Voor altijd op de kaart

De islamitische extremisten die het gascomplex in Algerije innamen, deden dat uit steun voor strijdbroeders in Mali, die door Franse troepen worden bestookt. Daarmee is die strijd internationaal geworden.

French soldiers listen as Malian President Dioncounda Traore speaks at a Malian air base in Bamako, Mali January 16, 2013. French troops launched their first ground assault against Islamist rebels in Mali on Wednesday in a broadening of their operation against battle-hardened al Qaeda-linked fighters who have resisted six days of air strikes. REUTERS/Joe Penney (MALI - Tags: CIVIL UNREST CONFLICT MILITARY POLITICS) REUTERS

Hoe is het gijzeldrama in Algerije verlopen?

Woensdagochtend werd een bus met medewerkers van een gascomplex in het oosten van Algerije aangevallen door islamitische extremisten. Een politie-escorte die de bus vergezelde opende het vuur en bij het daaropvolgende vuurgevecht kwamen een Britse en een Algerijnse man om het leven. Zes anderen – twee Britten, een Noor, twee politieagenten en een beveiliger – raakten gewond.

De extremisten zouden na de aanval in zeker drie voertuigen door zijn gereden naar het gascomplex, waar ze honderden Algerijnse en tientallen buitenlandse medewerkers gijzelden in de leefvertrekken. Algerijnse militairen omsingelden het complex vervolgens, waardoor de extremisten geen kant op konden. Legerhelikopters cirkelden erboven.

Veel is nog onduidelijk over het verloop van de gijzeling, want het complex ligt op een zeer afgelegen plek in de Sahara, 1.300 kilometer ten zuidoosten van de Algerijnse hoofdstad Algiers, aan de Libische grens. Gisteren kwamen zeer tegenstrijdige, moeilijk te verifiëren berichten naar buiten. Zo zouden honderden Algerijnse medewerkers het complex zijn ontvlucht of zijn vrijgelaten. Een van de gijzelaars zei tegen de nieuwszender France 24 dat ze gedwongen werden om bomgordels te dragen en dat de extremisten dreigden het hele complex op te blazen. Een andere Algerijnse gijzelaar zei tegen persbureau Reuters: „De terroristen zeiden tegen ons vanaf het begin dat ze moslims niets zouden aandoen en dat ze alleen geïnteresseerd waren in de christenen en de ongelovigen. ‘We zullen ze doden’, zeiden ze.”

Het Algerijnse leger besloot uiteindelijk het complex te bestormen om de gijzelaars te bevrijden. De extremisten, die met de buitenwereld communiceerden via een Mauretaans persbureau, zeiden dat Algerijnse helikopters het vuur openden toen ze met de gijzelaars het gascomplex probeerden te ontvluchten. Over het uiteindelijke dodental bestaan tegenstrijdige berichten. De extremisten zeggen dat 35 gijzelaars en 15 van hun strijders bij de aanval zijn omgekomen en dat slechts zeven gijzelaars in leven zijn gebleven. Maar dat kon niet worden bevestigd. Het Algerijnse staatspersbureau zei eerder dat 600 lokale medewerkers zijn bevrijd en dat de helft van de gijzelaars zijn gered. Volgens de Algerijnse staatstelevisie zijn er vier buitenlanders omgekomen: twee Britten en twee Filippino’s.

Wat weten wij van de gegijzelden?

Volgens de Franse krant Le Monde hadden de extremisten zeker driehonderd Algerijnse en 41 buitenlandse medewerkers gegijzeld. Het is niet duidelijk welke nationaliteit alle buitenlanders hebben, die informatie hebben sommige regeringen uit veiligheidsoverwegingen achtergehouden. Onder de hen waren in ieder geval negen Noren, vijf Japanners, een onbekend aantal Amerikanen, een onbekend aantal Britten en een Noord-Ierse man. Volgens de moslimextremisten waren er onder de gegijzelden ook medewerkers uit Roemenië, de Filippijnen, Colombia, en Zuid-Korea.

De Britse premier David Cameron zou vandaag zijn langverwachte speech over de toekomst van Europa komen houden in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Maar gisteren besloot hij de toespraak vanwege het gijzeldrama, uit te stellen. Cameron verklaarde dat de situatie in Algerije „zeer gevaarlijk, zeer onzeker en zeer veranderlijk” is en dat de Britten zich moeten voorbereiden „op de mogelijkheid van meer slecht nieuws”.

Waarom zijn er zoveel buitenlanders?

Het Algerijnse gascomplex bij In Amenas is een joint venture tussen het Noorse Statoil, het Britse BP en het Algerijnse staatsbedrijf Sonatrach. Het Japanse bedrijf JGC Corp was ingehuurd voor bouw en onderhoudswerk. Het complex produceert 9 miljard kubieke meter gas per jaar, meer dan eentiende van de totale Algerijnse gasproductie.

