Juncker helpt Dijsselbloem een beetje

Minister Dijsselbloem denkt grote kans te maken op het voorzitterschap van de eurogroep. Andere kandidaten zijn in elk geval niet in zicht.

Het wordt hard werken, hij zal het Nederlandse belang niet uit het oog verliezen en wanneer hij als minister van Financiën niet goed functioneert, moet de Tweede Kamer maar snel ingrijpen.

Jeroen Dijsselbloem kende gisteren opvallend weinig twijfels over zijn kansen voor het voorzitterschap van de eurogroep. Vandaag sluit de kandidaatstelling en de PvdA-politicus presenteerde zich tijdens een Kamerdebat „voor zover ik weet als eerste en vooralsnog enige kandidaat”. Volgens hem „lijkt er voldoende steun te zijn” voor zijn kandidatuur, zodat hij maandag in Brussel als aanvoerder van de zeventien eurolanden benoemd kan worden. Een functie die volgens hem van „enorm belang” is voor de toekomstige stabiliteit van de eurozone.

Toch was het zelfvertrouwen opvallend. Politici houden er normaal niet van om te speculeren, of om op zaken vooruit te lopen. En Dijsselbloem heeft zich de eerste drie maanden als minister van Financiën vooral van de bedachtzame kant getoond. Waarom dat grote optimisme, terwijl grote landen als Frankrijk en Spanje de nodige twijfels leken te hebben?

Dat heeft, los van de steun die hij uit veel landen ontving, wellicht te maken met de gewijzigde procedure waarmee de huidige voorzitter van de eurogroep deze week verraste. Deze Jean-Claude Juncker, de ervaren premier van Luxemburg, besloot dat kandidaten zich uiterlijk vandaag moeten melden. Die kandidaatstelling is nieuw. Premier Rutte verklaarde onlangs nog dat niemand kandidaat zou zijn en dat er uit de vergadering van de eurolanden, komende maandag in Brussel, wel een voorzitter zou rollen. Maar in zo’n vergadering zouden landen als Frankrijk en Spanje wisselgeld kunnen eisen, met alle mogelijke gevolgen van dien. Door met een openbare kandidaatstelling te komen, neemt Juncker hen de wind uit de zeilen. Wie niet met een eigen kandidaat komt, staat minder sterk om met bezwaren te komen.

Dijsselbloem ging gisteren uitgebreid in op de voor- en nadelen van zijn nieuwe bijbaan. Hij benadrukte niet alleen het belang van de eurogroep, maar liet ook weten dat Nederland zo’n internationale kans nooit voorbij mag laten gaan. En dat hij plotseling niks meer kan zeggen, verwacht de minister niet. Zijn belangrijkste rol is het bepalen van de agenda en het bereiken van compromissen. „Onze rol in het voortraject van de vergadering wordt groter. Ben ik dan alleen bezig met het Nederlandse belang? Nee. Maar gaat dat Nederlandse belang overboord? Ook nee.”

Door de inzet van staatssecretaris Frans Weekers, nu vooral politiek verantwoordelijk voor de fiscale aangelegenheden, denkt Dijsselbloem tijdens bijeenkomsten van de eurogroep het belang van Nederland te verzekeren. „Uitgangspunt is dat er een politieke vertegenwoordiger van de Nederlandse regering in die Nederlandse stoel zit.”

Komende maandag zal Dijsselbloem mede op verzoek van de Franse minister Pierre Moscovici zijn visie op de euro uiteenzetten. Maar de Tweede Kamerleden, en dus ook zijn Europese collega-ministers, moeten zich daar niet te veel van voorstellen. „Niemand verwacht dat Nederland plotseling met heel andere opvattingen komt.”

    • Erik van der Walle