The Boss doet boete, maar ontkent vals spel in de Tour

Lance Armstrong nam doping, maar een bedrieger voelt hij zich achteraf niet. „Er was een level playing field.” Wel spijt het hem dat hij er jarenlang over loog en critici onheus bejegende. „Ik ben een bully.”

A photo illustration shows a man watching a TV showing disgraced cycling star Lance Armstrong with Oprah Winfrey is seen in a bar in downtown Los Angeles January 17. 2013. During the interview Lance Armstrong admited doping while competing professionally in the sport.. AFP PHOTO / Robyn Beck AFP

Of Lance Armstrong doping had moeten gebruiken om zeven keer de Tour de France te winnen, vroeg Oprah Winfrey nog eens. En The Boss keek opnieuw met heldere, blauwe ogen in de camera. „Ja, het hoorde er gewoon bij. Net zoals lucht in de banden en water in de bidons. It was part of the job.”

De ontnuchterende eenvoud. Dat Armstrong (41) in het maandag opgenomen interview dopegebruik bekende, had Winfrey al ver vóór de uitzending van afgelopen nacht onthuld. Maar verder? De in 2010 gestopte renner zou de internationale wielerunie UCI meenemen in zijn val, wisten ‘bronnen’. De financiers achter zijn wielerploegen moesten vrezen. Daags voor ‘Confession Day’ schreef The Wall Street Journal dat UCI-erevoorzitter Hein Verbruggen zijn zakelijke belangen deels had ondergebracht bij een financier van de ploeg van Armstrong. „Hij stort in en begint te huilen”, vertelde een andere ‘ingewijde’ aan The New York Times. Armstrong breekt, zou het echt?

„Heb je ooit prestatiebevorderende middelen gebruikt”, begon Winfrey het eerste deel van de uitzending, die vannacht wordt vervolgd. „Ja”, antwoordde Armstrong onomwonden. Epo? „Ja.” Bloedtransfusies? „Ja.” Testosteron en corticoïden? „Ja.” Bij alle zeven Tourzeges? „Ja.” Was het menselijkerwijs mogelijk om zeven keer achter elkaar te winnen zonder dope? „Volgens mij niet.” Zo lag binnen een minuut op tafel wat Armstrong tot nu toe altijd categorisch en zelfs onder ede had ontkend. „Het was één grote leugen, die ik veel te vaak heb herhaald. Het spijt me.”

Beschaamd keek hij de beelden terug van zijn leugens, zoals op de Champs Elysées in 2005, toen hij in de overwinningsspeech na zijn laatste Tourzege verklaarde dat de wielersport dopingvrij was. „Het klinkt belachelijk nu”, gaf de Texaan ruiterlijk toe. Zoals hij ook diep door het stof ging voor de genadeloze manier waarop hij de afgelopen jaren afrekende met critici die hem dopegebruik aanwreven, zoals de Britse journalist David Walsh, voormalig verzorgster Emma O’Reilly en Betsy Andreu, de vrouw van een voormalig ploeggenoot. „Hier zijn geen excuses voor. Ze zullen me nooit kunnen vergeven en dat begrijp ik. Ik kan alleen maar persoonlijk met ze proberen te spreken, sorry zeggen en toegeven dat zij gelijk hadden.”

Zelfs kwam het tot een verontschuldiging voor zijn eigen karakter. „Ik ben een bully. Mijn moeder was zeer jong toen ze mij kreeg. Ik groeide op als een vechter, kende geen angst. Ik wilde winnen tot elke prijs, deed alles om te overleven. Dat heeft me geholpen op de fiets en tijdens mijn ziekte. Maar het heeft me ook grenzen doen overschrijden en tot een arrogante persoon gemaakt.”

Maar een valsspeler bij zijn zeven Tourzeges? Precies hier stopt de boetedoening van Armstrong. „Ik heb het woord opgezocht in het woordenboek. Een valsspeler neemt op een ongeoorloofde wijze voorsprong op anderen. Dat was niet zo. Ik had geen voordeel van dingen die anderen niet hadden. Er was een level playing field.” Met andere woorden: iedereen nam doping. „In die jaren was alles anders. Maar ik wil niemand beschuldigen, ik nam mijn eigen beslissingen.” En: „Op dat moment voelde ik me er niet slecht over.”

Armstrong bestrijdt de belangrijkste conclusie uit het rapport van het Amerikaanse antidopingagentschap Usada, dat hij de spil zou zijn geweest in het meest geavanceerde en succesvolle dopingsysteem ooit. „Oprah, zo was het niet. We waren professioneel en slim, maar juist erg terughoudend.” Ook ontkende hij ploeggenoten te hebben aangezet tot doping. „Absoluut niet.” En geen sprake van dat de UCI in 2001 een positieve epotest in de doofpot zou hebben gestopt. „Niet waar.” Maar zijn donatie van 125.000 euro dan? „Alleen omdat het me werd gevraagd.” Ook de Usada-beschuldiging dat hij na zijn comeback van 2009 opnieuw dope zou hebben gebruikt, wees hij van de hand. „De laatste keer was in 2005.”

Berouw over zijn leugens, bekennen van eigen dopegebruik: verder gaat Armstrong vooralsnog niet. Deel twee van zijn biecht gaat vannacht volgens de aankondiging over zijn sponsors, kankerstichting Livestrong, zoon Luke (13) en moeder Linda. Achteraf had hij liever eerder bekend, zoals hij ook zijn comeback in 2009 beter achterwege had kunnen laten. En nu? „Ik zal de rest van mijn leven proberen het vertrouwen terug te winnen.”