Slaap kindje slaap, daar buiten graast een konijn

Illustratie uit besproken boek

Jef Aerts & Marit Törnqvist: Groter dan een droom. Querido, 42 blz. € 16,95. 6+

Wat in de tekst ‘een witte kerk’ heet, is op de tekening in Groter dan een droom een kathedraal: een paleis met puntdaken en een koepeltje. Een ziekenhuis, ook met puntdak, hangt gezellig uit het lood. Bij beide gebouwen zit een rijtje vogels op de daklijst.

Idylle is op de tekeningen van Marit Törnqvist nooit ver weg: de wereld is er romantisch groen, vloeren zijn van oude houten planken en heuvels glooien er. De half-Zweedse, half-Nederlandse Törnqvist, dit jaar 25 jaar illustrator, tekende in het verleden dan ook prenten bij verhalen van Astrid Lindgren, zo’n beetje de moeder aller kinderidylle.

Een eer dus, dat Jef Aerts, vorig jaar gedebuteerd als kinderboekenschrijver, met Törnqvist mocht samenwerken. Maar ook alleszins verklaarbaar: Aerts schrijft over een jongetje dat een droomfietstocht maakt met zijn overleden zusje, en geen tekenaar zou zo’n verhaal beter kunnen illustreren dan Törnqvist.

Wat opvalt aan Aerts’ tekst is zijn beeldspraak, treffend op kinderniveau: een kreet vanuit de verte klinkt niet harder ‘dan de ademhaling van een poes’ en het verdriet om het dode zusje ‘hing als behangpapier in alle kamers van het huis’. Maar op beslissende momenten is het te gewild poëtisch, op het zweverige af – de titel is ontleend aan een toch vrij nietszeggende spreuk: ‘Dood zijn is als dromen, maar dan groter.’ Daar word je korzelig van.

Groter dan een droom wordt dan ook vooral gedragen door de tekeningen van Törnqvist. Die voeren je mee in de droom, die vertellen pas écht het verhaal. Eerst zet Törnqvist het jongetje thuis aan een onmetelijke, lege eettafel en legt ze hem onder een enorm bed, diepblauw als een oceaan. Zo trekt ze het verhaal meteen naar het kind, dat klein is in een grote, maar ook weer niet vijandige wereld, want aan het voeteneind slaapt een zachte poes. Als de avond valt neemt het lichtgevende zusje het jongetje vanuit de slaapkamer mee naar buiten, waar hun eigen regels en wetten gelden – denk aan Max en de Maximonsters. Daar buiten graast een konijn, het gras is er sappig groen en de lucht paarsrozeblauw. In die paginavullende idylle laat Törnqvist de kinderen los. Ze fietsen van links naar rechts over de bladzijden, door bos en weide, tot ze langs de boomtoppen zweven, richting maan. En zo voort, tot de nacht voorbij is.

Het is zacht, maar niet zoet: Törnqvist maakte een paradijs, maar met een schaduwzijde, want het bestaat maar even, en alleen in de verbeelding. Broer en zus, die elkaar bij leven nooit gekend hebben, kunnen in hun dromen fijn samen zijn, maar haar terughalen uit de dood kan niet. Toch is er iets gewonnen, en dat verbeeldt Törnqvist prachtig. De onmetelijke eettafel staat nu vol met eten.