‘Deze moslims waren te redden’

Nederland deed niets om Bosnisch personeel in Srebrenica te redden, zeggen nabestaanden. Bij de Hoge Raad stelden ze gisteren de Staat aansprakelijk.

Ze had zichzelf voorgenomen niet emotioneel te worden. „Maar het gaat over mijn vader”, zegt Alma Mustafic (31) bij de Hoge Raad in Den Haag. Haar vader, Rizo Mustafic, was in 1995 elektricien op de basis van de Nederlandse VN-militairen in Srebrenica. Hij werd vermoord nadat hij door Dutchbat van de basis was gestuurd. Na de val van de moslimenclave Srebrenica werden zo’n 8.000 moslims om het leven gebracht door Bosnische Serviërs.

Aanvankelijk voelden Alma Mustafic en haar familie zich veilig op de Nederlandse basis. Toen ze te horen kregen dat ze, net als andere vluchtelingen, de basis moesten verlaten, voelde Alma een angst die ze niet kan beschrijven. „Ik ben nog nooit zo bang geweest.” Haar vader werd door de Bosnische Serviërs gescheiden van de rest van de familie. „Geen zoen, geen knuffel, geen tijd om afscheid te nemen.”

Dan kan Alma Mustafic het niet meer droog houden. „Ik wist dat het de laatste keer was dat ik mijn vader in levende lijve zou zien.” In 2010 kreeg haar moeder bericht dat zijn stoffelijk overschot was gevonden.

Nog een nabestaande beschreef gisteren bij de Hoge Raad de gebeurtenissen van toen. Dutchbattolk Hasan Nuhanovic (44) verloor zijn ouders en broer nadat die van de basis waren gestuurd. Kort voor zij de poort uitliepen, kreeg zijn vader te horen dat hij toch mocht blijven. Maar hij besloot met zijn zoon en vrouw mee te gaan. „Mijn vader wist toen dat het zijn dood zou worden.”

De nabestaanden verwijten Nederland na de val van moslimenclave Srebrenica in juli 1995 niets ondernomen te hebben om Bosnisch personeel van Dutchbat en hun familie in veiligheid te brengen. Zij begonnen in 2002 een civiele procedure tegen de Staat der Nederlanden. Die heeft aansprakelijkheid altijd afgewezen. In juli 2011 bepaalde het Haagse gerechtshof in hoger beroep dat de Staat wel degelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de dood van de drie Bosnische moslimmannen. De Staat ging in cassatie. Gisteren hielden de advocaten van de nabestaanden en de landsadvocaten voor de Hoge Raad hun pleidooi.

De drie advocaten van de Staat betoogden opnieuw dat Dutchbat onderdeel was van een vredesoperatie in Bosnië die werd uitgevoerd onder het bevel van de Verenigde Naties. Maar die lieten in 2002 al weten de aansprakelijkheid niet te erkennen. „Het is geen operatie zoals we die nu zien van de Fransen in Mali”, zegt landadvocaat Bert-Jan Houtzagers. De Franse missie in Mali laat volgens hem zien hoe moeilijk het is om landen bereid te vinden om militaire (vredes-)operaties te steunen. De gevolgen van de uitspraak van het hof zijn „verstrekkend”, zegt Houtzagers. „De bereidheid om troepen te leveren, zal afnemen.”

De advocaten van de nabestaanden menen dat de Nederlandse militairen de families Mustafic en Nuhanovic hadden moeten beschermen. „Zij dachten dat zij veilig zouden zijn op de compound”, zegt advocaat Liesbeth Zegveld, die de nabestaanden al sinds 2002 bijstaat. De zaak van de drie vermoorde moslimmannen is volgens Zegveld uniek, omdat het personeel en hun familie betreft. Dat schept volgens haar geen precedent voor andere vermoorde Bosniërs, vluchtelingen. Zegveld: „De Staat had met deze mensen te maken en had hun dood moeten en kunnen afwenden.”

Rieme-Jan Tjittes, een van de cassatieadvocaten, vult aan: „De uitspraak van het hof slaat slechts op drie mannen die laat op de dag van de compound zijn afgestuurd en heeft daarom geen enkele precedentwaarde in andere zaken van vermoorde moslimmannen.”

De landsadvocaten betogen dat niet Dutchbat, maar de Serviërs beslisten welke Bosnische moslims op de basis mochten blijven. Volgens Houtzagers werd dat niet door de „Nederlandse regering vanuit Den Haag” bepaald. Volgens de landsadvocaten is het onjuist om met de kennis van nu te oordelen over het optreden van de Nederlanders in Srebrenica. Houtzagers: „Misschien had je een wat meer heldhaftig optreden van de Nederlandse militairen mogen verwachten. En we kunnen nu vaststellen dat de internationale gemeenschap een menselijk drama niet heeft weten te voorkomen.” Maar dat betekent volgens hem niet dat de Nederlandse Staat daar verantwoordelijk voor is. „De enige schuldigen aan dit menselijke drama zijn de Bosnische Serviërs.”

    • Brian van der Bol