Wat weten we over de gijzelnemers?

De naam die het vaakst met de gijzelactie in verband wordt gebracht is die van Mokhtart Belmokhtar, volgens de BBC ook wel bekend als ‘Mr Marlboro’. De eenogige oorlogsveteraan verdiende zijn bijnaam met de smokkel van sigaretten door de Sahel, om zijn heilige oorlog te financieren. Belmokhtar is een geboren Algerijn die na de moord op de Palestijnse islamistische ideoloog Abdullah Yusuf Azzam in 1989 op zijn negentiende naar Afghanistan afreisde en daar getraind werd in de kampen van Al-Qaeda.

In 1993 keerde hij terug naar Algerije, dat op de rand van een burgeroorlog stond nadat het door Frankrijk gesteunde leger de verkiezingen afgelaste, omdat een fundamentalistische partij die dreigde te winnen. Belmokhtar werd een sleutelfiguur binnen verschillende radicaal islamitische groepen die de strijd aanbonden met de Algerijnse regering. Een daarvan fuseerde later met Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb (AQIM). Belmokhtar werd aanvoerder van een AQIM-bataljon dat rondzwierf in de woestijn van Algerije en Mali. In deze periode zou hij bij gevechten zijn linkeroog zijn verloren.

Belmokhtar werd meerdere malen door de Algerijnse regering bij verstek ter dood veroordeeld. De Franse inlichtingendienst bestempelde hem in 2002 als ‘ongrijpbaar’. Vorig jaar richtte hij zijn ‘Bataljon van het bloed’ op, nadat AQIM hem na een interne strijd de titel van ‘emir van de Sahel’ had ontnomen.

De aanval op de BP-installatie was de eerste grote actie van het 'Bataljon van het bloed'. Het laat zien dat Belmokhtar nog steeds een invloedrijke figuur is in de regio, ondanks zijn marginalisering binnen AQIM. Hij staat bekend als notoire gijzelnemer, die miljoenen dollars aan losgeld heeft verdiend. In 2008 werd de VN-gezant Robert Fowler vlak buiten de Nigerese hoofdstad ontvoerd door strijders van Belmokhtar. Na 130 dagen in de Sahara werd Fowler vrijgelaten.

Belmokhtar heeft diepe wortels in de regio. Hij zou vier vrouwen uit lokale Arabische en Touareg-stammen zijn getrouwd om zijn netwerk te consolideren.

Is er een link naar Mali?

De daders hebben via verschillende kanalen een aantal eisen gesteld, waaronder de stopzetting van „de Franse agressie tegen de onzen in Mali” en de vrijlating van tientallen AQIM-strijders die gevangen zitten in Algerijnse gevangenissen. Frankrijk besloot een week geleden militair in te grijpen in het noorden van Mali, dat door onder meer Algerijnse moslimextremisten wordt gecontroleerd. De gijzelnemers zijn ook boos over de openstelling van het Algerijnse luchtruim voor Franse gevechtsvliegtuigen die betrokken zijn bij de operatie in Mali. Daarmee hebben de extremisten een internationaal front geopend.

De drie extremistische groepen die negen maanden geleden Noord-Mali veroverden, opereren in een gebied waar landsgrenzen geen enkele betekenis hebben. Grote delen van de Sahel en de Sahara bestaan uit snikhete vlaktes zonder dorpen, zonder wegen en zonder zichtbare grenzen. Het leiderschap van aan elkaar gelieerde twee groepen, Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb (AQIM) en de Beweging voor Eenheid en Jihad in West-Afrika, is Algerijns. Maar ze hebben ook veel Malinezen en strijders uit buurlanden in hun organisatie opgenomen. In dit wetteloze gebied lopen talloze smokkelroutes voor wapens, sigaretten, benzine, en Colombiaanse cocaïne naar Noord-Afrika en Europa. De hele Sahel is al met al een zeer instabiele en explosieve regio.

Hoe is het nu in Mali?

Sinds het begin van de Franse interventie in Mali, precies een week geleden, heeft Frankrijk zijn troepenmacht uitgebreid tot 1.400 militairen. Gisteren kwam een eerste contingent Togolese militairen aan en gisteravond waren ook Nigeriaanse militairen onderweg naar de Malinese hoofdstad Bamako. Het is onduidelijk of deze manschappen zullen deelnemen aan de grondoorlog die Frankrijk deze week inzette.

De moslimextremisten die het noorden van Mali bezetten en de rest van het land bedreigen hebben zich stevig ingegraven. Gisteren gaven ze naar verluidt geen grondgebied prijs. Woensdag stationeerden zo’n honderd Franse mariniers zich bij een strategisch belangrijke brug ten noorden van Segou. De brede rivier onder die brug is een belangrijke scheidslijn tussen het noorden en het zuiden, dat nog gecontroleerd wordt door het Malinese regeringsleger.

