Een modeweek zonder vervolg

De Amsterdam Fashion Week is er volgens alleen maar voor de show.

Op het eerste gezicht is Amsterdam Fashion Week, waarvan de achttiende editie woensdag begint, een modeweek als alle andere. Er zijn shows, natuurlijk. En borrels en feestjes, bloggers en straatmodefotografen. En toch is het ook weer helemaal geen gewone modeweek.

In Parijs, Milaan en New York gaan inkopers na de shows naar showrooms om bestellingen te plaatsen. De grote modebladen kiezen kledingstukken uit om te fotograferen. En de mensen van de grote ketens bekijken de kleren op internet en gaan aan het natekenen. Alles bij elkaar heeft dat tot gevolg dat er een half jaar later een nieuwe mode is. Dat gebeurt allemaal niet in Amsterdam.

Dat komt vooral doordat bekende namen zich hier niet laten zien. G-Star, het grote internationale Nederlandse modesucces, showt op de jeansbeurs in Berlijn. Couturiers Jan Taminiau en Iris van Herpen hebben in Amsterdam geshowd, maar doen dat nu in Parijs. Daar houden Viktor & Rolf al sinds de jaren negentig hun shows. Ontwerpers die internationaal (willen) verkopen, hebben op Amsterdam Fashion Week weinig te zoeken. Buitenlandse inkopers komen er niet, en om te overleven hebben ontwerpers die hard nodig, zeker als ze vooruitstrevende mode maken – Nederland is daar een kleine markt voor.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Dit keer geven Gsus en The People of the Labyrinths allebei voor het eerst een show. Maar het is maar de vraag of die een vervolg krijgen; de ervaring heeft geleerd dat veel grotere merken zo’n show zien als een eenmalig evenement. Spijkers en Spijkers, die hun vrouwenkleren wereldwijd verkopen, zijn wel al een paar jaar consequent in Amsterdam aanwezig. Maar met hun tweede, minder interessante lijn. Hun eerste lijn tonen ze in Londen.

Amsterdam Fashion Week draait vooral op beginnende labels, en ontwerpers die weliswaar een tijd bezig zijn, maar die geen of nauwelijks verkooppunten hebben, en voor wie het iedere keer een hele toer is hun collectie gefinancierd te krijgen. Amsterdam Fashion Week is er alleen voor de show. Het is een modeweek zonder vervolg, zonder handel. Een grote, vrijblijvende showcase.

Maar het is, misschien juist daardoor, ook een modeweek waarop elke keer wel weer iets bijzonders te zien is. De eerste shows van Iris van Herpen, bijvoorbeeld. En een half jaar geleden nog die van van Marga Weimans (monumentale jurken) en Borre Akkersdijk (mannenmode van bijzondere tricots, geshowd door turners). Eigenzinnige ontwerpers die, net als Van Herpen, misschien nog van alles teweeg gaan brengen en zonder Amsterdam Fashion Week geen springplank zouden hebben.

    • Milou van Rossum