Jongensmeligheid

Soms vraag ik me af of de jongens van nu zich nog met dezelfde spelletjes vermaken als wij indertijd. Dikwijls nogal kinderachtige bezigheden, waar ik me voor zou moeten schamen, maar waar ik nog steeds met een nostalgische glimlach aan terugdenk.

Op de middelbare school moesten we ons van tijd tot tijd voorbereiden op een proefwerk of een schriftelijke overhoring. Dat wisten we al weken van tevoren, we hadden iedere dag een stukje leerstof tot ons kunnen nemen, maar we stelden het voortdurend uit tot de avond voorafgaand aan de dag van het proefwerk. Mijn vriend W. en ik spraken dan bij mij of bij hem thuis af, vroegen onze moeder om een grote pot koffie, want het zou een lange avond gaan worden. Het kwam niet in ons hoofd op dat zelf te zetten.

„Maken jullie het niet te laat? Jullie hebben je slaap hard nodig.” Om een uur of zeven, direct na het eten, gingen we voortvarend aan de slag. Leren, leren, elkaar overhoren, in de hoop dat we voor één uur ’s nachts klaar zouden zijn.

Natuurlijk hielden we af en toe pauze, om koffie te drinken, een sigaretje te roken en uit onze nek te zwetsen. Daarbij deden we ons speciale spelletje. Een van ons riep „Vlug, vlug, daar komt er een!” ging op de grond liggen met beide benen omhoog. De ander snelde toe met een doosje lucifers, stak er een aan en hield het vlammetje bij de billen van zijn liggende kameraad, die daarop een ferme wind liet. Het resultaat: een klein, blauw, steekvlammetje. Son et lumière, zoals dat in het Frans heet.