Hij moest alles alleen doen, en nu lijkt iedereen dat vergeten

Marco regelde de mislukte verhuizing van een woonwagenkamp. Topprestatie, vindt hij. En nu beticht Eindhoven hem van fraude.

Een bewoner op de nieuwe locatie van het woonwagenkamp in Eindhoven. Foto Chris Keulen

Alles heeft hij verloren. In anderhalf jaar tijd. Alles waarvoor hij altijd heeft gewerkt. Zijn werk, zijn spaargeld, zijn huwelijk. „En nu mijn eer.”

Marco is zo’n inhuurkracht aan wie gemeenten het contact met woonwagenbewoners graag uitbesteden. ‘Frontlijnwerkers’ het dat in jargon. Dinsdag maakte de gemeente Eindhoven bekend dat ze aangifte tegen Marco heeft gedaan wegens valsheid in geschrifte. Zijn achternaam blijft daarom ongenoemd.

Van de 2,9 miljoen euro die de gemeente heeft uitgekeerd aan vergoedingen voor transport, verhuiskosten en schade, kan 2,2 miljoen niet worden onderbouwd. Er is geen aanwijzing dat Marco zichzelf ooit heeft verrijkt.

Van midden 2007 tot midden 2011 had de gemeente Marco ingehuurd als projectleider voor de verplaatsing van ruim dertig woonwagens, van de Joost de Momperstraat naar het Orgelplein. Op de plaats van het oude kamp moest een nieuwbouwwijk komen. Marco had eerder voor andere gemeenten met woonwagenbewoners gewerkt. „Nooit klachten gehad.”

Binnen een half jaar moest hij met alle bewoners afspraken maken over de verhuizing en de vergoeding voor bouwsels die ze moesten achterlaten. Hij weigerde. „De gemeente was tien jaar met de bewoners in oorlog geweest. Ze heeft regels als bouw- en brandveiligheidsvoorschriften nooit gehandhaafd. Ik had al een half jaar nodig om een band met bewoners op te bouwen. Daar ging de gemeente mee akkoord. Binnen een jaar had ik met alle bewoners overeenkomsten.”

Marco vindt dat hij een huzarenstuk heeft geleverd. Hij kreeg maar voor 20 tot 24 uur per week betaald. In andere gemeenten wordt zo’n klus door twee of drie man gedaan. Geen wonder dat verslaglegging soms in het gedrang kwam. Dat spijt hem wel.

Pijnlijk, zegt Marco, dat de verhuizing bijna twee jaar vertraging opliep. Door „onkunde en gebrek aan kennis over woonwagenbewoners” bij woningcorporatie Wooninc, de huisbaas van het nieuwe kamp. Door het ontbreken van goede afspraken tussen corporatie en gemeente. Toen de verhuizing in 2010 eindelijk begon, kregen de eerste woonwagens meteen met verzakkingen te maken. Volgens Marco door gebrek aan kennis bij het bedrijf dat funderingsadvies gaf. Het gewicht van de woonwagens werd zwaar onderschat. De verzakkingen zorgden voor forse schade.

Marco heeft enkele taxatierapporten aangepast. Met instemming van de taxateur. Hij geeft het toe. „Omdat de taxateur aantoonbaar fouten had gemaakt.” Hij heeft ook zelf een aantal schadeopnamerapporten gemaakt, „op basis van de gegevens van een taxateur”. „Omdat haast was geboden. Ik heb altijd alleen het belang van mijn opdrachtgever voor ogen gehad.”

Van gemeentebestuur en management kreeg hij weinig steun, zegt hij. Hij vroeg altijd of er iemand mee kon naar onderhandelingen met woonwagenbewoners. Met het oog op de integriteit. Ook voor zijn veiligheid. Nooit was iemand beschikbaar. Ook niet die keer dat een woonwagenbewoner hem bedreigde met een pistool. Na lang aarzelen deed hij aangifte. De man is tot 40 uur taakstraf veroordeeld.

Al met al bezorgden zijn bazen bij de gemeente hem meer kopzorg dan de woonwagenbewoners. Hij had geen beslis- of betaalbevoegdheid. Zijn superieuren wel. Achteraf herinneren ze zich niets meer. De mails die hij hun stuurde, kan hij niet meer laten zien. En nu schuiven ze hem „alle schuld in de schoenen”. De helft van de uitgekeerde vergoedingen beschouwt de gemeente als verspild. „Omdat ik me niet aan de spelregels heb gehouden. De vergoedingen waren terecht.”

Nadat de gemeente zijn contract in 2011 ontbond, reisde hij naar Brazilië met zijn Braziliaanse vrouw. De goede banen zouden daar voor het oprapen liggen. Acht maanden later keerde hij gedesillusioneerd en berooid terug. Zonder vrouw.

Marco werkte inmiddels voor een andere gemeente. Die heeft zijn contract ontbonden toen hij vertelde dat hij in opspraak was. Zijn droom was altijd een baan waarin hij criminaliteit kon aanpakken en regels kon handhaven. „Dat zit er niet meer in”, zegt hij.

    • Esther Wittenberg
    • Dick Wittenberg