens: leven en vroegtijdig creperen op de Veluwe of overleven in de veehouderij met voldoende voer en onderdak. Hoeveel zorg moet worden verleend om slachten acceptabel te maken? Wij vinden dat deze methode effectief kan zijn voor een op te stellen sociaal contract, thuis of op de boerderij.

Ook voor wilde dieren is een dergelijke systematiek nuttig. De integriteit van soorten, populaties en individuen is beschermingswaardig – in die volgorde. Het bejaardenhuis met HIV besmette mensapen kunnen we gevoeglijk sluiten. Er moet voor mensapen meer areaal beschikbaar zijn.

En de Oostvaardersplassen, de Serengeti der Lage Landen? Iedere veehouder zat allang vast wegens dierverwaarlozing als hij zijn dieren verzorgt zoals de overheid de grote grazers daar. De Oostvaardersplassen krijgen dan eindelijk behoorlijk wildbeheer. En laten we Singers anti-speciesisme en verondersteld idee van de toekomst snel vergeten!

R. de Koning is dierenarts en promoveerde in 1984 aan de Rijksuniversiteit Utrecht op onderzoek naar het welzijn van zeugen. H. de Koning-Timmer is wiskundige en behaalde in 2012 haar bachelor filosofie.

    • H. de Koning-Timmer
    • R. de Koning