'Ik zie geen rol voor de NAVO in Mali'

De escalatie van geweld in de Sahel leidde tot Frans ingrijpen in Mali en een gijzeling in olieland Algerije. Waarschuwingen voor onrust in het gebied waren er al sinds de NAVO ingreep in Libië. Afrikaanse landen moeten het nu oplossen, zegt de NAVO-chef.

NATO Secretary General Anders Fogh Rasmussen addresses a news conference ahead of the Lisbon's NATO Summit, at the Alliance headquarters in Brussels November 15, 2010. REUTERS/Thierry Roge (BELGIUM - Tags: MILITARY HEADSHOT) REUTERS

De NAVO wil geen rol spelen in de oorlog in Mali. En de gijzeling van westerlingen in Algerije kan NAVO-secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen ook alleen maar „scherp veroordelen”. Dat zegt hij in een vraaggesprek op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel, net voordat bekend wordt dat een bevrijdingsactie voor de gijzelaars uitloopt op een drama. Later op de dag laat Rasmussen weten dat hij zijn medeleven uitspreekt met de nabestaanden van de slachtoffers.

De NAVO kreeg volgens Rasmussen nog geen enkel verzoek om bijstand in het conflict in Mali – niet van Frankrijk, dat vorige week een offensief begon tegen aan Al-Qaeda gelieerde groepen in het noorden van Mali, ook niet van de Malinese regering. „De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft een resolutie aangenomen waarin staat dat in Mali een door Afrikánen geleide stabilisatiemacht in actie moet komen. Ik vind het goed dat individuele NAVO-landen, aangevoerd door Frankrijk, snel in actie kwamen. Dat was nodig om de weg vrij te maken voor zo’n stabilisatiemacht onder Afrikaanse leiding. Frankrijk krijgt steun van een aantal NAVO-bondgenoten, voor transport, logistiek, inlichtingenwerk en verkenning. Voor de NAVO als organisatie zie ik geen rol.”

Rasmussen vindt wel dat de Franse interventie „absoluut nodig” was. „Terreurgroepen rukten op, we kunnen niet toelaten dat Mali een broedplaats van internationaal terrorisme wordt. En die kant ging het op. Al jaren is de situatie in de hele Sahel-regio voor ons een bron van zorg. Er zijn terreurgroepen actief, extremisten, criminele bendes.”

Na Gaddafi’s val kwamen veel gewapende groepen naar Mali.

„Wij hebben heel effectief op zee het VN-wapenembargo afgedwongen. Maar we hadden geen grondtroepen in Libië. Landen in de regio hadden een verantwoordelijkheid, en hebben die nog steeds, om te voorkomen dat wapens uit Libië naar andere landen worden gebracht.”

Is de EU-trainingmissie voor Mali een test voor de EU, die nog geen serieus defensiebeleid heeft?

„Ik ben blij met deze missie. Er is grote behoefte aan, want de strijdkrachten van Mali moeten versterkt worden. Het laat ook zien wat de EU met een gezamenlijk defensie- en veiligheidsbeleid kan doen. Maar het succes zal afhangen van de bereidheid van lidstaten om ook echt aan de missie bij te dragen.”

De NAVO doet niet mee in Mali en grijpt niet in Syrië in. In Afghanistan wordt een eind gemaakt aan de ISAF-missie. Gaat de alliantie zich beperken tot bescherming van het eigen grondgebied?

„Verdediging van het eigen grondgebied en onze bevolkingen is een kerntaak van de NAVO. Maar internationaal crisismanagement ook. We staan klaar om in actie te komen als dat nodig is. Verdediging van het grondgebied is in deze tijd ook veel meer dan het in stelling brengen van tanks langs je grens. We moeten onze bevolking beschermen tegen raketaanvallen, cyberaanvallen, terreuraanvallen. Die bescherming begint vaak ver buiten onze grenzen. Maar de NAVO is niet de politieagent van de wereld, we kunnen niet alle conflicten oplossen. We zijn wél actief, bijvoorbeeld omdat we bezorgd zijn over de situatie langs de grens tussen Syrië en NAVO-lid Turkije. De Turken vroegen om Patriot-luchtafweersystemen, ter bescherming van hun grondgebied. Drie bondgenoten, ook Nederland, hebben Patriots toegezegd – en daar ben ik de Nederlanders dankbaar voor. Het is een duidelijke uiting van de solidariteit, de essentie van het bondgenootschap.”

Zijn die Patriots dus vooral symbolisch belangrijk?

„Zeker niet alleen. Als de Syriërs Turkije zouden aanvallen, bieden ze echte bescherming. Ze hebben ook een afschrikkende werking: ze zullen het regime in Damascus ervan weerhouden om zelfs maar over een aanval op Turkije te dénken.”

Anderhalf jaar geleden waarschuwde Robert Gates, toen Amerikaans minister van Defensie, dat de NAVO irrelevant kan worden als de lidstaten niet meer geld besteden aan defensie. Daar trekt niemand zich wat van aan.

„Als je het over relevantie wilt hebben: tijdens de Libië-missie hadden we zes militaire operaties op drie continenten. Maar wij zijn ook bezorgd over de bereidheid van lidstaten om in defensie te investeren. Ik begrijp natuurlijk dat er ook op defensie wordt bezuinigd als regeringen hun tekorten moeten terugbrengen. En een gezond begrotingsbeleid is belangrijk: als je blut bent, ben je niet veilig. Als je economisch zwak bent, ben je afhankelijk. Dan is het nóg belangrijker dat we efficiënter gebruik maken van onze middelen door meer samen te werken. Het wordt steeds moeilijker voor NAVO-landen om zelfstandig geavanceerd materieel te kopen. Dat moeten we dus samen doen en hoe paradoxaal het ook is: daar wordt het bondgenootschap dan weer sterker van.”

    • Juurd Eijsvoogel
    • Petra de Koning