Philips-mensen

Na het kaasfonduen zakten we af naar café Dijk aan de Amsterdamse Zeedijk. Geen vooropgezet plan. Door de weersomstandigheden was de actieradius beperkt, het was simpelweg de eerste gelegenheid met asbakken op tafel.

Binnen kwam de koffie uit een Senseo-apparaat en waren de muren betimmerd met spaanplaat. De barvrouw hield van Shirley Bassey, de klandizie bestond uit een handvol dorstige Amsterdammers en een verdwaalde toerist.

Net nadat de barvrouw voor de derde keer had gezegd dat je cafés in de winter net zo goed dicht kon timmeren, zwiepte de deur open en kwam met een groep van 25 managers de gezelligheid binnen.

De barvrouw zette voor het eerst die avond een glimlach op.

„Aaah, the Philips-people...”

Ze voegde eraan toe dat die eerder waren geweest en dat het goede innemers waren.

Nog geen tien minuten later zaten we aan het eerste ‘Philips-bier’ van de avond. Bij het bier hoorde een man in pak die het leuk vond om „met consumenten in contact te komen”.

Dat trof.

Ik had een scheerapparaat waarmee je onder de douche kunt staan en een televisie van ze.

De man: „Ik zei het net nog tegen mijn internationale collega’s: in Holland heeft iedereen iets van Philips…”

Hij deelde zijn vondst met de groep.

„Two Philips over here.”

Ze waren van een ‘challenge & connect-programme’, een internationale workshop van Philips-talenten uit alle delen van de wereld die elkaar eens in de zoveel tijd ontmoetten.

„Een brainstormclub.”

Hup, nog een bier op kosten van Philips.

Daarna de vraag: „En, wat vinden jullie van Philips?”

Als je zo’n vraag in een kroeg durft te stellen zit de liefde voor de werkgever diep. Het paste wel in het beeld dat ik van Philips-mensen had. Harde werkers, maar verder niets bijzonders, anders hadden ze wel een iPhone uitgevonden. Tekenend vond ik dat ze Frits Philips in Eindhoven tot aan zijn dood ‘meneer Frits’ bleven noemen. Dan ben je heel blij dat je een baan hebt.

Eindhoven

PSV

Gloeilampen

Dat waren zo’n beetje de gedachten die spontaan opkwamen als ik aan Philips dacht. En daarmee hield het wel zo’n beetje op. Ik hoorde tenminste nooit iemand over nieuwe Philips-producten.

Dat gaat allemaal veranderen.

Bij het zoveelste interne veranderingsproces was besloten dat ze het beste producten konden gaan maken die voor verandering zorgen zodat ze zelf niet meer hoefden te veranderen. De man sprak over „een mensvriendelijke cultuur”: „Op de workshopdagen luisteren en praten we in een ongedwongen setting met elkaar, zonder vooroordelen en zonder remmingen. Doel is duidelijk voor ogen te krijgen wat onze persoonlijke band is met het bedrijf als geheel en met onze collega-managers, zodat we gemakkelijker de klantbehoefte in kaart kunnen brengen.”

De man werd – goddank – bij ons weggesleept door zijn internationale collega’s, die vanachter de vitrage lachten om die ene Philips-collega uit Ohio die zonder T-shirt buiten, in de vrieskou, aan het rennen was.

Ook dat was Philips.