BRIEVEN

Muziek en pubers

Ellen de Bruin schrijft in haar artikel ‘Muziekhufters’? Nee, dit is serieus onderzoek (Wetenschapspagina, 10 januari) over het gevonden verband tussen muzikale voorkeur en later probleemgedrag bij pubers. Een heikel onderwerp waar veel misverstanden over bestaan. Gelukkig zijn de wetenschappers er snel bij om uit te leggen dat van een causaal verband geen sprake hoeft te zijn: muzieksmaak is een indicator, ‘een soort thermometer’. En daarom heeft muziek verbieden ‘sowieso geen zin’.

Helaas wordt in het artikel even later duidelijk dat de onderzoekers toch – misschien in een drang om toch een steentje bij te dragen aan de maakbare samenleving – dit adagium van ‘correlatie is geen causatie’ nogal zwak interpreteren: liever is correlatie nóg geen causatie. Want ze stellen er in één adem een ingewikkelder causaal verband tegenover: muzieksmaak vormt de sociale lijm waarbinnen probleemgedrag propageert.

Deze theorie van de onderzoekers legt een ernstige beperking in het wereldbeeld van de sociale wetenschappen bloot: men is blind voor de mogelijkheid dat niet alle verbanden via oorzaak-gevolgrelaties tot stand komen.

Maar andere relaties zijn zeker wel denkbaar. Men zal nooit een tafel aantreffen zonder oppervlakte (een correlatie van 1), maar een tafel veroorzaakt zijn oppervlakte niet. Zo ook is het verband tussen temperatuur, het weer en het klimaat eerder constituerend dan veroorzakend.

Constituerende relaties zijn eerder regel dan uitzondering in de sociale wetenschap, maar vallen buiten haar onderzoeksmogelijkheden en worden daarom als zodanig niet herkend. Jammer, want ook een empirische beschrijving van de fenomenen op zich kan erg interessant zijn, en het bieden van een causale verklaring is soms niet alleen overbodig, het is potentieel zelfs schadelijk.

Met hun opmerkingen scheppen de Utrechtse onderzoekers een perspectief waarin probleemgedrag eenvoudig te beïnvloeden is. Als we er wat aan kunnen doen, hoeven we het ook niet te accepteren. Laat de natuurwetenschappen maar denken dat het perpetuum mobile niet kan bestaan, de sociale wetenschappen begrijpen causaliteit veel beter.

Ludger van Dijk

Utrecht

James Watson

The Double Helix is een bestseller uit 1968 waarin Jim Watson ongegeneerd het verhaal vertelt van de ontdekking van de dubbele helix structuur van DNA, door Francis Crick en hemzelf in Cambridge, 1952-1953. Hij ontziet daarin zijn collega’s, maar vooral ook zichzelf niet als het gaat over ijdelheid, eerzucht, naijver, rokkenjagen, slinkse trucs, naïviteit en koppigheid.

Piet Borst stelt in zijn column De dubbele helix (Wetenschapsbijlage, 12 januari) dat Watson een sappig verhaal met een unieke kijk op de wetenschap, maar geen ‘historisch verantwoord feitenrelaas’ wilde schrijven.

Uit de recent verschenen geannoteerde uitgave van The Double Helix blijkt echter dat er feitelijk niet veel mis is. Zijn collega’s Crick en Wilkins hadden vooral een geheel ander, belangrijker bezwaar waaraan Piet Borst, maar ook de auteurs van dit nieuwe boek voorbij gaan. Ze vreesden voor het respect voor de wetenschap.

Wilkins schreef aan Watson dat ook hij weliswaar ‘tired (was) of the polite covering up and misleading inadequate pictures of how scientific research is done’, maar Watson ging te ver, hing de vuile was buiten. Het mysterie dreigde voor altijd verstoord te worden. Gunther Stent schreef in 1968 een Review of the Reviews die liet zien waarom Watson door respectabele collega’s zowel is toegejuicht als verguist: hij had als een van de eerste topwetenschappers de omerta gebroken.

Ik denk dat het, om allerlei redenen, goed is Watsons voorbeeld te volgen en de mythe voorgoed achter ons te laten, al was het alleen maar om de interactie tussen de wetenschap en de ‘echte wereld’ beter te begrijpen.

Frank Miedema

Decaan en vice-voorzitter van de Raad van Bestuur van het UMC Utrecht.

Hoofddorp

    • Frank Miedema
    • Ludger van Dijk