Europese ministers van Buitenlandse Zaken stemden gisteren in met het sturen van een militaire trainingsmissie naar Mali. De leden van die missie zullen niet deelnemen aan gevechten, maar gaan lokale militairen trainen en adviseren.

Eerder deze week maakte het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken bekend dat zich in Mali op dit moment 110 Nederlanders bevinden. De meeste Nederlanders wonen in de buurt van de hoofdstad. Vanaf daar gaan nog commerciële vluchten. Het merendeel van de Nederlanders werkt voor een maatschappelijke organisatie. Enkelen hebben een eigen bedrijf.

Wil Algerije een rol in deze oorlog?

Regionaal zwaargewicht Algerije deelt weliswaar 2.000 kilometer grens met Mali, maar stelde zich afgelopen week zeer passief op in de oorlog daar. Een praktische reden om zich militair rustig te houden is dat Algerije koste wat kost een gewelddadige reactie wil voorkomen van de met de Malinese rebellen verbonden extremistengroep Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb. Deze kwam in 2006 voort uit de Algerijnse Salafistische Groep voor Prediking en Strijd, die weer een overblijfsel was van de bloedige moslimextremistische opstand in Algerije in de jaren negentig (200.000 tot 300.000 doden).

In Algerije is niemand de gruwelijkheden van die tijd vergeten. Geen Algerijn wil een terugkeer van het geweld – een reden ook waarom de Arabische opstanden in Algerije weinig respons hebben gekregen bij de bevolking. Ook al lijdt Algerije verder onder dezelfde problemen als de buurlanden waar wel is gedemonstreerd: repressie, corruptie en een grote jeugdwerkloosheid.

Nog voor de Libische rebellen Gaddafi’s regime ten val brachten, waarschuwde Algerije al dat grote hoeveelheden wapens uit Gaddafi’s arsenalen de grens over werden gesmokkeld. Die wapenstroom en de terugkeer van Gaddafi’s Toeareg-strijders naar Mali hebben de Sahel fataal gedestabiliseerd. Libië zelf is zeer fragiel. Algerije leeft nu in een zeer gevaarlijke omgeving.

Hoe wordt er in Frankrijk gereageerd?

De gijzeling bij het militaire complex in Algerije is voor François Hollande „nieuw bewijs dat mijn besluit om in Mali in te grijpen gerechtvaardigd was”. In een korte verklaring stond de Franse president gistermiddag stil bij de „dramatische omstandigheden” waaronder de gijzeling plaats had. Maar terwijl Japan Algerije opriep om de militaire operatie bij het complex onmiddellijk te staken, hield de Franse overheid zich tot gisteravond laat op de vlakte.

„Die prudentie is begrijpelijk”, zei een van vele islamdeskundigen die op de Franse nieuwszenders voorbij kwamen, „omdat Frankrijk Algerije nog even nodig heeft voor de operatie in Mali”. Hoewel hierover in zijn land bepaald geen consensus bestaat, heeft president Abdelaziz Bouteflika het Algerijnse luchtruim opengesteld voor Franse toestellen onderweg naar het conflict in Mali.

In Frankrijk begint het besef dat de militaire operatie in Mali niet los gezien kan worden van de ontwikkelingen in de regio langzaam door te dringen. ‘Gijzelneming in Algerije vergroot het Malinese conflict’ kopte Le Monde gisteravond. De grens tussen beide landen is „poreus” en „moeilijk te surveilleren”, zei een Sahel-specialist in de krant. Afgelopen maandag kondigde Algerije aan de grens met Mali te sluiten om te voorkomen dat de door Frankrijk opgejaagde rebellen dat land weer in zouden trekken.

Het gijzeldrama komt op een moment dat de zogenoemde ‘union sacrée’, de politieke overeenstemming over het Franse ingrijpen in Mali, juist begon te kraken. Voormalig minister van Buitenlandse Zaken Alain Juppé zei gisterochtend te vrezen dat Frankrijk „in een spiraal terecht komt die we slecht zullen kunnen beheersen”. De rechtse oppositiepoliticus Pierre Lellouche noemde op BFMTV de steun tot dusver van andere Europese landen en van de Verenigde Staten „pathetisch”. „Ze moeten bijdragen. De rest van Europa is voor zijn veiligheid van ons leger afhankelijk.”

Wat dat betreft zou de gijzeling wellicht ook de aarzelende Amerikanen over de brug kunnen trekken, schrijft Le Monde.

Met medewerking van Toon Beemsterboer, Carolien Roelants & Peter Vermaas

    • Toon Beemsterboer
    • Peter Vermaas
    • Carolien Roelants