Nu gij behouden zijt

Op de radio zong iemand over jaloezie. Dat het zo verschrikkelijk is, verscheurend, erger dan… dan álles.

Ik luisterde ernaar en knikte vaag. Ik was bezig Mendelssohn op het dak te lezen, van de Tsjech Jiri Weill, een indrukwekkende roman over de invloed van de Duitse bezetting op allerlei gewone levens in Praag. Duitse, Tsjechische, Joodse levens. Mensen verliezen al wat ze gekoesterd hebben, aan spullen, plekken, vrienden, geliefden. Hun eigen leven.

Erger dan dat kan het niet zijn. Elk eigen gevoel valt in het niet ten opzichte van dat type verschrikkingen. Jaloezie? Ach.

Hetzelfde geldt als je in de krant leest over de burgeroorlog in Syrië, waar op afschuwelijke wijze wordt vernietigd, gemoord, gefolterd. De mensen daar leven in voortdurende angst, de rechteloosheid is enorm, net als de willekeur van het geweld.

Hoezo zou jij je dan bedrukt voelen over iets onaardigs dat iemand gezegd of gedaan heeft, over een of andere pijn, over het verdriet van een afscheid, het toenemende lawaai in de omgeving? Je schaamt je voor hoe erg je dat vindt.

In Vondels Gijsbrecht van Aemstel, begin januari weer door Het Toneel Speelt op de planken gebracht, wordt verhaald hoe de stad Amsterdam wordt ingenomen door de vijand. Branden woeden, nonnen worden verkracht, burgers afgeslacht, het leger van Gijsbrecht staat machteloos, hoe dapper het ook strijdt. Terwijl Gijsbrecht aan het vechten is, wacht zijn vrouw Badeloch thuis angstig op zijn terugkeer. Gijsbrechts broer komt haar berichten over de afschuwelijke strijd in de stad. Het interesseert haar wel, maar eigenlijk heeft ze maar één vraag: En mijn man? Als ze eindelijk Gijsbrechts stem hoort, zegt ze onomwonden: Nu gij behouden zijt, is al mijn leed vergeten,/ Mijn trouwe bruidegom, mijn hoofd, mijn troost, mijn schat:/ Nu gij behouden zijt, wat geef ik om de stad,/ om al het werelds goed!

Je moet maar durven, denk je als toeschouwer: heel Amsterdam met heel zijn burgerij gaat eraan, en zij zegt ijskoud dat het haar niet kan schelen, want haar gaat het om die ene.

Vondel lijkt het niet af te keuren. Hij toont het: zó gaan gevoelens. En hij vindt die gevoelens niet onbelangrijk, integendeel. Dat is in zekere zin terecht, wie niets mag voelen bij het eigen leven omdat het allemaal elders zoveel erger is, ontkent het hele leven. Maar wie op het relaas van een vluchteling reageert met het leed van de eigen echtscheiding, verliest de proporties uit het oog. Tenminste, dat denk je zodra het hardop gezegd wordt.

In stilte denkt of voelt iedereen natuurlijk toch vooral wat hem of haar aangaat. Je kunt dat, in het zicht van het leed, of de vreugde, van een ander even vergeten. Maar onder alles door blijft die donkere stroom van de eigen emoties, het eigen verlies, het eigen bestaan stromen. Wat niet hetzelfde is als het eigenbelang.

Van de week stond in deze krant de spotprent afgedrukt die bekroond is met de Inktspotprijs. Daredevils!, van Pieter Geenen, laat mensen zien die zich niets aantrekken van dingen die je belangrijk moet vinden. Ze werden afgebeeld als waaghalzerige circusartiesten, de vrouw die het niets uitmaakte of we een linkse of rechtse regering hebben want zij gaat nu lasagne koken, de man die geen idee had wie de leider van de PvdA was („druk, druk, druk”), de man die nooit actualiteitenprogramma’s bekeek, de man die zich totaal niet interesseerde voor Amerikaanse voorverkiezingen en de vrouw die doodkalm zei dat het met de eurocrisis en de klimaatcrisis wel goed zou komen.

Die mensen leiden hun eigen leven zonder de hele tijd over het grotere belang te denken, zonder daar allerlei argumenten over na te praten, zonder van dag tot dag bij te houden wat er nu weer voor aardverschuiving in de Nederlandse politiek heeft plaatsgevonden.

Iedereen weet dat politiek belangrijker is dan lasagne, dat oorlog erger is dan liefdesverdriet, dat je je iets van de wereld hoort aan te trekken. Maar als puntje bij paaltje komt, vraagt bijna iedereen naar de dingen die hem of haar direct aangaan: waar woon ik, wat eet ik, hoe is het met de mijne, mijn hoofd, mijn troost, mijn schat? Het is evenmin in proportie om te zeggen: in Syrië heerst een burgeroorlog en jij durft gekweld te zijn door jaloezie!

Het eigen leven is niet onbelangrijk omdat er andere levens bestaan. Wie haar geliefde na een oorlog in de armen kan sluiten, is opgelucht, ook al zijn anderen wel gesneuveld. Wie een ander, of zichzelf, met ‘proporties’ om de oren slaat, bedoelt negen van de tien keer eigenlijk te zeggen: stel je niet aan. Jouw gevoel doet er niet toe.

Het doet er wel toe. De kunst is om dat gevoel met redelijkheid en ruimhartigheid te wegen. En soms is de kunst alleen maar om je mond te houden.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC Handelsblad.