Brieven over het huwelijk

Laten we alle huwelijken gewoon huwelijk noemen

Pastoor G. Hover in Maastricht meldt dat er verschil is tussen wijn en limonade (Brieven, 12 januari).

Daar heeft hij gelijk in. Maar zou de naamgeving niet te maken hebben met omschrijvingen zoals die te vinden zijn in onze Warenwet? Tegenwoordig kunnen we wijn en bier kopen die net zo alcoholvrij zijn als limonade. En we kennen vruchtenwijn. Die komt niet van de wijnstok.

Zoals bekend heeft onze wetgever in en voor Nederland bepaald dat het huwelijk ook openstaat voor (c.q. gesloten kan worden tussen) mensen van gelijk geslacht. Die verbintenis draagt wettelijk niet de discriminerende naam homohuwelijk, maar heet gewoon huwelijk. Het voorvoegsel ‘homo-’ wordt er door vaak minder vriendelijke mensen voorgezet, maar voegt niets toe.

Dus meneer pastoor, u kunt gewoon een lid weglaten van het woord homohuwelijk, en wel het eerste. Dan houdt u een prima en voor iedereen duidelijke term over: huwelijk.

O. van Hest

Brielle

Onderscheid defameert

Pastoor G. Hover wil een ander woord voor ‘homohuwelijk’. De jurist Jan Wolter Wabeke, grondlegger van en later samen met Henk Krol (Gay Krant) in de jaren tachtig actievoerder voor wat sinds 2002 het ‘homohuwelijk’ is gaan heten, legde nog niet zo lang geleden in deze krant het volgende uit. Juridisch is er in Nederland maar één huwelijk: het burgerlijk huwelijk, dat openstaat voor personen van verschillend en gelijk geslacht. Wil je soms toch een niet-defamerend onderscheid maken, onderscheid dan alle groepen huwelijkskandidaten, en niet één groep.

Ik denk aan: man-vrouwhuwelijk, mannenhuwelijk, vrouwenhuwelijk.

Carel Scharten

Rotterdam

    • Carel Scharten
    • O. van Hest